Op bezoek in het Witte Huis kreeg Oekraïens president Zelensky een bolwassing van Trump
Op bezoek in het Witte Huis in februari kreeg Oekraïens president Zelensky een bolwassing van VS-president Trump © WikiCommons

Trumps tweede ambtstermijn doet het oude trans-Atlantische bondgenootschap op zijn grondvesten daveren. Europese lidstaten moeten hun investeringen in defensie coördineren en inzetten op internationale diplomatie. Met een helder doel voor ogen: weerbare Europese vrede.

Nils Duquet, directeur Vlaams Vredesinstituut
Maarten Van Alstein, onderzoeker Vlaams Vredesinstituut

Met de Russische inval in Oekraïne van 2022 en de tweede termijn van Donald Trump in het Witte Huis is de internationale politiek in een turbulente stroomversnelling terechtgekomen. Hoe moeten we deze turbulentie vatten? Hoe de haastige bewapeningsplannen beoordelen? Wat moeten we vrezen? Wat mogen we nog hopen?

In deze bijdrage plaatsen we kanttekeningen bij de huidige bewapeningswedloop en proberen we de grond te effenen voor een duurzaam beleid voor veiligheid en vrede. Dat doen we door de actualiteit in het licht van het concept weerbare vrede te bekijken.

Het gewichtigste argument van pleitbezorgers van een versterking van onze militaire slagkracht is de oorlogsdreiging. Die dreiging is allesbehalve denkbeeldig. Zeker bij onze bondgenoten in Centraal- en Oost-Europa bestaat een legitieme vrees voor Russische agressie. Niettemin is het dreigbeeld complexer dan louter het risico van een nieuwe Russische inval in een Europees land.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw zeiden voorstanders van de plaatsing van kernwapens soms dat ze liever een raket in de tuin hadden staan, dan een Russische soldaat in de keuken. Maar met de alomtegenwoordigheid van digitale netwerken en sociale media hebben de Russen goed begrepen dat ze nu al in de huizen – en soms zelfs hoofden – van tal van Europeanen kunnen kruipen. Analisten noemen dat met een technische term hybride oorlog.

Met de alomtegenwoordigheid van digitale netwerken en sociale media hebben de Russen goed begrepen dat ze nu al in de huizen – en hoofden – van tal van Europeanen kunnen kruipen.

Het helpt om die dreiging zo concreet en tastbaar mogelijk te maken. Via onze smartphones worden pogingen ondernomen om onze open en democratische samenleving van binnenuit te verzwakken. Het doel is de gehechtheid aan de democratische rechtsstaat te doen afkalven, het extremisme te doen groeien en de vijandigheid tussen groepen in de samenleving uit te diepen. Al die zaken zouden de bodem van onze democratieën sterk eroderen.

Globale wanorde

Het dreigbeeld is ook complexer omdat, naast de Russische dreiging, tal van andere risicofactoren de vrede in het democratische Europa hypothekeren. Sommige daarvan zijn politiek. De heersende onzekerheid over oude bondgenootschappen versterkt pleidooien voor strategische autonomie, een begrip dat al enkele jaren in de Europese wandelgangen van de macht rondwaart.

Behalve globale wanorde groeit ook de geopolitieke onzekerheid in specifieke regio’s, bijvoorbeeld aan de zuidelijke grenzen van de Europese Unie. Het Midden-Oosten blijft bijzonder volatiel en geplaagd door geweld, en de toenemende intensiteit van het geweld zet het internationaal recht steeds meer onder druk. In verschillende oorlogscontexten – de Russische agressie in Oekraïne, het geweld in Israël en Palestina, de meedogenloze strijd in het oosten van Congo – wordt het internationaal humanitair recht genegeerd, soms doelbewust ondermijnd.

Andere risicofactoren zijn klimatologisch en technologisch. Onderzoek suggereert dat klimaatopwarming en gewelddadig conflict geen eenduidige oorzaak-gevolg-relatie kennen. Maar het blijft koffiedik kijken hoe de klimaatsituatie de komende decennia precies evolueert, en wat de impact daarvan op de Europese en globale vrede zal zijn. De precieze impact van de snel uitbreidende AI-netwerken is voorlopig evenmin duidelijk. 

De vraag is nu hoe we ons als Europese democratieën moeten positioneren in deze globale wanorde. Welke antwoorden formuleren we op het brede spectrum aan risico’s en dreigingen? Eén antwoord op de uitdagingen krijgt momenteel bijzonder veel aandacht van beleids- en opiniemakers: meer investeren in bewapening en defensie-innovatie.

