Eén op de zeven vrouwen in België krijgt in haar leven de diagnose van borstkanker te verduren. Maar hun overlevingskansen nemen jaar na jaar toe. Cijfers van het Belgische Kankerregister wijzen in 2021 op een gemiddelde overlevingskans van 92,1 procent. ‘Een aantal decennia geleden zat dat nog rond de 70 procent’, zegt dokter Veronique Le Ray van Stichting tegen Kanker.
Andere cijfers, uit een recent rapport van het Vlaams Instituut voor de Kwaliteit van Zorg (VIKZ) – over de periode 2014-2018 – leert dat 94,1 procent van de patiënten vijf jaar na de diagnose nog in leven is. Bij het vorige rapport, over de periode 2009-2013, was dat 91,6 procent. Hoewel die cijfers dus enigszins verschillen, is ook daar een toename van de overlevingskansen duidelijk.
Volgens Le Ray heeft dat vooral te maken met de grotere toegankelijkheid van borstkankerbehandelingen, een goede vroegtijdige opsporing en wetenschappelijke vooruitgang in behandelingsmethoden.
‘Als we bovendien kijken naar de overlevingskansen in erkende en niet-erkende klinieken’, voegt Ward Rommel van Kom op tegen Kanker toe, ‘zien we dat inzetten op expertisecentra de slaagkansen van een behandeling sterk verbetert.’
Vorig jaar wees een rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg uit dat een behandeling buiten een erkende borstkliniek 30 procent meer kans geeft op overlijden binnen de vijf jaar, dan bij een behandeling in een erkende borstkliniek. ‘Daar heb je op één plaats verschillende, multidisciplinaire expertises’, legt Veronique Le Ray uit. ‘Oncologen, radiologen, diëtisten, psychologen … werken er samen een behandelplan uit. Dat zorgt voor ervaring en maakt dat je een behandeling sneller kunt doorlopen.’ Om een erkenning te verkrijgen, moet een borstkliniek ook minimaal 125 diagnoses per jaar stellen. Dat moet de ervaring op peil houden, al haalt niet elke borstkliniek die drempelwaarde.
‘De aanpak van borstkanker is een goed voorbeeld van hoe gespecialiseerde klinieken een verschil kunnen maken’, aldus Céline De Spiegeleire van CM. ‘We moeten ook voor andere behandelingen kennis en expertise concentreren zodat de patiënt kwaliteitsvolle zorg krijgt, al moeten die centra wel gemakkelijk bereikbaar blijven voor patiënten.’

