In de vorige federale regering maakte toenmalig minister voor Werk Kris Peeters (CD&V) het mogelijk om via praktijktests discriminatie op de arbeidsmarkt op te sporen. Via valse sollicitatiebrieven zou blijken of werkgevers de sterkste profielen uitnodigen, ongeacht de leeftijd, het geslacht, de afkomst of een eventuele beperking van de kandidaten.
Onlangs bleek dat die praktijktests echter dode letter bleven. Dat hoeft niet te verbazen, want er kan pas een onderzoek worden opgestart na een klacht en de toestemming van de arbeidsrechtbank. Een gemiste kans, want praktijktests tonen effectief discriminatie aan, zijn een goed middel om te sensibiliseren en zijn – indien nodig – een stok achter de deur voor wie hardleers is.
Op meerdere domeinen gebeuren al praktijktests. Het federale voedselagentschap FAVV stuurt inspecteurs op pad om te controleren of de voorschriften rond veiligheid en hygiëne worden gerespecteerd. Om na te gaan of verkopers van loterijproducten krasloten aan minderjarigen verkopen, worden jonge mystery shoppers ingezet. Al die testen missen hun effect niet, wat toont dat ze breder toegepast kunnen worden.
Onderzoeken van Stijn Baert (UGent, UAntwerpen) en Pieter-Paul Verhaeghe (VUB) met praktijktests tonen immers aan dat zowel op de arbeidsmarkt als op de huurmarkt gediscrimineerd wordt, vooral – maar niet uitsluitend en niet overal in even sterke mate – op afkomst. Eenvoudige en transparante procedures voor praktijktests zouden dat kunnen aanpakken. Binnenkort wordt wel een wet gestemd om mystery calls makkelijker te maken. Ook komen er sectorale nulmetingen op Vlaams niveau. Die moeten leiden tot actieplannen per sector om discriminatie tegen te gaan.
Praktijktests zijn een krachtige manier om overtredingen aan te tonen en zijn een middel om wie volhardt te bestraffen.