Geen nieuwe wapenwedloop

Het debat over hogere investeringen in defensie is niet nieuw, ook niet in Vlaanderen. Sinds het eerste presidentschap van Donald Trump groeit de druk op NAVO-lidstaten om hun militaire bijdragen te verhogen. De Russische inval zette de zaken nog verder op scherp. En ook de uitspraken van president Trump dat hij militair optreden tegen een bondgenoot niet uitsluit, ondermijnt oude zekerheden.

Toch bleek de openlijke bolwassing van Oekraïens president Volodymyr Zelenski door Donald Trump en zijn vice-president J.D. Vance in het Witte Huis eind februari 2025 voor veel beleids- en opiniemakers nog een moment van brutaal ontwaken. In de dagen na die heftige discussie schakelden tal van Europese politici abrupt enkele versnellingen hoger in hun pleidooien voor meer Europese militaire slagkracht. Sommige beleidsmakers lieten optekenen dat Europa al ‘in oorlog’ is.

De openlijke bolwassing van Oekraïens president Volodymyr Zelenski door Donald Trump en zijn vice-president J.D. Vance in het Witte Huis bleek voor veel beleids- en opiniemakers nog een moment van brutaal ontwaken.

In het licht van de hierboven beschreven dreigingen en de groeiende onzekerheid over internationale bondgenootschappen is het legitiem – en nodig – om de verdedigingscapaciteit van Europa op te schalen. Europa moet in staat zijn elke Russische agressie het hoofd te bieden en onze bondgenoten in Oost-Europa en het Balticum bij te staan.

Tegelijk is het zinvol om het hoofd koel te houden. Haastwerk kan resulteren in ondoordacht en partieel beleid. Om de opschaling van onze defensieve slagkracht efficiënt en performant te laten verlopen, verdienen een aantal elementen onze aandacht.

Mini-legertjes

Ten eerste linken we inspanningen om onze militaire slagkracht te versterken best aan een adequate analyse van de dreiging. Zoals hierboven beschreven, omvat die dreiging meer dan alleen militaire agressie van Rusland. Bovendien gebeuren inspanningen voor defensie best gecoördineerd, op Europees niveau. Het heeft weinig zin om in Europa opnieuw tal van mini-legertjes te vormen, van wie de gevechtscapaciteit niet op elkaar is afgestemd.

Deze oefening zal voor politici en diplomaten nog een hele kluif zijn, want zeker op het domein van militaire veiligheid blijven traditionele soevereiniteitsoverwegingen koppig voortleven. In de praktijk blijft het makkelijker om grote budgetten aan te kondigen, dan om concrete zaken te realiseren, zoals een integratie in de defensie-industrie, gedeelde commandostructuren en op elkaar afgestemde wapensystemen.

In de praktijk blijft het makkelijker om grote budgetten aan te kondigen, dan om concrete zaken te realiseren, zoals een integratie in de defensie-industrie.

Maar als Europa er niet in slaagt om de inspanningen gecoördineerd te laten verlopen, drukt dat op de efficiëntie van de investeringen. We dreigen geld te verspillen. In die zin vereist de versterking van onze defensiecapaciteit een nieuwe inzet op Europese diplomatie en samenwerking. Het belang van een gecoördineerd Europees buitenlands beleid raakt nu soms ondergesneeuwd in de wervelstorm aan voorstellen en plannen om de defensiebudgetten te verhogen.

Zo wordt bijvoorbeeld vaak gezegd dat Europa in een eerste fase niet uitgenodigd werd voor de vredesgesprekken over Oekraïne omdat het onvoldoende in defensie investeert. Maar die Europese afwezigheid hangt mogelijk vooral samen met het gegeven dat het voor Europa bijzonder moeilijk blijft om internationaal met één stem te spreken.

Diplomatie

Ten tweede is het zinvol om een onderscheid te maken tussen inspanningen om onze defensieslagkracht op te schroeven en de dynamiek van een wapenwedloop. Zoals we argumenteerden, is het nodig om extra inspanningen te doen om onze defensiecapaciteit te versterken. Dat gebeurt best op basis van een goed doordachte dreigingsanalyse en gecoördineerde beleidsplannen.

Investeringen in defensie moeten gepaard gaan met een hernieuwde inzet op diplomatie en internationale samenwerking, én met een discours waarin het doel van die inspanningen duidelijk in de verf gezet wordt: Europa bewapent om zich te verdedigen en om vrede te realiseren. Een wapenwedloop houdt een andere dynamiek in. Zoals tijdens de Koude Oorlog gaat het er dan vooral om meer te hebben dan de vijand. Meer drones, meer rakketten, meer tanks. Het probleem met wapenwedlopen is dat die de spanningen alleen maar vergroten.

Ten derde is te midden van het spervuur aan investeringsplannen een bijzonder heikele kwestie op de agenda komen te staan: de rol die kernwapens spelen in de veiligheid van Europa. Dat blijft een controversieel en gevoelig punt. In Vlaanderen is het wantrouwen tegenover kernwapens bijzonder breed, zo blijkt bijvoorbeeld uit de resoluties in het Vlaams Parlement. Toch is in de sfeer van toenemende onzekerheid het taboe gesneuveld om te praten over een Europese nucleaire afschrikkingsmacht.

