Ann Vermorgen - voorzitter ACV

‘Hoeveel collega’s heeft u al ten grave gedragen?’ De vraag van een werknemersvertegenwoordiger die op de luchthaven werkt, maakte de vergadering heel stil. 40 collega’s telde hij, op 35 jaar dienst. ‘Ik kan niet hard maken dat dat aan het werk ligt’, stelde hij, ‘maar de korte vluchten, de lagekostenmaatschappijen, ze maken de werkdruk moordend. We hebben onregelmatige uren. Tot 17 keer op 22 dagen tijd staat de wekker op een ander uur. We hebben zwaar fysiek werk op het tarmac, in weer en wind. Tussen het fijnstof ook. Met veel lawaai.
We eten op rare uren.’
Het vat goed waarom gewone mensen deze week drie dagen lang het werk hebben neergelegd: het November Appel. De regering-De Wever wil zwaar ingrijpen in de pensioenen en in het arbeidsrecht. Dat betekent dat we nog langer, harder en flexibeler zouden moeten werken. Met nog meer impact op de gezondheid. En voor minder pensioen. Noodgedwongen vroeger stoppen betekent stevig inleveren. Een tijdje zorg gegeven, niet hebben kunnen werken, deeltijds gewerkt? Dat is dan zwaar inleveren. Een op de twee vrouwen. Een op de vier mannen. Terwijl we gedurende de loopbaan nog meer flexibiliteit aan de dag moeten leggen, nog meer uren moeten maken, mogelijk premies verliezen. Minder gelijkgestelde periodes kennen.
Dat maakt mensen terecht kwaad. En strijdvaardig. Steeds meer. Want de alternatieven zijn talrijk. Een gezonde begroting is mogelijk, zonder werknemers uit te knijpen tot het bot. Die stoelt op berekeningen en aanbevelingen van nationale en internationale instituties zoals het Federaal Planbureau, het Rekenhof, de OESO. De eerste minister stelt het voor alsof er geen andere opties zijn, maar die zijn er wel. Het is een kwestie van gezond verstand, dat zijn politieke keuzes.
Ons verzet telt. We zijn het verplicht aan wie na ons komt. Want sommige vliegers mogen niet opgaan.
