Als syndicalist voeg ik er graag nog een verkiezing aan toe: de sociale verkiezingen.
Je weet wel, die verkiezingen waar werknemers hun vertegenwoordigers kiezen voor de Ondernemingsraad en het Comité voor preventie en bescherming op het werk. Ze vinden plaats van 13 tot 26 mei, en dus net voor de eerste afspraak in het politieke stemhokje. Maar wat is het belang nu ook al weer van die sociale verkiezingen? En verdienen zij wel de aandacht die ik ervoor vraag?
Eigenlijk zou de inspraak van werknemers nog een pak sterker mogen zijn.
Allereerst: qua omvang hoeven de sociale verkiezingen zeker niet in de schaduw te staan van de politieke verkiezingen. De voorbije driekwart eeuw – de Ondernemingsraad werd namelijk een eerste keer verkozen in 1950 – zijn ze uitgegroeid tot een hoogtepunt van werknemersinspraak. 2 miljoen werknemers kunnen deelnemen – er is immers geen stemplicht – in meer dan 7.000 ondernemingen, non-profit organisaties, zorginstellingen en scholen. En er zijn maar liefst 66.000 zetels te verdelen onder de kandidaten.
Ongelijke machtsbalans
Het aanduiden van (beschermde) werknemers als legitieme vertegenwoordigers van het personeel en het opzetten van gestructureerd overleg in ondernemingen, is van groot belang om de zeer ongelijke machtsbalans die eigen is aan ondernemingen in ons economisch bestel enigszins bij te sturen. Overigens, een samenleving die van zichzelf beweerd democratisch te zijn, is het aan zichzelf verplicht dat te doen.
En eigenlijk zou de inspraak van werknemers nog een pak sterker mogen zijn. Want laat ons eerlijk zijn: democratie en onderneming gaan vaak niet zo harmonisch samen in onze economie, laat staan dat ze elkaar versterken.
Niettegenstaande de serieuze lacunes in ons systeem van sociaaleconomische democratie, moeten we toch ook erkennen dat inspraak en overleg in ondernemingen en dus ook de sociale verkiezingen, er wel degelijk toe doen. Wist u bijvoorbeeld dat werknemers in ondernemingen waar vakbondsvertegenwoordigers actief zijn, een veel grote kans hebben om opleiding te krijgen van hun werkgever? En dat dit positief effect extra uitgesproken is voor werknemers die korter geschoold zijn?
Of dat werknemersinspraak de voordelen van nieuwe technologieën correcter verdeelt en de negatieve effecten zoals stress verkleint? Om nog maar te zwijgen van de positieve impact van overleg en inspraak op de loonvorming en op de werkzekerheid.
Politieke betrokkenheid
Ik kan me inbeelden dat u nu denkt: ja dat wist ik eigenlijk al, en wellicht met u menig andere lezer van deze Gids die – daar ga ik dan van uit – toch een bovengemiddelde interesse heeft voor vakbonden en de rol die ze te spelen hebben in ondernemingen. Fair enough.
Maar van het grotere plaatje bent u zich wellicht minder bewust. Onderzoek leert ons dat wanneer werknemers meer inspraak op het werk hebben dat ook positief effecten heeft op de democratie buiten de bedrijfsmuren. Zo zorgen vakbonden via lidmaatschap en vertegenwoordiging op de werkplek indirect voor een hogere kans om te gaan stemmen, voor meer betrokkenheid van werknemers in het politiek proces, voor meer vertrouwen, voor een meer positieve oriëntatie op het democratisch proces.
Die hogere kans om te gaan stemmen zie je vooral in landen waar geen stemplicht is, wat vanaf 2024 ook zo is bij de lokale verkiezingen in Vlaanderen.
Die laatste vaststellingen leggen een duidelijke link tussen de sociale en de politieke verkiezingen. Ze vormen een pleidooi om ook de sociale verkiezingen de aandacht te geven die ze verdienen, zeker ook vanuit de overheid en de politiek. En in het verlengde daarvan te pleiten om inspraak en overleg in ondernemingen te verbreden en te verdiepen.

