Volgens de welzijnswetgeving moeten de werknemers zich tijdens de werkuren vrij naar de toiletten kunnen begeven. De tijd die je doorbrengt op het toilet geldt als arbeidstijd. Je baas mag niet bijhouden hoe vaak en hoelang je de toiletten gebruikt.
Wanneer je in een functie werkt waar het niet mogelijk is om de werkplaats te verlaten – zoals aan een lopende band – zijn er in de regel werknemers die kunnen inspringen. Er zijn bedrijven waar men het toiletbezoek tracht te beperken en omkaderen, maar dat is dus in feite onwettig.
Een werkgever moet minstens één toilet per vijftien mannelijke en één per vijftien vrouwelijke werknemers die gelijktijdig tewerkgesteld worden ter beschikking stellen. Per vier toiletten moet er ook minimaal één wastafel zijn. In functie van het werk zorgt de werkgever voor koud of warm water, zeep of een aangepast reinigingsmiddel. Deze moet hij uiteraard gratis en in voldoende mate aanbieden.
Door de coronapandemie worden momenteel nog bijkomende welzijnseisen gesteld. De social distancing, grondige verluchting en netheid moet altijd gerespecteerd worden. Dat kan door onder andere extra toiletten te plaatsen en het aantal mensen dat gelijktijdig de toiletruimte gebruikt te beperken.

