Gezin
‘Ik begon aan het scenario voor J’aime la vie kort nadat bij mijn oudste broer uitgezaaide maagkanker ontdekt werd, net zoals bij het hoofdpersonage Mira. In de film zijn heel wat van mijn eigen levenservaringen verwerkt. In volle voorbereiding kreeg mijn zoon te horen dat hij beenmergkanker in een vergevorderd stadium heeft. Het deed mij fel twijfelen om door te gaan. Vooral dankzij de steun van mijn gezin en de ploeg waarmee ik werkte is de film er toch gekomen. Het filmmaken heeft me uiteindelijk enorm geholpen in het verwerkingsproces.’
Waardering
‘Er is veel te weinig waardering voor de zorgberoepen in onze samenleving. Dat besef ik pas ten volle sinds de diagnose van mijn zoon. We zijn zelf maar bange ouders die eigenlijk niet veel kunnen doen in deze situatie. Ik ben de medewerkers in het ziekenhuis ontzettend dankbaar dat zij naast hun eigenlijke zorgtaak meer dan hun best doen om ook de tijd te nemen om te luisteren naar al onze zorgen en noden. Daar elke dag weer klaarstaan voor palliatieve patiënten en hun naasten, dat is geen kattenpis en verdient zoveel meer dan wat we hen vandaag geven.’
Anders
‘Een van de mooiste commentaren kreeg ik bij een televisieprijs voor de tv-reeks Marsman. De slotzin van het juryverslag was Het is oké om anders te zijn. Dat is net wat ik wil uitdragen met al mijn projecten. In J’aime la vie wil het personage Sam graag een meisje zijn. Ik vond het belangrijk om te tonen dat dat deel van het leven is, zonder dat het een pamflet of film daarover is.’
Raken
‘Zolang ik mij kan herinneren ben ik gefascineerd door verhalen. Als kind hing ik aan de lippen van mijn groottante. Zij vertelde over hoe ze naar Frankrijk moest vluchten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat raakte mij echt. Er is voor mij geen groter compliment dan wanneer iemand me na een voorstelling, film of serie zegt dat hij of zij geraakt werd. Dat kan zowel met een lach als met een traan. Dat is waar ik mijn energie uit haal. Dat is mijn voornaamste drijfveer.’
Verbinding
‘Op sociale media kraken mensen elkaar voortdurend af om hun uiterlijk, hun bestaan, hun mening … Vanwaar komt die nood om anderen te veroordelen en hen de grond in te boren? Wij lijken het precies verleerd om te leven en te laten leven. Het leven is nochtans een stuk mooier en eenvoudiger wanneer je anderen in hun waarde laat. In deze soms cynische tijden hebben we allemaal meer nood aan echte verbinding.’

