De sfeer zat er goed in, vanmorgen op de vakbondsmanifestatie voor de koopkracht. Ik was er ook, in een fijn hoekje van de stand van ACV Puls. Honderden keren heb ik het gezegd tegen de betogers die een pet of een hesje kwamen halen: ‘Draag ook een wit lintje, tegen de verhoging van de militaire uitgaven.’ Voor veel manifestanten was het ook de logica zelve: ‘Ja, natuurlijk, dat doe ik.’
Ik voelde een soort natuurlijke eenheid tussen de vakbeweging en de vredesbeweging. Met alle respect voor de getallen: de tienduizenden groene en rode hesjes die langstrokken enerzijds, een bescheiden handvol vredesactivisten langs het parcours. Het is meer dan ooit tijd om die natuurlijke eenheid te verduidelijken en te versterken. Want zo versterken we elkaar.
Onze regering stak dit weekend nog een handje toe om de noodzaak van een sterke link tussen vak- en vredesbeweging aan te tonen. Er werd immers een princiepsakkoord gesloten om tegen 2035 de defensie-uitgaven te verhogen tot twee procent van het BBP. De lichtvoetigheid waarmee het akkoord gesmeed werd, is stuitend voor wie ooit moeizame onderhandelingen over de loonnorm of over de uitbreiding van budgetten voor de zorg meemaakte.
‘De lichtvoetigheid waarmee het akkoord om de defensie-uitgaven te verhogen werd gesmeed, is stuitend voor wie ooit moeizame onderhandelingen over de loonnorm meemaakte’
Stefan Nieuwinckel
Laat ons er toch even van dichterbij naar kijken. Het is oorlog, we moeten helpen, daarom moeten de budgetten naar boven. Laat ons even aannemen dat dat waar is. Zal die oorlog, die ons nu tot urgentie dwingt, in 2035 nog woeden? Voor welke oorlog zal het budget dan nodig zijn? Maar het is om oorlog te voorkomen. Oké, de verzamelde defensiebudgetten van de Europese landen zijn twee keer zo hoog als de Russische. Hebben ze een potentaat tegengehouden om over de rooie te gaan? Zal dat wel zo zijn als we drie keer zoveel budget steken in defensie?
Op mijn terugweg dacht ik: eigenlijk is het aan niemand eenvoudiger dan aan een vakbondsafgevaardigde om uit te leggen hoe kaduuk de redenering is. Defensie gaat over veiligheid. Laat nu net ook veiligheid – op de werkvloer – een primaire bekommernis van de vakbeweging zijn. Natuurlijk hoort daar (financiële) bescherming bij van wie getroffen wordt door een arbeidsongeval, natuurlijk horen daar aangepaste EHBO-lokalen en -hulpposten bij. Maar is niet de echte bekommernis – en de volle verantwoordelijkheid van de werkgever – de arbeidsplaats en de productieprocessen zo in te richten dat er geen arbeidsongevallen gebeuren? Wat zou een comité veiligheid en gezondheid zeggen als de patron kwam vertellen dat er een probleem is met gevaarlijke stoffen, en er daarom meer gevaarlijke stoffen zullen worden opgeslagen? Het is dat soort cheque dat onze regering dit weekend getekend heeft.
Die twee procent van het BBP betekent in centen vijf miljard op jaarbasis extra. Uiteraard tegen 2035. En elke regeringspartij had wel zijn prioriteit die niet in het gedrang mag komen door deze extra euro’s. Hoe gaan we dat doen? Met geen enkele algebra krijg ik daar vat op. Een euro kan je maar één keer uitgeven, en hier vinden vak- en vredesbeweging zich op de meest directe manier. De vredesbeweging gelooft dat je vandaag vrede maakt door te investeren in de klimaatomslag en in sociale rechtvaardigheid.
‘De vredesbeweging gelooft dat je vandaag vrede maakt door te investeren in de klimaatomslag en in sociale rechtvaardigheid’
Stefan Nieuwinckel
In klimaatneutraliteit moet je investeren, in zorg en onderwijs moet je investeren. Zo zorg je voor resultaat, kwaliteit en goede banen. Datzelfde geldt voor de vrede. Een blauwdruk bestaat daarvoor niet. Een routekaart wel, met daarop: (1) een echte uitbouw voor de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa bijvoorbeeld, een organisatie die van de Oeral tot Canada loopt en door diplomatieke dialoog conflicten kanaliseert; (2) ondersteuning van democratische processen en groepen in landen met een onderdrukkend regime; en (3) minstens een uitstap uit de zeer destructieve kernbewapening. Als we al deze pistes concreet maken, komen vak- en vredesbeweging elkaar ontelbare keren tegen in toekomstgerichte projecten.
Wel denk ik, terwijl ik de woorden laat stromen, dat de vredesbeweging de vakbeweging en andere sociale bewegingen dan iets verschuldigd is. De slogans van de vredesbeweging zijn gekend, en mijn witte lintjes kwamen met een overtuigde knip in goede handen. De aarzeling in de ogen komt dikwijls bij de vraag: en nu concreet? Aan die concretisering, en het telkens opnieuw uitleggen, moeten we verder werken. Het pad is er heus, aan ons om het te laten zien.
P.S.: Ondertussen vergaderen de staten die het verbodsverdrag op kernwapens ondertekenden in Wenen op hun eerste toetsingsconferentie. Ons land ondertekende dit verdrag nog niet – weet je wel, die kernwapens in Kleine Brogel en die NAVO-verplichtingen – maar besliste op de laatste minuut wel een waarnemer te sturen. Het proces rond het verbodsverdrag is zo’n concreet pad, misschien nog te weinig bekend. Maar dat hebben jullie dan toch al mee.
