De langverwachte pensioenhervorming van minister Lalieux draaide uit op een sisser. De verhoging van het minimumpensioen naar 1 500 euro, een belangrijke eis van diverse belangengroepen en vakbonden, was daarbij de enige noot die positief onthaald werd. Maar de term minimumpensioen werpt heel wat verwarring op. ‘Veel mensen denken dat ze er sowieso recht op hebben, maar dat klopt helaas niet,’ legt pensioenexperte bij OKRA Delphine Schedin uit. ‘Het gaat hier om het gewaarborgd minimumbedrag voor mensen met een volledige loopbaan.’
Je (toekomstig) pensioen wordt doorgaans berekend op basis van je looninkomsten die je gedurende je loopbaan ontvangen hebt. Daarvan ontvang je op het einde van de rit een aandeel dat in verhouding staat met het aantal jaren die je effectief gewerkt hebt. Heb je een volledige loopbaan van 45 jaar achter de rug én zou je pensioen op dat moment volgens de berekeningen onder de grens van het gewaarborgd minimumpensioen vallen, dan wordt het opgetrokken tot het op dit moment geldende minimum van 1 490,27 euro netto per maand. Wanneer je echter géén volledige loopbaan bereikt, dan ontvang je slechts een proportioneel aandeel.
Om aanspraak te maken op een verhoging tot het gewaarborgd minimumpensioen zijn de voorwaarden afgelopen zomer ook verstrengd. Zo moet je nu onder andere minimaal een loopbaan hebben van 30 jaar, waarvan 20 jaar, oftewel 5 000 werkdagen lang minstens in een viervijfderegime. Daarbij tellen enkel nog het zwangerschaps-, borstvoedings- en palliatief zorgverlof mee als gelijkgestelde periode in de berekening van je pensioenrecht. Ziektedagen tellen niet meer volledig mee, werkloosheidsdagen zelfs helemaal niet meer. ‘Door die tewerkstellingsvoorwaarde toe te voegen voor de toegang tot het minimumpensioen zullen voornamelijk minder vrouwen recht hebben op het minimumpensioen, omdat zij vaker deeltijds werken of thuis blijven voor de opvoeding van de kinderen’, voegt Schedin toe. Dat wordt ook bevestigd door een onderzoek van het Kenniscentrum pensioenen.
Al jaren klinkt de roep om een verhoging van het minimumpensioen naar 1 500 euro netto. Bij de pensioenhervorming van afgelopen zomer beloofde minister Karine Lalieux (PS) zelfs om dat minimum op te trekken tot 1 640 euro netto. Maar lang niet iedereen krijgt het minimum, ondanks de misleidende naam.
