De onderzoekers tonen in hun studie aan dat het totale vermogen van de rijkste één procent Belgen bijna een kwart van alle vermogen bezitten. Daarmee valt de nieuwe berekening een stuk hoger uit dan wat tot nu toe werd gedacht. ‘Het is moeilijk te zeggen of de ongelijkheid effectief is toegenomen of de berekening nu hoger uitvalt door andere, meer betrouwbare gegevens of een ietwat verbeterde schattingsprocedure,’ legt onderzoeker Arthur Apostel van het HIVA uit.
In vergelijking met het buitenland doet België het gemiddeld. ‘Maar je kunt die gegevens van verschillende landen niet helemaal met elkaar vergelijken. Elke studie gebruikt haar eigen meet- en rekenmethodes,’ vult hij aan. ‘Voor België bestaat er op dit moment geen vermogenskadaster, dus de enige bron die we hiervoor kunnen gebruiken is een representatieve enquête uitgevoerd door de ECB. Maar die gegevens moeten altijd gecorrigeerd worden. Het geeft wel een eerste indicatie van de vermogensongelijkheid, maar het is geen exacte wetenschap. Zo zijn bijvoorbeeld de grootste vermogens niet opgenomen in die enquête. Daarom gaan wij met statistische rekenmodellen aan de slag om een zo juist mogelijke berekening van de vermogensongelijkheid te krijgen. Ook dat leidt tot een schatting. Om volledige zekerheid te krijgen is een vermogenskadaster noodzakelijk.’
Belastingontduiking
Uit het onderzoek blijkt ook dat een eenmalige vermogensbelasting het begrotingstekort flink zou kunnen doen dalen. ‘Er zijn in het verleden al verschillende voorstellen gelanceerd voor een dergelijke belasting. Naar gelang het voorstel kan dat de staatskas tussen 5,9 en 43,1 miljard euro opleven. Dat is in het beste scenario voldoende om de volledige factuur van de coronacrisis te betalen.’
Apostel merkt wel op dat er rekening gehouden moet worden met eventuele belastingontduiking. ‘Natuurlijk is dat een factor die je zeker moet meenemen in de berekening. Wij baseren ons hiervoor op waarnemingen van belastingontwijking- en ontduiking uit Denemarken. Voor sommige voorstellen leidt dat tot een halvering van de te verwachten belastingopbrengst. Maar zelfs uitgaande van een relatief hoge belastingontwijking en -ontduiking, zouden sommige belastingvoorstellen volstaan om de helft coronafactuur te financieren.’
Permanente vermogensbelasting
Het is niet evident om een dergelijke vermogensbelasting in te voeren in België, legt fiscaal expert Ive Rosseel uit. Zo was er al de eerste versie effectentaks, die bestond uit een jaarlijkse heffing van 0,15 procent op beleggingen op effectenrekeningen met een waarde van minstens 500 000 euro. Maar de invoering daarvan liep allerminst van een leien dakje. ‘De eerste versie van de effectentaks werd destijds afgeketst door het Grondwettelijk Hof, omdat er in de tekst als doestelling geformuleerd werd om grote vermogens te laten bijdragen. Maar omdat er in de wettekst alleen maar sprake was van een belasting op bepaalde delen van het vermogen, werd geoordeeld dat die taks discriminerend was, zeker omdat aandelen op naam niet geviseerd werden. Daarom is het belangrijk dat als het de doelstelling is de grote vermogens te belasten, alle vormen van vermogen belast worden, zodat er van discriminatie geen sprake meer kan zijn.’ Ook de tweede versie van de effectentaks, die juridisch beter in elkaar zit, kan mogelijk nog vernietigd worden in de toekomst.
Hoe ziet het ACV de oplossing voor de vermogensongelijkheid? Rosseel schetst alvast een mogelijk scenario. ‘De studie gebruikt rekenkundige modellen die een zeer goede indicatie geven maar waarbij je altijd een kleine foutmarge hebt. Ons voorstel is daarom een vermogenskadaster en op basis daarvan een permanente vermogensbelasting in te voeren. Daarin zouden alle vormen van vermogen opgenomen zijn, dus niet enkel wat op de rekening staat, maar ook vastgoed, kunst en ga zo maar door. Het is ook de bedoeling enkel de zeer vermogenden te viseren.’
Ook ACV-voorzitter Marc Leemans dringt op Twitter aan op maatregelen om de vermogensongelijkheid te verminderen. ‘Om de lusten van de happy few te ontzien, liggen de zware lasten op gewone mensen. Dit zo laten is een politieke keuze. Dit veranderen evenzo. Wie maakt politieke keuzes in belang van gewone mensen en van het volk?’

