Zes op de tien mensen die vandaag leven met of herstellende zijn van een langdurige of ernstige aandoening, zijn aan het werk. Meestal na een lange periode van afwezigheid: tussen de zes maanden en twee jaar. Nog eens twee derde van wie momenteel niet werkt, wil graag opnieuw aan de slag. Dat blijkt uit een grootschalige studie van Kom op tegen Kanker en het Vlaams Patiëntenplatform.
Ruim driekwart van de meer dan 1.300 bevraagde mensen werkte voltijds voor ze ziek werden. De meesten kregen een kankerdiagnose, maar ook burn-out, spier- en skeletaandoeningen, fibromyalgie en long covid maken werken moeilijk. Na hun diagnose werkt nog zeventien procent voltijds, vierenveertig procent werkt deeltijds.
Ook uit onderzoek van HR-dienstenbedrijf Acerta blijkt re-integratie van langdurig zieken een omvangrijke uitdaging. Negen op de tien bedrijven heeft minstens één langdurig zieke werknemer (gehad). Zes op de tien kon iemand opnieuw laten starten, maar vaak zonder duidelijke afspraken of opvolging.
Deeltijds herbeginnen
Bij wie een herstart lukt, gebeurt dat vaak met een gedeeltelijke werkhervatting, waarbij de ziekte-uitkering gecombineerd wordt met deeltijds werk. Dat blijkt cruciaal voor wie opnieuw wil meedraaien, maar wordt nauwelijks beloond.
Maarten Gerard, hoofd van de studiedienst van het ACV, noemt dat contraproductief: ‘Periodes van ziekte worden niet zomaar gelijkgesteld met gewerkte periodes bij eventuele latere werkloosheid, en voor de pensioenmalus tellen ze niet zonder meer mee. Mensen die inspanningen doen om terug te keren, verliezen zo hun rechten.’
Discriminatie
Meer dan de helft van de langdurig zieken noemt financiële zekerheid als belangrijkste drijfveer om weer te gaan werken, gevolgd door het gevoel opnieuw nuttig te zijn. Toch lukt dat niet altijd. Wie solliciteert, botst op vooroordelen door een langere periode van ziekte. Slechts acht procent van de langdurig zieken die solliciteren, heeft een positieve ervaring. Vier op de vijf voelt zich gediscrimineerd door hun ziekte, en drie op de vier denkt dat hun kansen op werk daardoor kleiner zijn. Wie terugkeert, botst eveneens op grenzen. De helft vindt het werk zwaarder dan vroeger. Iets meer dan de helft zegt dat werken hun welzijn verbetert. Deeltijds werk, aangepaste taken en flexibele uren zijn vaak doorslaggevend.
Wettelijke verplichting
Aan werkgeverszijde is het beeld zorgwekkend. 84 procent zegt een vorm van re-integratiebeleid te hebben, maar slechts 43 procent heeft dat formeel vastgelegd. Zo’n beleid is nochtans wettelijk verplicht in bedrijven met minstens 50 werknemers.
Maarten Hermans, expert welzijn op het werk bij het ACV, noemt dat problematisch: ‘Meer dan de helft van de werkgevers respecteert de wet niet. Zonder formeel beleid blijft alles afhangen van de goodwill van een leidinggevende. Dat leidt tot willekeur en ongelijkheid.’
‘Langdurigen zieken hebben geen sancties nodig, maar hulp om hun weg terug te vinden.’
Ann Vermorgen, ACV-voorzitter
Volgens Hermans ontbreekt bovendien structurele preventie: ‘Re-integratie en preventie moeten hand in hand gaan. Anders blijf je proberen individuele gevallen te herstellen, terwijl de oorzaken van uitval blijven bestaan.’
Nog een opvallend cijfer: van de werkgevers zonder re-integratiebeleid zegt slechts 56 procent er een te willen uitdenken ondanks de wettelijke verplichting.
Ondertussen blijft de overheid inzetten op controle. ‘Dubbel problematisch’, zegt ACV-voorzitter Ann Vermorgen. ‘Deze studies tonen net dat de meeste mensen gewoon weer willen meedoen. Ze hebben geen sancties nodig, maar hulp om hun weg terug te vinden.’
Tine (60, schuilnaam) kreeg drie keer kanker
De laatste keer namen artsen een halve long weg. Voltijds werken lukt niet meer. Omdat ze wil blijven bijdragen, maar geen aangepast werk vindt, startte ze een leesgroep.
‘Ik word kwaad als ik hoor dat langdurig zieken geactiveerd moeten worden. Alsof we niet ziek zijn. Ik wil werken, en dat kan als dat op een haalbare manier mag.In korte blokken bijvoorbeeld. Mijn lichaam laat alleen dat toe.’
‘Ik heb drie keer kanker gehad. Telkens opnieuw revalideren, verder doen, mijn kinderen grootbrengen. Werken gaf mij een plaats in de samenleving. Al meteen na de eerste keer begreep ik dat ik het zelf zou moeten organiseren. Ik begon met kleine cursussen. Vijf weken na elkaar, telkens drie uur per week. Zo hou ik ritme zonder te moeten opgeven. Maar het systeem wringt en schuurt, het laat weinig werken naast je uitkering nauwelijks toe. De wetgeving is complex en omhelst veel papierwerk. Het systeem zou ons net moeten helpen.’