Meestappen in het debat over een Europese nucleaire afschrikkingsmacht zou betekenen dat België de verdragsrechtelijke engagementen die het met het Non-Proliferation Treaty aanging, in de vuilnisbak kiepert.

Dat is een gevaarlijk pad om op te gaan. Door het over een Europese kernmacht te hebben, wordt het belang van kernwapens beklemtoond. Hierin meestappen zou betekenen dat België de verdragsrechtelijke engagementen die het met het Non-Proliferation Treaty aanging, in de vuilnisbak kiepert. Zo wordt een context versterkt voor landen als Iran en Saudi-Arabië om naar kernwapens te grijpen voor hun bescherming. Als dat effectief gebeurt, stijgt de kans dat het ooit catastrofaal misgaat. 

Controle op de wapenexport

Ten slotte is er de cruciale kwestie van de controle op de export van wapens en andere strategische goederen. De afgelopen decennia hebben belangenvertegenwoordigers van de defensie-industrie vaak betoogd dat wapenexport – bijvoorbeeld naar het Midden-Oosten – van levensbelang was voor hun leefbaarheid, met name omdat er zo weinig vraag was vanuit Europa. Nu vandaag de Europese budgetten voor defensie gevoelig verhoogd worden, blijven sommige belangenorganisaties een versoepeling van het exportcontrolesysteem vragen.

Vroeger waren de bezorgdheden rond de export van wapens vooral gelinkt aan thema’s als mensenrechtenschendingen en de escalatie van gewelddadige conflicten. Vandaag komt daar een groot risico bij. Als we tegelijk onze defensiecapaciteit uitbouwen, onder meer met innovatieve wapensystemen, én de deuren naar buiten Europa openzetten, zullen geopolitieke tegenstanders op vinkenslag liggen om die gevoelige technologie te bemachtigen.

Zowel vanuit een militaire als een vredeslogica is een versoepeling van het exportcontrolesysteem dus moeilijk te verdedigen. Willen we onze wapens zo slecht beveiligen dat ze in handen kunnen vallen van machten die door hun oorlogszucht de vrede bedreigen? Willen we nog meer wapens leveren aan landen in het Midden-Oosten, dat door zijn instabiliteit door de EU gezien wordt als een risico voor de Europese veiligheid?

Weerbare vrede

Niet alleen vredesactivisten, maar ook heel wat burgers maken de bedenking of de extra budgetten voor defensie niet ten koste gaan van investeringen in andere zaken, zoals onderwijs of sociaal beleid. Dit zijn legitieme vragen. Ze bevestigen het belang van een breed gedragen en democratisch publiek debat over onze antwoorden op de huidige bedreigingen. Het begrip weerbare vrede kan dat debat zuurstof geven.

De kern van weerbare vrede houdt aan de ene kant in dat weerbaarheid een breder verhaal is dan alleen de inzet op militaire slagkracht. Om de veranderingen, schokken en crisissen van de komende decennia te kunnen opvangen, zal onze hele samenleving versterkt en weerbaar gemaakt moeten worden. Aan de andere kant betekent het concept weerbare vrede dat een actieve inzet op vrede bijdraagt aan de weerbaarheid van de samenleving. Dat wordt duidelijk wanneer we in kaart brengen hoe we zowel op het lokale en maatschappelijke als op het internationale niveau kunnen werken aan weerbare vrede.

Op het internationale niveau zou een eenzijdige inzet op het militaire en op oorlogsvoorbereiding de risico’s en de spanningen kunnen vergroten. Daarom is het belangrijk om tegelijk in te zetten op diplomatie en internationale samenwerking. Terwijl grootmachten als Rusland, China en de Verenigde Staten onder Trump de internationale spanningen aanjagen door agressie, militaire druk en handelsoorlogen, kunnen Europese landen een alternatief antwoord bieden door naast het versterken van hun defensiecapaciteit te blijven werken aan politieke, culturele en economische relaties op het internationale niveau.

Ook een gehechtheid aan het belang van het internationale recht blijft cruciaal. Als we dat loslaten, worden de internationale betrekkingen nog meer een jungle. Wie het recht opschort, geeft vrije baan aan de macht van de sterkste.

Conflictvaardigheid in scholen

Op het niveau van de eigen samenleving houdt weerbare vrede in dat we actief inzetten op het versterken van het democratische weefsel en het weerbaar maken ervan tegen agressieve inmenging en pogingen tot destabilisering van buitenaf. Voor de Vlaamse en federale overheid hangt weerbaarheid samen met het versterken van ons onderwijs, onze politie en het rechtssysteem, het sociaal beleid, het middenveld en het jeugdwerk.

