Vorige week kopten de kranten dat maaltijdcheques met 2 euro stijgen vanaf 1 januari. ‘Wij ondernemen actie om het nettoloon van werknemers te verhogen’, klopte minister van Werk David Clarinval (MR) zichzelf nog op de borst in het federaal parlement. Goed nieuws dus voor onze portemonnee, zou je denken, maar dat nieuws verdient toch de nodige nuance, waarschuwt het ACV.
Geen automatische verhoging
‘Eerst en vooral verandert er niets voor de mensen die geen maaltijdcheques ontvangen. Een kwart van de werknemers krijgt vandaag geen maaltijdcheques, onder wie huishoudhulpen en heel wat werknemers in kwetsbare statuten. Hun koopkracht gaat er dus niet op vooruit door de aangekondigde verhoging’, stelt de vakbond.
Maar ook voor wie er wél ontvangt verandert er niet automatisch iets. ‘Het enige dat werd aangekondigd door minister Clarinval is een verhoging van het plafondbedrag per maaltijdcheque van 8 naar 10 euro. Maar die verhoging gebeurt zeker niet automatisch. Daar moet altijd over onderhandeld worden tussen werkgevers en vakbonden in bedrijven en sectoren. De reactie van werkgeversorganisatie Unizo sprak alvast boekdelen.’
Perspectief belangrijk
‘Bovendien ontvangen veel mensen een bedrag dat lager ligt dan het huidige plafond van 8 euro. Dus ook voor die mensen zal niets veranderen, terwijl het leven ook voor hen steeds duurder wordt. Maar daar lijkt deze regering weinig aandacht voor te hebben.’
‘Perspectief op koopkracht is belangrijk. Maar de regering doet hiermee niets anders dan haar eigen akkoord uitvoeren. Een verhoging van het plafond geeft mensen ook nog géén zekerheid voor een stijging van koopkracht, dat moet per sector nog bekeken worden’, aldus de vakbond.
Hoewel het plafond voor maaltijdcheques stijgt van 8 naar 10 euro, wil dat niet zeggen dat elke werknemer ook plots hogere maaltijdcheques zal ontvangen. Dat zijn afspraken die op sector- of bedrijfsniveau bepaald worden.
