Vlamingen betalen volgend jaar 36 euro meer aan de zorgpremie, de individuele solidaire bijdrage voor de Vlaamse sociale bescherming. Dat geld wordt gebruikt om zorg – van een verblijf in een woonzorgcentrum tot het huren van mobiliteitshulpmiddelen – betaalbaar, bereikbaar en beschikbaar te maken. Het is een pot die we allemaal samen leggen om te benutten wanneer iemand van ons er nood aan heeft. En dat gebeurt, onder andere door de vergrijzing, steeds vaker. Het is dus verdedigbaar dat de solidariteitsbijdrage stijgt, als daarmee ook meer zorg volgt. Dat lijkt niet het geval te zijn.
De aangekondigde besparingen in de gezinszorg zijn onbegrijpelijk. De wachtlijsten voor jonge kinderen met ontwikkelingsstoornissen, autisme of andere psychische problemen blijven ellenlang. Het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden is nog steeds niet naar behoren geïndexeerd.
De ambitie uit het regeerakkoord om ‘te werken aan een warm en welvarend Vlaanderen’ klinkt zuur. Dat er gewerkt zal worden, daarover bestaat binnen de Vlaamse regering niet de minste twijfel. Maar met welke kwaliteit van leven, daar stel ik me ernstige vragen over. Als er gewerkt wordt dat de stukken ervan af vliegen, dan heeft dat zijn impact op gezinnen en op het sociale weefsel. Bovendien zijn we niet allemaal (nog) economisch productief, de enige maatstaf die lijkt te resten om gehoord te worden door het beleid.
Luc Van Gorp - voorzitter CM

