Portretfoto van onderzoekster Femke Roosma
© Karijn Kakebeeke

Na jaren van besparingen en verstrengingen komt Nederland stilaan terug op een institutioneel wantrouwen in de sociale zekerheid. 'Iedereen heeft vroeg of laat de verzorgingsstaat nodig', weet onderzoeker Femke Roosma.

Nils De Neubourg
 21 september 2023

Femke Roosma onderzoekt aan de Universiteit van Amsterdam ‘de verzorgingsstaat’. Een woord en idee dat vaak op scepsis wordt onthaald. ‘Dat is apart hè? Het is ook wel gewoon een ouderwets woord, het klinkt als iets uit de jaren 50. Het wekt de indruk dat de overheid mensen pampert. De overheid die je verzorgt van de wieg tot het graf. Dan klinkt een participatiesamenleving heel wat moderner. Al heeft ook die term tegenwoordig een negatieve bijklank, omdat zo'n samenleving er te veel van uit zou gaan dat iedereen zelfredzaam is.’

‘Daar komt ook het beeld bovenop van een log instituut dat ver van de mensen staat, met veel regels en bureaucratie. Daardoor zou het niet in staat zijn het geld bij de juiste mensen te krijgen.’

Femke Roosma

onderzoekt sociale stelsels in diverse landen aan Tilburg University. Sinds juni is ze docent op de den Uyl-leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam. Ze focust op de verzorgingsstaat en sociaal beleid.

 

Ondanks alle kritiek, iedereen heeft toch vroeg of laat ons sociaal stelsel nodig? We kunnen allemaal ziek, oud of werkloos worden.

ROOSMA ¬ ‘Iédereen wil een verzorgingsstaat. De kritiek gaat vooral over de uitvoering en de percepties van bijvoorbeeld misbruik. Al gaat dat gaat in golven. In Nederland zien we op dit moment weer heel erg hoe mensen ijveren voor een zeker niveau van bestaanszekerheid vanuit de overheid. Een meerderheid vindt dat de regels eigenlijk veel te streng en dwingend zijn geworden. Die omslag viel samen met het toeslagenschandaal (waarbij 26.000 ouders door de overheid valselijk beschuldigd werden van fraude en uitkeringen moesten terugbetalen, red.). Die schandalen maakten duidelijk hoe al die strenge regels de bestaanszekerheid eigenlijk eerder in gevaar brachten dan ze te verzekeren. Opvallend, want in België gaat het nog heel hard over méér regels, méér controle en méér wederkerigheid.

Wat bedoel je precies met wederkerigheid?

ROOSMA ¬ ‘Het is dan van Voor wat, hoort wat. We willen een tegenprestaties vanuit het idee: als je een uitkering krijgt, dan moet je er wel wat voor terugdoen. En als dat niet met de wortel gaat, dan maar met de stok. Dat leidde tot meer regels, meer complexiteit en uiteindelijk tot een groter wantrouwen tegenover het systeem.’

Staat ons beeld over de werking van ons sociaal systeem soms ook niet veraf van de realiteit?

ROOSMA ¬ ‘Er is altijd dat spanningsveld tussen realiteit en gevoel. En door strengere regels en meer controle vergroot je eigenlijk net het idee dat er veel misbruik is. Een realitiy check die laat zien dat er minder misbruik is dan we denken en dat geld wel voor een groot deel goed terechtkomt, versterkt het vertrouwen in het sociaal systeem.’

Wat moet er dan wel gebeuren?

ROOSMA ¬ ‘Eigenlijk wil je terug naar een systeem waarin solidariteit vanzelfsprekend is, omdat iedereen doorheeft dat hij of zij die verzorgingsstaat op een bepaald punt in het leven ook nodig heeft. Het beeld dat iedereen ermee te maken krijgt, dat iedereen er de vruchten van plukt, zou je eigenlijk moeten versterken.’

‘We hebben de neiging om te denken dat sociaal beleid vooral over anderen gaat.’

Toch krijgen partijen die ons sociaal systeem willen uitkleden heel veel bijval van kiezers …

ROOSMA ¬ ‘We hebben de neiging om te denken dat sociaal beleid vooral over anderen gaat en niet over onszelf. Daarom willen we misbruik streng tegengaan. Je ziet dat mensen met een lage sociaaleconomische status zelfs vaak extra kritisch zijn op misbruik. Er is een titel van een onderzoek dat dat fenomeen mooi omschrijft: kicking down on the ladder of deservingness (vrij te vertalen als naar beneden trappen, red.) Als je focust op mensen die nog minder recht hebben op steun dan jezelf, kom je in een negatieve spiraal terecht waarbij je je eigen voordelen van het sociaal systeem uit het oog verliest. Dat verklaart dus ook deels zo'n stemgedrag.’

