In theorie is het antwoord heel eenvoudig: alleen een arts mag een vaccin toedienen. Die regel is er omdat iedere vaccinatie een – weliswaar zeer klein – risico op complicaties kent. En bij bijvoorbeeld een allergische reactie is snel handelen de boodschap. Daarom is de aanwezigheid van een arts nuttig bij een eerste of tweede prik met een specifiek vaccin of als je eerder al allergisch reageerde op een vaccin.
In de praktijk loopt het soms anders: velen onder ons herinneren zich nog de spuitjes tegen mazelen of tetanus door een schoolverpleegster. Of misschien komt er ieder jaar wel een verpleegkundige langs op je werk voor een vrijwillige griepspuit. Dat kan omdat ook verpleegkundigen een vaccin mogen zetten, maar dan wel alleen in opdracht en onder toezicht van een arts. Al wordt dat toezicht soms ruim opgevat, want ze bepaalt niet dat een arts ook fysiek aanwezig moet zijn.
Volgens datzelfde idee mogen allicht ook apothekers binnenkort een vaccin tegen COVID-19 zetten. Die regeling is er omdat artsen het anders nauwelijks kunnen bolwerken. Bovendien is de apotheek veel laagdrempeliger, zeker voor mensen zonder vaste huisarts. Maar ook hiervoor geldt dat een arts formeel het vaccin moet voorschrijven en toezicht moet houden. Apothekers moeten bovendien een opleiding volgen voor ze ook zelf mogen prikken.

