De parkeerkaart voor personen met een handicap geeft je, als chauffeur maar ook als passagier, het recht om te parkeren op voorbehouden plaatsen. Die plaatsen worden aangegeven door een blauw verkeersbord met een witte P en het pictogram van een person in een rolstoel. De kaart is persoonlijk: ze hoort bij een persoon, en niet bij een wagen. Niemand mag van de kaart gebruik maken als jij zelf niet aanwezig bent.
In een aantal gemeenten mag je gratis parkeren met de kaart. Dat is echter niet overal zo, dus informeer je best op voorhand. Je moet bovendien opletten, want het kan zijn dat je in een bepaalde gemeente wel gratis mag parkeren met een kaart, maar dat die vrijstelling niet geldt bij parkings die door private maatschappijen worden uitgebaat. Je moet het dus altijd ter plaatse checken.
Auto’s die niet toegelaten zijn in een lage-emissiezone krijgen onder bepaalde voorwaarden voor houders van een parkeerkaart toch toelating om de stad binnen te rijden.
De ‘scancars’ ter controle van de (geparkeerde) auto’s veroorzaken vaak een probleem, want die detecteren geen parkeerkaarten in de te verbaliseren auto’s. Je moet dus telkens onderhandelen over de boete. Dat is heel moeilijk omdat een parkeerkaart bij een persoon hoort en niet bij een geregistreerde auto.

