Het zomerakkoord van premier De Wever (N-VA) voorspelt weinig goeds voor de toekomst, vreest ACV-voorzitter Ann Vermorgen. ‘Premier De Wever heeft zeker gelijk wanneer hij zegt dat dit een historisch akkoord is. 80 jaar sociale vooruitgang rond arbeidstijd en pensioenen werden op één nacht weggeveegd. Dat is in der daad du jamais vu.’
Nachtpremies verminderd
Omdat het zomerakkoord nog niet allesomvattend is – bepaalde zaken werden tot na de zomer uitgesteld om toch groots een akkoord te kunnen presteren - en heel wat wetteksten nog niet gepubliceerd zijn, is het nog afwachten op de exacte uitwerkingen van wat eerder deze week beslist werd. Maar een aantal van die ‘historische’ maatregelen zoals de arizonapartijen ze noemen zijn intussen wel al definitief bekendgemaakt, zoals het beperken van de uren die als nachtwerk worden aanzien. Voortaan zou dat niet meer van 20 uur tot 6 uur zijn, maar alleen nog tussen middernacht en 5 uur ’s ochtends.
‘De regering houdt wel vol dat dit enkel voor nieuwe werknemers zou gelden, maar dat wil ik eerst nog wel zien’, stelt Vermorgen. ‘We gaan dan naar een systeem met twee verschillende soorten werknemers op dezelfde werkvloer. Waarbij de ene wel iets krijgt en de andere niets. Dit gaat voorbij aan elke realiteit en houdt geen rekening met de bewezen schadelijke effecten voor gezondheid en gezinsleven die langdurig nachtwerk met zich meebrengen.’
‘We gaan dan naar een systeem met twee verschillende soorten werknemers op dezelfde werkvloer.’
Ann Vermorgen - voorzitter ACV
Daarnaast wordt ook de arbeidsduur nog flexibeler. Zo kunnen werknemers meer ‘vrijwillige’ overuren presteren die fiscaal gunstiger zouden zijn. Experts waarschuwen intussen al enige tijd dat dit een systeem is dat vooral werkgevers ten goede komen. Zo zei hoofddocent arbeidsrecht aan de KU Leuven Christina Hiessl eerder dit jaar in Visie dat er geen verschil mag bestaan tussen verschillende soorten overuren:
‘Er moet altijd een toeslag of recuperatieverlof aan vasthangen. Die financiële prikkels moeten overuren net onaantrekkelijk maken voor werkgevers, zodat ze werktijden respecteren en nieuwe banen creëren wanneer er meer werk beschikbaar is. Ook Europese rechtspraak onderstreept dat principe. Duitsland werd op de vingers getikt omdat deeltijdse werkers die overuren presteerden geen loontoeslag kregen, waardoor het voor werkgevers voordeliger was om vooral wie deeltijds werkte overuren te laten kloppen.’
Nulurencontracten
Ook het minimumaantal uren van arbeidsovereenkomsten gaat op de schop. Tot nu toe moest een contract minstens een derde van een voltijdse betrekking beslaan. Daardoor worden de gevreesde nulurencontracten mogelijk, waarbij werknemers op elk moment opgeroepen kunnen worden en nooit van tevoren weten hoeveel ze die maand moeten werken.
Vermorgen: ‘Contracten waarbij je geen zekerheid over je werktijd en vooral over je inkomen voor die maand hebt, zijn uiterst nadelig voor werknemers. Je hebt altijd belang bij zekerheid, wanneer je moet werken en wanneer je vrij bent. Dat bevordert de combinatie tussen werk en gezin absoluut niet en valt ook niet onder de noemer van werkbaar werk.’
Opvallend is dat landen waarin nulurencontracten bestonden – zoals in Nederland – intussen wordt teruggekeerd op hun stappen en die contracten aan banden worden gelegd. Dat de Belgische regering onder druk van de rechts-liberale partijen nu plots wel die weg inslaat, is op zijn minst een opvallende beslissing te noemen.
Pensioenhervorming zonder voordelen
Maar de hervorming waar Bart De Wever zich het hardst voor op de borst klopt is de pensioenhervorming, met invoering van de veel besproken pensioenmalus. Daardoor zou wie onvoldoende loopbaanjaren heeft of wie vervroegd op pensioen wil gaan, financieel gestraft worden. Om te ontsnappen aan de malus moet je een loopbaan van 45 jaar – ofwel minstens 7.020 gewerkte dagen – moeten kunnen voorleggen.
Ann Vemorgen vreest dat de pensioenhervorming vooral vrouwen zwaar zal treffen. ‘Wie gas terugneemt en deeltijds gaat werken, wordt al snel getroffen door de pensioenmalus. De teksten en maatregelen die daarrond circuleren zijn op dit moment nog bijzonder vaag. Na de zomer zullen die verder uitgewerkt worden. Laten we hopen dat er tegen dan vooruitschrijdend inzicht heerst en dat er nog wordt bijgestuurd, zoals al het geval was rond tijdelijke werkloosheid, die na lang aandringen vanuit onze kant toch mee werd opgenomen voor de gelijkgestelde periodes.’
Tegen alle nadelige effecten, zwaait de regering wel met een lastenverlaging op de lonen. Dat zou in 2029 zo’n 100 euro netto per maand moeten opleveren voor werknemers. ‘Dat inkomen uit arbeid te zwaar belast wordt, daar zijn we het uiteraard mee eens. Wie werkt moet daarvan meer overhouden. Maar wat de regering nu doet is bijzonder cynisch. Werknemers moeten immers nog vier jaar wachten om langs de kassa te mogen passeren, maar worden intussen wel met alle nadelige gevolgen van de hervorming geconfronteerd. Maar intussen krijgen werkgevers wel al veel sneller een lastenverlaging toegekend. Dat is problematisch.’