Hoe kan die negatieve spiraal doorbroken worden?

ROOSMA ¬ ‘Door bijvoorbeeld regelingen juist wat minder specifiek te maken, maar universeler. Dus bijvoorbeeld niet zeggen dat een armoederegeling alleen bedoeld is om schoolboeken voor de kinderen te kopen. Zulke specifieke doelen moeten we niet verbinden met de sociale zekerheid, want dat brengt weer allerlei controles met zich mee. Laat mensen zelf beslissen over wat ze met hun ondersteuning doen, en geef zorg- of welzijnsprofessionals een grotere rol om mee te kijken wat iemand echt nodig heeft.’

Het idee van N-VA om een leefloon deels uit te betalen in maaltijdbonnen is dus een slecht idee?

ROOSMA ¬ ‘Je weet dat iedereen met een leefloon nu eenmaal een bepaalde hoeveelheid boodschappen moet doen. Maar elke situatie is anders. Voor sommige mensen is bijvoorbeeld de huishuur hoog terwijl ze goedkoop boodschappen kunnen doen, voor anderen geldt het omgekeerde. Regels zijn niet altijd op iedere situatie van toepassing. Met voedselbonnen maak je de zaken alleen maar nodeloos complex en mensen net meer afhankelijk. Alleen met een brede ondersteuning bied je mensen kansen om uit een moeilijk situatie te geraken en uiteindelijk op zoek te gaan naar werk.’

Dat komt dus neer op een systeem gebouwd op vertrouwen?

ROOSMA ¬ ‘We hebben al heel veel en grootschalige experimenten met uitkeringen gedaan. Daaruit blijkt vaak dat mensen zich dankzij vertrouwen beter gaan voelen en zo makkelijker werk vinden. Experimenten tonen aan dat een strenge aanpak gewoon niet werkt en niet nodig is.’

Maar is zo’n sociaal systeem op basis van vertrouwen niet juist vatbaarder voor misbruik?

ROOSMA ¬ ‘Het gros van de mensen wil eigenlijk gewoon een fijn leven hebben, zich beter voelen en werken om toch meer te kunnen besteden dan alleen een uitkering. Zo zullen de meeste mensen uiteindelijk toch gewoon willen werken of op een andere manier bijdragen. En natuurlijk bestaat er misbruik. Dat is dan wel beperkt, toch moet je dat ook niet ontkennen. Maar door te focussen op het wantrouwen kom je weer in die negatieve spiraal terecht met meer en meer regels.’

Femke Roosma

Dat idee van ‘voor wat, hoort wat’ is toch ook een heel menselijke reflex?

ROOSMA ¬ ‘Dat is zo. We hebben allemaal criteria in ons hoofd die een rol spelen in onze beoordeling of iemand recht heeft op hulp vanuit de overheid. Wederkerigheid is daarvan een belangrijk aspect. Daarnaast spelen ook nog criteria een rol, zoals controle, nood en identiteit. Dat betekent: in welke mate is iemand zelf verantwoordelijk voor zijn of haar situatie, is hulp echt nodig en kun je jezelf identificeren met de ander? Ook de omstandigheden beïnvloeden het belang van die criteria. Als er veel werkloosheid, is die wederkerigheid misschien wat lastiger, want het is eenmaal een slechte economische tijd. Hetzelfde zagen we bijvoorbeeld tijdens de coronacrisis.’

Hoe zit dat met ziekte? Want iedereen wordt wel eens ziek, maar langdurig zieken kunnen na verloop van tijd wel op minder begrip rekenen.

ROOSMA ¬ ‘Daar spelen verschillende criteria samen. Oudere mensen hebben volgens bijna iedereen recht op steun, want niemand kan er wat aan doen dat hij of zij oud is. Daarnaast hebben oudere mensen dikwijls heel lang gewerkt en bijdrages betaald en hebben ze een hoge nood, want ze hebben geen andere mogelijkheden om een inkomen te krijgen. Dezelfde afwegingen worden gemaakt bij iemand die wat langer ziek is. Maar daar komt na een tijd toch de vraag of die er de situatie niet zelf een beetje naar maakt, of dat die zieke toch misschien nog iets kan terugdoen.’

Beeldvorming

ROOSMA ¬ ‘Dat beeld over ons sociaal zorgstelsel wordt gekleurd door de politiek, samen met de media. En de wisselwerking tussen die twee, want een verhaal vanuit de ene hoek wordt dikwijls versterkt door de andere. Vanuit de samenleving daar een ander beeld tegenoverzetten is lastig. Mensen in de zorg of sociale diensten hebben bijvoorbeeld vaak een ander beeld, toch lukt het hun zelden dat naast het beeld vanuit de politiek en media te plaatsen.’

