Volgens cijfers van CM nam in 2022 2,4 procent van de jongeren tussen 6 en 17 jaar een medicijn op basis van methylfenidaat – de werkzame stof in Rilatine en andere ADHD-medicatie. Dat is een stijging met bijna twintig procent sinds 2013. Daarbij gaat het om een schatting op basis van de terugbetalingscijfers van CM-leden. ‘Het werkelijke aantal gebruikers zal allicht nog een stuk hoger liggen, want we hebben geen zicht op hoeveel volwassenen en jongeren medicatie nemen die niet wordt terugbetaald’, aldus CM-onderzoekster Svetlana Sholokhova. ‘We pleiten daarom voor een duidelijke registratie van alle verkochte geneesmiddelen, ook van de niet-terugbetaalde.’
Gebrek aan nodige opvolging
Professor Marina Danckaerts, ADHD-experte en hoofd van de kinder- en jeugdpsychiatrie van het Universitair Psychiatrisch Centrum Leuven, noemt de gestegen cijfers geen verrassing, en maakt zich zorgen om de nodige bijkomende behandeling. ‘ADHD-medicatie kan eigenlijk alleen terugbetaald worden na een diagnose van ADHD door een specialist, als er voldoende reden is om over te gaan tot medicatie. Voor de terugbetaling moet de arts-specialist (dat kan naast een psychiater ook een kinderarts of neuroloog zijn, red.) verklaren dat alle andere mogelijkheden onderzocht werden en dat de farmacologische behandeling deel is van een globaal behandelingsplan dat nog andere maatregelen en regelmatige opvolging omvat.’
Uit de cijfers blijkt echter dat in 2022 slechts 43 procent van de kinderen met ADHD die medicatie gebruiken een psychiater zag en slechts vijftien procent een psycholoog. Danckaerts: ‘Over de groep die geen specialist ziet, maak ik mij zorgen. Bij medicatie als Rilatine is het belangrijk om jaarlijks te evalueren of het gebruik nog wel nodig en gewenst is. Ook eventuele bijwerkingen moeten door specialisten nauwlettend opgevolgd worden.’
‘Bij medicatie als Rilatine is het belangrijk om jaarlijks te evalueren of het gebruik nog wel nodig en gewenst is.’
Professor dr. Marina Danckaerts
Die ondermaatste opvolging verontrust ook CM-voorzitter Luc Van Gorp. ‘Die medicatie moet gecombineerd worden met andere vormen van behandeling, zoals therapie, die bovendien laagdrempeliger moet worden. Het is belangrijk dat psychologische hulpverlening toegankelijker en bereikbaarder wordt, want niet iedereen vindt toegang tot diagnose en behandeling.’
Geboortemaand factor voor overdiagnose?
Opvallend is ook dat hoe later in het jaar je geboren wordt, hoe groter de kans is dat je methylfenidaat voorgeschreven krijgt. ‘Dat toont de rol die de schoolomgeving speelt in de diagnose van ADHD’, aldus Sholokhova. ‘Het is mogelijk dat in bepaalde gevallen immaturiteit van de jongsten van de klas sneller wordt verward met een aandachtstoornis, en dat er dus onterecht naar medicatie wordt gegrepen.’ Luc Van Gorp pleit dan ook voor een versterking van de kennis over aandachtstoornissen, net als een betere bewustmaking rond het risico op overdiagnose. ‘Daarnaast moet de rol van het onderwijs in het mentaal welbevinden en de preventie van psychologische problemen opgewaardeerd worden. Dat kunnen leerkrachten niet alleen.’
Hulpmiddel, geen mirakeloplossing
Methylfenidaat kan onder het toeziend oog van een psychiater helpen tijdens en zelfs lang na het middelbaar, weet Brent (25). ‘Ik heb autisme en ADHD. Ik was hyperkinetisch en kon mij maar moeilijk concentreren. Mijn middelbareschoolresultaten leden daaronder. Na gesprekken met de leerlingenbegeleiding en een psychiater heb ik Rilatine een kans gegeven. Ik wilde het eerst niet nemen omdat er een groot stigma rond hing. Maar al snel merkte ik dat ik beter kon opletten in de klas. Het heeft mij gekalmeerd, wat mij geholpen heeft om mijn diploma te behalen.’
© Stefaan Beel'Omdat ik nog steeds niet gemakkelijk mijn aandacht erbij kan houden, neem ik opnieuw Rilatine.'
Brent (25)
‘Toen ik op mijn huidig werk in een ziekenhuis begon, liep het al eens mis op vlak van communicatie met collega’s en patiënten. Omdat ik nog steeds niet altijd even gemakkelijk mijn aandacht erbij kan houden, neem ik opnieuw Rilatine, zeker met het oog op mijn studie verpleegkunde die ik later dit jaar start.’
Remi (18) heeft een andere ervaring. Zeven jaar geleden werd bij hem ADHD vastgesteld na alarmsignalen op school. ‘Ik heb toen heel even Rilatine geprobeerd, maar voelde mij er niet goed bij. Ook twee jaar later heb ik het opnieuw een tijdje geprobeerd, in verhoogde en verlaagde dosissen. Maar ik voelde mij neerslachtig, moe en niet mezelf. Ik veranderde naar een sportrichting met veel praktijk en weinig theorie. Dat leek op papier ideaal, maar ook hier drongen leerkrachten aan op het nemen van medicatie. Mijn ouders steunden mij in mijn keuze om geen medicatie te nemen, maar het heeft er wel toe geleid dat ik met mijn opleiding gestopt ben.’
Groen co-voorzitter Jeremie Vaneeckhout pleit
voor betere opvolging door de geestelijke gezondheidszorg
‘We hebben een belangrijke stap gezet door eerstelijnspsychologen gratis te maken voor kinderen en jongeren jonger dan 24 jaar, maar ook de Vlaamse regering moet in actie schieten. Wie na de terugbetaalde sessies bij een psycholoog doorverwezen wordt naar een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, komt daar terecht op een maandenlange wachtlijst. Dat is dweilen met de kraan open.’