Op het lokale niveau gaat weerbare vrede onder meer over het versterken van conflictvaardigheid in scholen, het weerbaar maken van jongeren tegen de verlokkingen van crimineel geld en extremisme, en het versterken van de collectieve capaciteiten van burgers om zich te organiseren bij crisissen.

Weerbaarheid versterken houdt veel meer in dan burgers adviseren om een noodpakket in huis te halen. Dat individualiseert verantwoordelijkheden, ontheft overheden van hun verantwoordelijkheid en vergroot angst en stress. Burgers weerbaar maken gebeurt veel beter in collectieve verbanden, bijvoorbeeld door samenwerking te stimuleren in een appartementsgebouw, een straat of een vereniging. Deze collectieve benadering van weerbaarheid vergroot verbondenheid, wat op zijn beurt stress en angstgevoelens kan verminderen. Lokale besturen en middenveldorganisaties hebben hier een belangrijke rol.

Denk bijvoorbeeld aan de noodgeneratoren die men in Kiev op verschillende plaatsen installeert zodat burgers er hun telefoon kunnen opladen. Of denk aan de coördinatie van vrijwilligers bij crisissen als een overstroming. De kern van de boodschap is dat mensen er niet alleen voorstaan wanneer zich een crisis voordoet. Zolang het geen nieuwe pandemie is, luidt de oproep: kom uit je kot en leg contact met je buren en de mensen in je vereniging.

Hinkstapspringen van angst naar hoop

Voor ons mentale welbevinden is het vandaag een uitdaging om het nieuws te volgen. Beelden van de vernietigende impact van geweld en onheilspellende berichten over oorlogsdreiging circuleren op onze media. Bij veel burgers, zeker bij jongeren, leidt dat tot onrust, bezorgdheid en angst.

Deels is die angst terecht. Op verschillende niveaus komt het vreedzame samenleven onder druk te staan, op tal van plekken in de wereld regeert geweld. De toekomst is onzeker. Maar wij hebben nog een andere angst: dat mensen opgeven om te geloven dat we echt in vrede kunnen leven. Dat ze zich bij voorbaat neerleggen bij de logica van ongetemde macht en geweld. Een idee als weerbare vrede kan ons helpen om te hinkstapspringen van angst naar hoop. 

Ja, de situatie is ernstig. Ja, we moeten onze defensiecapaciteit versterken. Maar ons weerbaar maken gaat veel breder dan alleen investeren in wapens.

Ja, de situatie is ernstig. Ja, we moeten onze defensiecapaciteit versterken. Maar ons weerbaar maken gaat veel breder dan alleen investeren in wapens. We kunnen ons versterken door te investeren in diplomatie, internationaal recht en internationale samenwerking; in het democratisch samenleven, in onderwijs en onze jeugd; en in menselijke samenwerking op lokaal vlak. Door actief in te zetten op vrede proberen we niet alleen oorlog te vermijden.

We bouwen aan een betere samenleving, en dat is een waarde op zich. Op Europees niveau houdt werken aan weerbare vrede een kans in om het oude continent op een nieuw spoor te zetten. Door de Europese kernwaarden te herdenken en in een nieuwe gedaante vorm te geven, maken we Europa niet alleen klaar voor het dreigbeeld van een nieuwe oorlog, we dragen ook uit waar we als Europeanen voor staan: voor een open, meerstemmige, democratische en geweldloze samenleving.

In 2012 kreeg de Europese Unie de Nobelprijs voor de Vrede. Het ogenblik is aangebroken voor Europa om te bewijzen dat dat terecht was.

Abonnement De Gids

Neem een abonnement op De Gids!

Aanbevolen

Fachtcheck: Zijn Belgische werknemers niet flexibel?

Uit cijfers van Steunpunt Werk blijkt dat Belgische werknemers vaak flexibel werken. Zeker wat betreft deeltijds werk en weekendwerk zitten we boven...
   02 december 2025

De dunne grens tussen arbeidsmigratie en sociale dumping

In de bouwsector is sociale dumping kopzorg nummer één, dat bleek onlangs nog in de Pano-reportage over detacheringsmisbruik. Controle,...
   27 november 2025

'Maak van zorg weer het hart van de samenleving'

De zorg stevent af op een infarct door de toenemende vergrijzing en de personeelstekorten. Hoe kunnen we het tij keren? Over die vraag bogen...
   24 november 2025

Begrotingsakkoord: 'Lonen gedrukt, zorg duurder'

Plots was er een begrotingsakkoord. Gewone gezinnen mogen opnieuw opdraaien, waarschuwen ACV en CM. Ze zien harde ingrepen die lonen drukken en zorg...
   24 november 2025