We horen soms dat de verzorgingsstaat op haar grenzen botst. Die financiële draagkracht van ons sociaal systeem is toch ook geen onbelangrijke factor?

ROOSMA ¬ ‘Dat is ook een terecht punt van bezorgdheid. Het is een feit dat mensen ouder worden. Dat betekent meer kosten voor pensioenen en voor zorg. Maar je kunt daar politiek ook op verschillende manieren mee omgaan. Opvallend was bijvoorbeeld het verschil tussen de financiële crisis en de gezondheidscrisis. Tijdens de financiële crisis was het mantra: bezuinigen, bezuinigen, bezuinigen, en dat over de hele lijn van de sociale zekerheid. Na corona zagen we het omgekeerde: er moest net meer geld naar sociale zekerheid gaan en werden sociale regelingen flexibeler, althans in Nederland. Zo zie je hoe een discours en politieke opvattingen bepalen hoe we omgaan met een economische klap en crisissituaties.’

Tegenwoordig is de wereld ook nog eens geglobaliseerd. Heeft migratie een impact op ons vertrouwen in de sociale zekerheid?

ROOSMA ¬ ‘Zeker, in de wetenschap kennen we het concept van verzorgingsstaatchauvinisme: mensen willen wel een verzorgingsstaat, maar alleen ‘voor ons’. Het gaat over de vraag: voor wie staan onze sociale regelingen open? Vanaf wanneer hebben mensen die hier recent wonen recht op bepaalde uitkeringen? Ook daar speelt die wederkerigheid een grote rol. Je mag voor veel mensen meedoen in het stelsel als je er ook iets voor terugdoet, bijvoorbeeld door te werken. Daarom dat arbeidsmigranten volgens velen meer recht hebben op een uitkering dan asielzoekers. Daarnaast speelt ook de vraag in hoeverre je jezelf herkent in wie steun vraagt. We zijn meer geneigd om mensen die op ons lijken of die dichter bij ons staan te helpen. Zo lijkt de ene vluchteling ook meer recht te hebben op steun dan een andere.’

U kijkt in uw onderzoek naar verschillende landen. Heeft een Belg eigenlijk een andere kijk op de samenleving en het sociaal systeem dan pakweg een Nederlander, Bulgaar of Portugees?

ROOSMA ¬ ‘Of je nu Belg of Bulgaar bent, heel veel Europeanen willen een overheid die instaat voor pensioenen, zorg en gewoon een goede sociale zekerheid. Maar het vertrouwen erin verschilt van land tot land. Mensen in landen als Finland, Zweden en Denemarken zijn daarover het meest positief. Daarna volgt België vrij snel in het rijtje.’

We noemen Scandinavische welvaartstaten vaak als voorbeeld, ironisch genoeg zijn dat net modellen met minder strikte regels en meer welvaart.

ROOSMA ¬ ‘We hebben de indruk dat je in Scandinavië tenminste wat terugkrijgt voor je bijdrages, net omdat we op die positieve factoren focussen. Dat toont dat het ook echt noodzakelijk is uit die spiraal te komen waarbij we telkens zeggen: het beleid werkt niet, dus we verzinnen nog een extra regel of nieuwe criteria. Of we gaan een leefloon uitbetalen in voedselbonnen. Maar die dynamiek doorbreken is voor beleidsmakers lastig, want dat betekent bestaande regels schrappen. Toch denk ik wel dat het nodig is om iedereen weer vertrouwen te bieden in het systeem.’

 
Visie Nieuwsbrief inschrijven

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Aanbevolen

 

Test Frits

Lorem ipsum dolor sit amet, introtekst
   22 december 2025

Fachtcheck: Zijn Belgische werknemers niet flexibel?

Uit cijfers van Steunpunt Werk blijkt dat Belgische werknemers vaak flexibel werken. Zeker wat betreft deeltijds werk en weekendwerk zitten we boven...
   02 december 2025

Werknemers verliezen tienduizenden euro’s door ‘centenindex’

Arizona besliste tijdens de begrotingsgesprekken om lonen in 2026 en 2028 slechts tot 4.000 euro bruto te indexeren. Dat raakt aan de koopkracht van...
   01 december 2025

De dunne grens tussen arbeidsmigratie en sociale dumping

In de bouwsector is sociale dumping kopzorg nummer één, dat bleek onlangs nog in de Pano-reportage over detacheringsmisbruik. Controle,...
   27 november 2025