In 2021 kon de NMBS-reiziger gebruikmaken van een van de 112 709 plaatsen voor de fiets in de stationparkings. Niet niets, maar de Nederlandse Spoorwegen biedt met ruim 500 000 fietsplaatsen wel bijna een vijfvoud aan. Dat terwijl Nederland slechts 400 stations telt, tegenover 550 in ons land. ‘Het effect daarvan is heel duidelijk zichtbaar’, zegt Koen Repriels, mobiliteitsexpert van het ACV. ‘Nederlanders maken veel vaker gebruik van gecombineerd vervoer voor hun woon-werkverkeer dan wij. Het is er makkelijk om de eerste en laatste kilometers met de fiets af te leggen. Voor de grotere afstand springen ze de trein op, terwijl ze gerust zijn dat bij terugkomst hun fiets er nog staat.’
Repriels benadrukt dat hij blij is met de inspanningen van de NMBS om de combinatie van fiets en trein aantrekkelijker te maken. De vandaag gelanceerde website om na te gaan welke trein het meest geschikt is om je fiets mee te nemen, is daar een voorbeeld van. ‘Ieder initiatief om duurzame mobiliteit makkelijker te maken, juichen we toe.’ Maar ook voor de pendelaar die voor of na de treinrit pas de fiets neemt, moeten er meer inspanningen komen, vindt hij.
Helemaal zelf betalen
‘Voor die inspanningen moeten we niet alleen naar de NMBS zelf kijken. Ook overheden en werkgevers hebben daarin een rol te spelen. Want momenteel krijg je in veel gevallen je treinabonnement naar werk tenminste gedeeltelijk terugbetaald, maar als je dat wilt combineren met bijvoorbeeld een deelfiets als Blue-bike of je wil een abonnement voor een beveiligde fietsen- of autostalling, betaal je dat laatste helemaal zelf. Slechts een heel kleine minderheid (zes procent) van de werknemers ontvangt meer dan één tegemoetkoming bij gecombineerde verplaatsingen.' Om dat op te lossen vraagt het ACV een uitbreiding van de zogenaamde 80/20-regeling. Met dat systeem betalen zowel werkgevers als de federale overheid de abonnementskosten voor de trein of de MIVB. Die regeling wil de vakbond uitgebreid zien naar bijhorende kosten als een deelfiets of bewaakte fietsparking. Zo draaien mensen niet zelf financieel op voor de kosten van duurzame mobiliteit, is de redenering.
Niet alleen de vakbond is vragende partij voor een betere regeling. Ook de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Nationale Arbeidsraad, waarin ook werkgeversorganisaties zetelen, adviseerden in 2021 nog voor een betere regeling voor de combinatie van fiets en openbaar vervoer.
Vraag bijhouden
Repriels: ‘Natuurlijk moet het aantal deelfietsen en bewaakte fietsparkings de vraag kunnen bijhouden. Ook daar zullen dus investeringen nodig zijn.’ Het potentieel is er alleszins, want ook de NMBS erkent dat het gebrek aan veiligheid en onvoldoende plaats om de fiets te stallen aan het station op dit moment reizigers ervan weerhoudt de fiets met de trein te combineren.
Daarnaast moeten we ook minder rigide zijn in de tegemoetkoming voor die pendelkosten, gaat de mobiliteitsexpert verder. ‘Het is niet omdat je in de zomer graag fietst en daarvoor een vergoeding krijgt, dat je dat heel het jaar door wil doen. In de winter neem je misschien liever de bus of trein. De financiële tussenkomst voor die verschillende transportmiddelen zou je gedrag flexibel moeten kunnen volgen.’

