Sinds 1 januari zijn dienstencheques in Vlaanderen een euro duurder geworden. Die prijsverhoging zou rechtstreeks naar de huishoudhulpen moeten vloeien, stelde onder meer het ACV. ‘Geen overbodige luxe’, benadrukt de vakbond, ‘want de lonen van huishoudhulpen zijn bij de laagste lonen in Vlaanderen. We willen zo snel mogelijk een bruto loonsverhoging van één euro per gepresteerd uur.’ Ook Vlaams Minister van Werk Zuhal Demir (N-VA) onderschreef de eis van loonsverhoging en vroeg aan de sociale partners om tot een akkoord te komen.
Meer dan drie maanden later hebben de huishoudhulpen echter nog geen cent gezien. Vakbonden en werkgevers raken het niet eens over de manier waarop de loonsverhoging zou gebeuren. Het ACV vraagt een bruto loonsverhoging van één euro per uur, maar werkgeversfederatie Federgon ligt dwars.
Netto versus bruto
Federgon, de grootste werkgeversfederatie in de dienstenchequesector, wil naar eigen zeggen de euro in twee delen. Zij willen die euro extra ‘optimaliseren’ door die in een nettovergoeding te steken die prestatiegebonden is. Zo willen ze een halve euro investeren in extra onderhoudsvergoeding voor werkkledij per gewerkte dag. De andere halve euro willen ze investeren in aanvullend pensioen, de zogenaamde ‘tweede pensioenpijler’ voor de sector.
Dat ziet het ACV hoegenaamd niet zitten. ‘Het klopt dat een netto loonsverhoging op het eerste zicht vaak aanlokkelijker of zelfs voordeliger lijkt,’ duidt Kris Vanautgaerden, nationaal secretaris van ACV Voeding en Diensten.
‘Toch vragen wij bewust een bruto loonsverhoging van één euro per uur. Daardoor zal ook de eindejaarspremie en het vakantiegeld verhogen. En daarnaast verbeteren ook vergoedingen voor (tijdelijke) werkloosheid, ziekte-uitkeringen en pensioen. In een sector waarin werknemers gedwongen deeltijds werken omdat het werk te zwaar is en waar de cijfers van uitval de hoogste in Vlaanderen zijn, lijkt ons dat cruciaal.’ Het ACV wijst ook op de verdere uitholling van de sociale zekerheid, door een netto in plaats van een bruto loonsverhoging.
Studie bewijst rendabiliteit
Uit een studie die Vlaams minister van Werk Demir (N-VA) bestelde rond rendabiliteit van de dienstenchequebedrijven, blijkt dat er voldoende financiële ruimte is bij die bedrijven. Toch schermen grote spelers als Daenens met het argument dat ze te veel moeten afdragen bij een bruto loonsverhoging, onder meer aan patronale bijdragen. Volgens hen kunnen ze dan maar 60 cent bruto loonsverhoging uitbetalen. Daarnaast schermen ze met het argument dat ze als bedrijf in het bruto-verhaal niet genoeg marge hebben ‘om gezond te kunnen blijven.’
‘Klopt niet’, reageert Vanautgaerden scherp. ‘Uit de studie die minister Demir liet uitvoeren op basis van de jaarrekeningen, blijkt duidelijk dat de grote commerciële spelers genoeg ruimte hebben. Sterker: ze maken vandaag mooie winsten maar herinvesteren dat geld niet in de sector of in de huishoudhulpen. Wel kiezen ze ervoor om hun aandeelhouders die extra winsten uit te keren. In sommige gevallen, zoals bij Daenens, zie je zelfs dat ze hoofsponsor zijn van een voetbalploeg. Sorry, maar daar mag gemeenschapsgeld niet voor dienen,’ aldus Vanautgaerden.
Liever geen alternatieve verloning
Het ACV ziet in de sector ook een tweedeling ontstaan tussen kleine spelers, die zich wel aan goede loon- en arbeidvoorwaarden willen houden en zich achter een bruto loonsverhoging van één euro scharen. Maar enkele grote spelers domineren de sector. ‘Vandaag werkt negen op de tien huishoudhulpen in een bedrijf dat winstgevend is. Terwijl grote commerciële spelers durven beweren dat ze op de rand van een faillissement staan. Het tegendeel is waar.’
Tot slot waarschuwt Vanautgaerden voor een addertje onder het gras. ‘Bij netto-voordelen is het veel moelijker te controleren of men die effectief uitbetaalt. Zo zijn er vandaag al bedrijven die de onderhoudsvergoeding van werkkledij niet correct naleven. Ik hoop dan ook dat we de weg van alternatieve verloning niet verder ingaan, maar kiezen voor een echte en duurzame loonsverhoging.’

