Het aantal geweigerde aangiftes van arbeidsongevallen zit duidelijk in de lift. In 2020 werden 13,4 procent van alle arbeidsongevallen geweigerd door de verzekeraars. Dat is het hoogste cijfer tot nu toe. Daarbij zijn er grote verschillen tussen de verzekeringsinstellingen. Ethias weigerde maar liefst 20 procent van alle aangiftes en staat daarmee met stip op de eerste plaats, terwijl Belfius als laatste op de lijst staat met slechts 6,9 procent weigeringen. ‘Dat verschil is best wel opmerkelijk’, zegt Stijn Gryp, hoofd van de dienst onderneming van het ACV. ‘Het is volgens mij bijzonder onwaarschijnlijk dat het soort arbeidsongevallen bij de Federale Verzekering en Ethias sterk verschilt van deze van werknemers die via hun werkgever bij pakweg KBC en Belfius zijn verzekerd.’
Interimkrachten
De cijfers van de voorbije 10 jaar tonen ook aan dat het aantal weigeringen stelselmatig gestegen is. In 2010 lag het aantal geweigerde ongevallen nog onder de 10 procent. Wanneer we teruggaan naar de jaren ’80 was dat zelfs maar 2,5 procent. ‘Dat doet serieuze vragen rijzen bij de manier waarop verzekeraars vandaag aangiftes voor arbeidsongevallen beoordelen. Van interimmers weten we dat ze vaker dan andere werknemers slachtoffer zijn van een arbeidsongeval. En alsof dat al niet voldoende is, worden zij ook nog eens geconfronteerd met bijzonder hoge weigeringspercentages.’
Volgens onderzoek van Fedris zouden deze weigeringen volgens het boekje verlopen zijn. Maar Stijn Gryp maakt zich daar toch bedenkingen bij. ‘Als we verder kijken dan deze uitleg, dan zien wij dat een gebrek aan medewerking van het slachtoffer en het ontbreken van bewijzen de voornaamste redenen zijn voor weigeringen bij arbeidsongevallen van interimmers. Maar wie tijdelijk aan de slag is bij een bedrijf besteedt vaak weinig aandacht aan een arbeidsongeval, zeker wanneer het niet al te ernstig is of de gevolgen niet meteen duidelijk zijn. Toch hebben ook zij recht op een correcte erkenning van, en vergoeding voor hun arbeidsongeval.’
Onterechte weigeringen
Vorig jaar voerde Fedris in totaal 2797 controles uit na weigeringen van de verzekeraars. Die controles kwamen zowel na klachten door het slachtoffer of door andere instanties zoals de vakbonden, maar er werden even goed toevallige steekproeven uitgevoerd na weigeringen. Daarvan bleken in totaal 13,9 procent onterecht geweigerd. ‘Wanneer je datzelfde percentage toepast op het totaal aantal weigeringen, dan kom je aan 2447 onterechte weigeringen. Dat gaat om werknemers uit de privésector die geen enkele vergoeding gekregen hebben voor hun ongeval. Dat is vrij hallucinant en vraagt om een vastberaden aanpak,’ aldus Stijn Gryp.
Om het aantal weigeringen te laten dalen, zijn er volgens het ACV verschillende pistes mogelijk, stelt Gryp. ‘In eerste instantie moeten de slachtoffers onmiddellijk een kopie krijgen van de arbeidsongevallenaangifte die de werkgever heeft gedaan. Zo weten ze of de aangifte effectief gebeurde en kennen ze de inhoud ervan. Daarnaast moet Fedris over voldoende personeel en moderne werkingsmiddelen beschikken om het wangedrag van sommige verzekeraars ten gronde aan te pakken. Vooral de personeelsbezetting is er vandaag ondermaats. Nochtans zou een investering in Fedris een kostenbesparing opleveren voor zowel de overheid, het slachtoffer als de werkgevers. Bij een geweigerd ongeval komt het slachtoffer vaak ten laste van de ziekteverzekering en moet de werkgever instaan voor het gewaarborgd loon. De verzekeraars innen de verzekeringspremies, maar schuiven de kosten door naar de ziekteverzekering, het slachtoffer en de werkgever.’

