Met de invoering van nieuwe vervoersplannen, volgde De Lijn een aantal basisprincipes. Het aanbod zou meer aangepast worden aan de vraag. Concreet werden de lijnen op drukke assen versterkt en komen er nu ‘vervoersknooppunten’ (hoppinpunten) waar reizigers kunnen overstappen. Op een andere buslijn of naar een ander vervoermiddel. De focus van het nieuwe vervoersplan ligt dus meer op de drukke assen en de wegen daarnaartoe. Dat betekent dat die versterkt worden, met meer capaciteit of nieuwe haltes. Andere stops, die weinig of zo goed als niet gebruikt worden, werden afgeschaft.
Weinig inspraak
Dat hebben reizigers gemerkt. Veel afgeschafte haltes, andere routes langs wijken en niet meer erdoor, trajecten die niet meer in een keer afgelegd kunnen worden, maar met een, twee of soms zelfs drie overstappen. En dat allemaal op basis van cijfers en kaarten. Niet op basis van gesprekken met wie eigenlijk centraal staat in dit verhaal: de reizigers zelf. Adviesraden met gebruikers werden niet of veel te laat geraadpleegd. De plannen lagen al vast op het moment dat ze op tafel kwamen.
Nog vóór de effectieve invoering, was al duidelijk wat de grootste knelpunten zouden worden. Het protest dat nu overal de kop opsteekt, was voorspeld en had volgens heel wat middenveldorganisaties voorkomen kunnen worden met echte inspraak vooraf.
Een onvolledige aanbod
Het beloofde ‘Vervoer op Maat’ blijft dode letter. Om tegemoet te komen aan de basisbereikbaarheid zou een net van alternatieven uitgewerkt worden. Niet de belbus, want die verdwijnt in januari ook, maar deelfietsen, deelwagens, deeltaxi’s of busvervoer op maat (de ‘Flexbus’). De
verantwoordelijkheid voor het uitwerken van deze alternatieven ligt voor een groot deel bij de lokale besturen. Daar zien we vandaag weinig concrete oplossingen. De vraag is of dit in januari al anders zal zijn.
Recht op basisbereikbaarheid
Beweging.net ligt ook wakker van de aanpassingen. Gaëlle Beeusaert, provinciaal directeur in West-Vlaanderen: ‘De nieuwe evoluties in mobiliteit en het principe van combimobileit juichen we natuurlijk toe, maar dat mag niet ten koste gaan van het aanbod en de bereikbaarheid die er nu is. Buslijnen die wegvallen, zijn eenzijdige beslissingen die leiden tot vervoersarmoede bij tal van bevolkingsgroepen: ouderen, kinderen, kwetsbare mensen, maar zeker ook voor het (jammer genoeg) groter worden deel van onze samenleving die met financiële problemen kampt.’ Basisbereikbaarheid is voor beweging.net echt een recht, dat ook van cruciaal belang is voor sociale inclusie: ‘Daarom willen we geïntegreerd openbaar vervoer met extra aandacht voor een sociaal vervoersplan en dus focus op plaatsen waar de vervoersnood het hoogst is. Als we ons openbaar vervoer willen inschakelen om auto’s van de weg te halen, moeten we ook maken dat dit betaalbaar is voor mensen.’
Reacties uit het veld:
Brenda Tanghe, kwetsbare reiziger

Ruth Debaes, chauffeur en ACV-afgevaardigde

Het materiaal blijkt ook een heikel punt: ‘We hebben in Kortrijk bussen moeten afstaan aan andere stelplaatsen, omdat we ‘nog reserve’ hadden, maar daardoor konden we de defecten niet meer opvangen en zaten we met veel meer afgeschafte ritten. Soms moeten we een defecte bus de weg op sturen om een nog defectere bus te vervangen … De Lijn moet dringend meer garagepersoneel aanwerven en meer investeren in materiaal. De budgetten moeten hoger: in plaats van de aankoop van elektrische privéwagens te subsidiëren, kon men dat geld ook in duurzaam openbaar vervoer investeren.’
Luc Ghyselbrecht, actievoerder

Tekst Nele De Wachter
