De Vlaamse regering presenteerde onlangs haar visie op de industrie van de toekomst in een conceptnota. Die kwam er in het kader van het Belgisch voorzitterschap van de Europese Raad in de eerste helft van dit jaar. Met 340.000 banen werkt zo’n twaalf procent van de actieve bevolking in de basisindustrie, met de chemische, staal-, raffinage- en ijzersector.
‘Alleen lijkt de regering nauwelijks om te kijken naar die honderdduizenden mensen’, zegt ACV-adviseur Koen Repriels duidelijk gefrustreerd. ‘De regering verengt het hele industriebeleid louter tot economie en innovatie. Er is vooral aandacht voor manieren om onze bedrijven weerbaar te maken tegen bijvoorbeeld de Chinese industriële pletswals. Nochtans wordt onze industrie gedragen door mensen die er met kennis van zaken werken. Die sociale factor is bijna helemaal vergeten door de Vlaamse regering.’
‘Het is duidelijk dat we voor een groene omslag staan: de uitstoot in de industrie moet omlaag. Dat ziet ook de Vlaamse regering. Maar zo’n transitie moet niet langs, maar mét werknemers gebeuren. Een sterkere stem van werknemers is nodig in strategische keuzes.’ Vooral daaraan schenkt de conceptnota van de Vlaamse regering bijzonder weinig aandacht. Liever vraagt ze bedrijven en werknemers om vooral ‘flexibel en veerkrachtig met de veranderingen om te gaan’.
Geen spoor
Repriels: ‘Over opleiding en herscholing lezen we nauwelijks een woord. Maar niet alleen dat is van belang. Zo ook over het inzetten op een circulaire economie geen spoor in de conceptnota. Of de technologie waarin we willen investeren. Nochtans belangrijk, want die keuze bepaalt wat er van mensen verwacht wordt. Laat staan of ze binnenkort nog een baan hebben. Zonder tijdig betrokken te worden weten werknemers niet wat er op hen afkomt en op welk vlak we moeten investeren. De vraag hoe we onze industrie hervormen, gaat onlosmakelijk ook over de werknemers.’
Wat het ACV betreft is de industrie van de toekomst klimaatneutraal en gericht op een circulaire economie, met een sterkere inzet op betrokkenheid en vaardigheden van de werknemers. ‘Dat lezen we nu helemaal niet in de nota’, besluit Repriels. In die kritiek staat de vakbond niet alleen. Een gelijkaardig geluid is te horen bij de SERV, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. In een advies op vraag van Vlaams minister van Werk, Economie, Innovatie en Landbouw Jo Brouns (CD&V) over de nota vragen zowel de Vlaamse werkgevers- als werknemersorganisaties om meer betrokken te worden bij het uitstippelen van het industriebeleid. ‘Die vraag van de SERV is terecht’, zegt Stijn Gryp, nationaal secretaris bij ACV. ‘Een rechtvaardige transitie van de industrie is alleen mogelijk met inspraak van werknemers en vakbonden.’
Geen concrete oplossingen
Ook organisatie Reset.Vlaanderen uitte niet mis te verstane kritiek op de brede klimaat- en energieplannen. In het recente rapport Just Transition Scan besluit de organisatie die werk maakt van eerlijke en duurzame oplossingen voor sociale, economische en ecologische problemen: ‘Het is verontrustend dat de plannen van onze overheden nauwelijks reppen over de arbeidsmarkt. Het Vlaamse plan stipt wel even kort de bouwsector aan en wijst op de kans om extra jobs te creëren in de sociale circulaire economie. Maar concrete oplossingen schuift Vlaanderen niet naar voren.’
Vorige week antwoordde Vlaams minister van Omgeving en Energie Zuhal Demir (N-VA) nog op een parlementaire vraag over de toekomstige plannen. Het antwoord bleef beperkt tot vooral de al gerealiseerde maatregelen. ‘Die schieten ruim tekort’, reageert Reset.Vlaanderen daarop. ‘Een plan van aanpak wordt integraal doorgeschoven naar de volgende regering. Dat gebrek aan ambitie smaakt heel zuur.’

