Ann Vermorgen, voorzitter van het ACV, benadrukte in de Groep van Tien dat het federale regeerakkoord dat vorige week bekend raakte tot veel onzekerheid en onduidelijkheid leidt. ‘Mensen overstelpen ons met vragen: Zal de periode waarin ik zwaar ziek was nog gelijkgesteld worden of moet ik langer werken? Tellen de dagen waarin mijn werkgever me op tijdelijke werkloosheid zette nog als gewerkte dagen bij de pensioenberekening? Zal ik langer moeten werken en dat voor minder pensioen? Zal ik nog kunnen rekenen op het swt waarvoor ik al in opzeg sta? Krijg ik mijn uitkering nog?’
Veel inbreuken
Volgens de ACV-voorzitter begint het ook regeringsleden te dagen dat bijsturen nodig is. ‘Door onze informatiecampagne zien mensen nu de ware toedracht. Er zijn heel veel inbreuken op de afspraken die werkgevers- en werknemersorganisaties samen hebben gemaakt, interprofessioneel en sectoraal. Denk bijvoorbeeld aan de afspraken rond nachtarbeid waar de regering nu op wil ingrijpen (het akkoord schrijft voor om nachtarbeid pas vanaf 24 uur in plaats van om 20 uur te laten ingaan, met gevolgen voor premies van werknemers, red.).’
‘Ik lach niet met zulke verworven rechten. Ze zijn het resultaat van onderhandelingen. En onderhandelen, betekent altijd een broos evenwicht zoeken van geven en nemen. Daar kun je niet zomaar op inbreken.
Twee sporen
Het gesprek tussen de sociale partners en het kernkabinet is desondanks sereen verlopen, benadrukt Vermorgen. Er zal nu een werkagenda voor het sociaal overleg opgesteld worden door de premier. Vermorgen zegt daarbij twee sporen te bewandelen: ‘Wij vertrekken vanuit de realiteit van mensen en onze expertise om te zorgen voor bijsturingen. We proberen altijd om tot akkoorden te komen. Ik ben altijd bereid tot overleg, dag en nacht. Dat is onze verantwoordelijkheid als sociale partner. Maar nu maakt men het ons wel heel moeilijk, met werkgevers- en werknemersorganisaties die ongelijk aan de start staan.’
‘Daarom blijven we druk zetten met acties, de krachtsverhoudingen moeten in evenwicht gebracht worden. Werkgevers worden door De Wever-I op hun wenken bediend: met twee miljard aan lastenverlagingen en compensaties. De balans is zoek. De manifestatie van morgen is belangrijk om te tonen wat er leeft in de samenleving: bij werknemers, gepensioneerden, bij wie ziek of werkzoekend is. Ook armoedeorganisaties, ziekenfondsen en de ngo-sector laten hun stem horen.’

