Als het puffen is op je werkplek, mag je verwachten dat je baas daar iets aan doet. Sterker nog: die is daartoe verplicht. Elke werkgever moet volgens de wet immers op voorhand nagaan waar het te warm kan worden om veilig of comfortabel te werken. Daar hoort een concreet plan bij, met maatregelen die meteen in werking treden als de temperatuur echt te hoog oploopt.
Elke werkgever moet volgens de wet op voorhand nagaan waar het te warm kan worden om veilig of comfortabel te werken.
Dat plan gaat niet zomaar eenzijdig uit van een baas of directie. Het moet eerst besproken worden met het comité dat mee waakt over de veiligheid op de werkvloer (het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk).
Is zo’n comité er niet op jouw werkplek? Dan loopt het overleg via de vakbondsafvaardiging of – bij gebrek daaraan – rechtstreeks tussen werknemer en -gever. Zo heb je inspraak in hoe er wordt omgegaan met hitte op het werk. Het is hoe dan ook wettelijk verplicht om medewerkers te betrekken bij het vastleggen van maatregelen.
Verfrissende dranken
De wet zegt ook wat je werkgever concreet moet doen als het écht warm wordt. Denk aan gratis verfrissende dranken, extra ventilatie, de werkbelasting verlagen of zelfs de werktijd inkorten met extra rusttijden als de warmte te lang aanhoudt. Dat laatste mag niet zomaar beslist worden: ook daar moet er eerst overleg zijn met de arbeidsarts en met de werknemersvertegenwoordigers.
Als de temperatuur nog net niet ‘te hoog’ is volgens de officiële normen, blijft je werkgever verplicht om voor een werkplek te zorgen die comfortabel en gezond is.
