Sinds 2019 is het aantal werknemers die via het werk een leasingfiets krijgen spectaculair toegenomen. Volgens berekeningen van Acerta gaat het op twee jaar tijd om een stijging van maar liefst 127,2 procent. Maar in zijn totaliteit bekeken gaat het om slechts 1,3 procent van alle werknemers. Het blijft dus met andere woorden een redelijk beperkt fenomeen.
Salarisfiets
Fietsleasing via de werkgever werkt in grote lijnen op dezelfde manier als een salariswagen, zij het met een veel kleiner budget. Het is dus een van de vele vormen van flexibele verloning die werkgevers kunnen inzetten. In plaats van het brutoloon betaalt de werkgever voor het gebruik van een fiets via een leasingcontract. Na afloop van de leasingperiode kun je de fiets in sommige gevallen tegen een restwaarde overkopen.
Volgens Chris Serroyen, hoofd van de ACV-studiedienst, zie je fietsleasing almaar meer opduiken in de zogenaamde cafetariaplannen van bedrijven. Dat zijn nieuwe verloningsvormen waarbij de werknemer binnen een bepaald budget kan kiezen uit een menu van voordelen, net zoals in een buffetrestaurant.
‘Natuurlijk is de keuze voor een bedrijfsfiets in plaats van een bedrijfswagen een goede zaak voor het milieu en de fileproblematiek’, aldus Serroyen. ‘Overigens ook voor de gezondheid. Maar het komt wel in de plaats van het brutoloon, en soms ook in de plaats van een loonsverhoging. Werkgevers trachten alsmaar meer bestaand brutoloon om te zetten in alternatieve loonvoordelen. In de beide gevallen betekent dat minder belastingen en bijdragen, wat ten koste gaat van de collectieve diensten en de financiering van de sociale zekerheid. In geval van werkloosheid, ziekte en pensioen loop je bovendien het risico op een lagere uitkering.’
Betere oplossingen
Om woon-werkfietsen aan te moedigen zijn er volgens Koen Repriels, economisch adviseur van de ACV-studiedienst, betere oplossingen dan gunstregimes als leasingfietsen. ‘Heel wat mensen wonen op fietsafstand van het werk, maar kiezen er toch voor om de fiets thuis te laten omdat er geen aangepaste fietspaden en wegeninfrastructuur is. Het is dus vooral de kwaliteit van de infrastructuur, de bereikbaarheid van de werkplek en afstand tot het werk die bepaalt of een werknemer de fiets kiest, niet het al dan niet krijgen van een bedrijfsfiets.’
Volgens Repriels moet de overheid dan ook in de eerste plaats meer investeren in een hogere en volledig kostendekkende kilometervergoeding voor wie met de fiets naar het werk komt, en dat voor alle werknemers. ‘Niet in het minst omdat werknemers met lagere lonen het zich ook niet kunnen veroorloven om loon te laten vallen in ruil voor een leasingfiets. De fietsvergoeding wordt momenteel nog steeds gezien als een gunstregime, niet als een algemene verplichting. Zij bestaat ook in duizend maten en gewichten. Daar moet dringend verandering in komen. Daarom pleit het ACV voor een veralgemening van de fietsvergoeding en het verder optrekken van het fiscaal vrijgestelde grensbedrag. Iedereen moet recht krijgen op hetzelfde bedrag per kilometer.’

