Tot tweemaal toe werd NMBS-medewerker Isabelle Dubois (47) achtervolgd toen ze op weg was naar haar werk. ‘Het was voor zes uur ’s ochtends en nog donker’, vertelt ze. ‘Zet je op vier poten, riep een man me de eerste keer na. Ik versnelde. Deed alsof ik niet begreep wat hij zei. Gelukkig was ik er al bijna. Een tweede keer reed een taxichauffeur achter me aan.’
Voor veel werknemers, in het bijzonder vrouwen en groepen die vaker slachtoffer zijn van geweld, is het woon-werkverkeer een heikel traject. Nadat recent in het Verenigd Koninkrijk kort na elkaar verschillende vrouwen ’s nachts op weg naar huis van hun werk verkracht en vermoord werden, trok de Europese Transportfederatie (ETF) aan de alarmbel. In 2022 werd hotelmedewerker Caitlin Lee in Glasgow, Schotland, na haar nachtdienst aangerand, nadat haar werkgever een taxirit naar huis geweigerd had.
‘Wat in het Verenigd Koninkrijk gebeurd is, deed me beseffen hoeveel geluk ik gehad heb’, zegt Dubois. ‘Twee keer had het zoveel slechter kunnen aflopen.’
‘Get me home safely’
Met de campagne Get me home safely vraagt de ETF nu meer aandacht voor veilig woon-werkverkeer, in het bijzonder voor vrouwelijke werknemers.
‘Veilig woon-werkverkeer is een gedeelde verantwoordelijkheid van de politiek, lokale besturen, en van werkgevers’, zegt Liesbet Verboven van ACV-Transcom. ‘Vandaag is het geen gangbare praktijk dat werkgevers na een late shift voor een veilige verplaatsing zorgen. Het lijkt alsof hun verantwoordelijkheid eindigt wanneer je de werkplek verlaat.’
ACV-Transcom en de ETF roepen werkgevers dan ook op om de veilgheidsrisico’s bij het pendelverkeer beter te monitoren en aan te pakken met aandacht voor genderspecifieke gevaren. ‘Toegankelijk, veilig en betaalbaar openbaar vervoer waarmee werknemers ook ’s nachts thuisraken, is cruciaal’, aldus Verboven. ‘Houd daarbij ook rekening met bezorgdheden over de infrastructuur, zoals een goede verlichting, open ruimtes en veilig afgesloten parkings.’
‘Veel veiliger en comfortabeler’
Jessica Milazzo is cabineverantwoordelijke en werknemersafgevaardigde bij een airline.

‘Tot enkele jaren geleden hadden sommige collega’s geen andere keuze dan in de buurt van de luchthaven een wachtplaats te zoeken wanneer ze stand-by waren. Als je stand-by bent, moet je op minder dan 45 minuten bij de luchthaven kunnen zijn. Maar voor sommigen was dat te ver van huis. Daarom wachtten ze op de parking van de luchthaven, of aan de autosnelweg. Zeker het vrouwelijke personeel voelde zich daar erg onveilig, vooral ’s nachts.’
Onder impuls van de vakbondswerking zorgde de luchtvaartmaatschappij er nu voor dat personeelsleden op stand-by telkens een hotel in de buurt van de luchthaven hebben waar ze op kosten van de werkgever een kamer kunnen boeken. ‘Veel veiliger en comfortabeler’, aldus Milazzo, ‘en je kunt er bovendien echt uitrusten tussen shifts door.’
Wordt aanranding beschouwd als arbeidsongeval?
Wie een auto-ongeval heeft bij het woon-werkverkeer en een tijd arbeidsongeschikt is, kan rekenen op een erkenning als arbeidsongeval. Met een gewaarborgd loon, hoger dan een gewone ziekteuitkering – 90 procent van het gemiddelde dagloon gedurende de eerste 30 dagen bij volledige arbeidsongeschiktheid – en volledige terugbetaling van de medische kosten tot gevolg. Verandert dat plaatje als het gaat om aanranding of belaging?
Fedris, het federaal agentschap voor beroepsrisico’s, erkent dat het gevallen van belaging of aanranding op het woon-werkverkeer binnenkrijgt. ‘In het ergste geval werd een slachtoffer op weg naar het werk vermoord vanwege het beroep’, klinkt het. ‘Soms zijn de feiten echter minder duidelijk, of is het een zaak van woord tegen woord. Dan kan er lang twijfel blijven bestaan over de toedracht en of er sprake is van een arbeidsongeval.’
‘Maar uiteraard geeft aanranding in principe aanleiding tot een arbeidsongeval’, legt Stijn Gryp uit, hoofd van de Dienst onderneming van het ACV. ‘Daarover bestaat weinig rechtspraak, maar vermoedelijk hebben verzekeraars en werkgevers het fatsoen om een geval van aanranding tijdens het woon-werkverkeer zonder meer als arbeidsongeval te kwalificeren als het slachtoffer aangifte doet.’
Gryp verwijst bovendien naar de welzijnsreglementering. Die verplicht werkgevers om de risico’s verbonden met het werk te analyseren en extra preventieve maatre-gelen te treffen die binnen de mogelijkheden van de werkgever liggen. ‘Dat omvat eveneens het woon-werkverkeer, en ook psychosociale risico’s die kunnen leiden tot uitval tellen mee. De KBC-bank legde ooit een shuttle in van het Noordstation en Brussel naar hun kantoorgebouw in Molenbeek omdat werknemers zich onveilig voelden.’

