Marine Le Pen (RN) tijdens de verkiezingscampagne
Marine Le Pen (RN) tijdens de verkiezingscampagne © ID/ Eric de Mildt

Overal in Europa maken extreemrechtse partijen opgang, en ook vakbondsleden zijn niet immuun voor extreemrechts. Sommige vakbonden zoeken daarom toenadering tot extreemrechts, in strijd met hun maatschappelijke rol om fundamentele democratische waarden te verdedigen. 

Karin Debroey, ACV Internationaal
 11 september 2023

In heel Europa meet extreemrechts zich een sociaal imago aan. Vóór de welvaartstaat, maar alleen voor het eigen volk. Ze hebben een omslag gemaakt van neoliberale recepten naar een welvaartschauvinisme. Hoe gaan vakbewegingen in Europe om met die sociaal-populistische shift, met de identitair-autoritaire sirenenzang van extreemrechts?

1 million de chômeurs, c’est 1 million d’immigrés en trop!’ De infame slogan van het Front National uit 1978 liet er weinig gras over groeien. Onder oprichter Jean-Marie Le Pen waren de bestrijding van de immigratie en de nationale Franse soevereiniteit tegenover Europa de fundamenten van zijn radicaal-rechtse programma. Maar recenter gooide de partij, inmiddels omgedoopt tot Rassemblement National (RN), het roer om.

Vanaf haar voorzitterschap in 2011 legde Marine Le Pen, dochter van, de klemtoon op de populistische weerstand tegen ‘de elite’ en op de vraag naar sociaal-protectionistische maatregelen. Voor hogere minimumlonen, voor hogere pensioenen, en tegen de verhoging van de pensioenleeftijd, zoals het recente breed gedragen Franse pensioenprotest aantoonde.

Vanouds is Frankrijk een voortrekkersland in de extreemrechtse beweging. Bij onze noorderburen maakte de Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders de beweging van een uitsluitend anti-Islam- en anti-Brusselpartij naar een welhaast sociaaldemocratisch beleidsprogramma voor het behoud van de welvaartstaat en een versterking van de zorg. PVV pleit voor een sociaal woonbeleid, en net als Le Pen voor betere pensioenen en een lagere pensioenleeftijd.

De Poolse conservatief-katholieke en autoritaire regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) verhoogde meermaals de minimumlonen, verlaagde de pensioenleeftijd en deed de pensioentoelagen stijgen.

Zelfs de Poolse conservatief-katholieke en autoritaire regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) vaart een, vaak in de media onderbelichte, sociaaldemocratische koers. Sinds 2015 verhoogde het meermaals de minimumlonen. Het verlaagde de pensioenleeftijd weer tot 65 jaar voor mannen en 60 jaar voor vrouwen, en de pensioentoelagen stegen. De arbeidshervorming van de vorige regering, die een grotere precarisering van de arbeid en een hoog aantal schijnzelfstandigen tot gevolg had, werd teruggedraaid voor meer werkzekerheid.

In eigen land mat Vlaams Belang zich van meet af het imago van een werknemerspartij aan, met eigen 1-meivieringen, maar de partij voer een economisch rechtsere koers. Vanaf 2005 zette het een koerswijziging in die niet los te zien is van de opkomst van N-VA, een liberale en economisch rechtse partij binnen de Vlaams-nationalistische beweging.

Vlaams Belang staat nu voor een meer sociaal beschermend beleid, wil de pensioenleeftijd weer naar 65 jaar verlagen, en pleitte voor een minimumpensioen van 1.500 euro. Sinds 2014 ontpopte het zich zelfs als voorstander van de automatische loonindexering.

Travail, famille, patrie

In Vichy-Frankrijk, het met Nazi-Duitsland collaborerende regime tijdens de Tweede Wereldoorlog, keerde maarschalk Philippe Pétain de lijfspreuk van Franse Revolutie – liberté, egalité, fraternité – om naar een nieuwe slogan: travail, famille, patrie. Drie pijlers die ook vandaag nog het sociale discours van extreemrechts bepalen.

In Polen is het sociale beleid sterk verbonden met het familiale beleid. Het netto gezinsinkomen kan er tot 40 procent op vooruit gaan dankzij sterk verhoogde gezinstoeslagen, zonder evenwel grote investeringen in collectieve voorzieningen voor kinderopvang of onderwijs. Die keuze hangt nauw samen met de kerkelijke visie op een traditionele rolverdeling van man en vrouw, met de vrouw in de eerste plaats als zorgdrager in de familie en minder als deelnemer aan de arbeidsmarkt. PiS is fel gekant tegen zo’n zogenaamde genderideologie.

Het conservatieve waardenbegrip werk inspireerde de Hongaarse premier Viktor Orbán tot een beleid van verplichte deelname aan een programma voor openbare werken in economisch achtergestelde regio’s.

Traditionele en conservatieve opvattingen over man-vrouwverhoudingen en gezinswaarden zijn ook sterk bij Zuid-Europese extreemrechtse partijen, zoals de Italiaanse regeringspartij Fratelli d’Italia van premier Giorgia Meloni en Vox in Spanje. In Noord- en West-Europa leggen extreemrechtse partijen daar minder de nadruk op. Lang bevestigde Vlaams Belang een dergelijk traditioneel rollenpatroon, en nam het standpunt tegen abortus of het homohuwelijk, maar onder voorzitter Tom Van Grieken doet het dat alvast niet meer in het openbaar.

Wel is er een nieuwe vijand: de woke-ideologie, kortweg alle antiracistische en feministische bewegingen die opkomen voor sociale rechtvaardigheid en discriminatie op basis van klasse, etnische afkomst of gender aanklagen.

Tot zover de familiewaarden. Het conservatieve waardenbegrip werk inspireerde de Hongaarse premier Viktor Orbán en zijn partij Fidesz tot een beleid van verplichte deelname aan een programma voor openbare werken in economisch achtergestelde regio’s. Critici zagen er vooral een aanzet in om werklozen een uitkering te ontzeggen en onder het minimumloon te laten werken. Ook Vlaams Belang ziet heil in zo’n activering van werklozen, want ‘een werkloosheidsuitkering mag geen sociale hangmat worden’.

Minimale verbijfsduur

Toch zijn niet overal in Europa extreemrechtse partijen gewonnen voor een sociaal-protectionistische koers. Zo behoudt Alternative für Deutschland (AfD) een zekere strategische vaagheid en zijn er twee fracties binnen de partij, zowel sociaaleconomisch links als rechts. Fratelli d’Italia en de Noord-Italiaanse seperatistische partij Lega zitten, net als Vox, op een rechtse economische koers.

Wat ze wel allemaal gemeen hebben is een sociaaleconomische focus op het vaderland, la patrie. Fidesz heeft vanaf 2010 een beleid uitgetekend van nationaal eigenaarschap van productiemiddelen, met ondersteuning van een eigen Hongaarse zaken- en ondernemersklasse. Al komt dat in de praktijk vaak neer op openbare aanbestedingen die naar aan Fidesz loyale ondernemers gaan. In Polen verzet het beleid zich dan weer tegen de vele buitenlandse (lees: Duitse) multinationals die Poolse werknemers niet op dezelfde manier zouden behandelen als de Duitse werknemers.

Wanneer de PVV in 2012 een ‘meldpunt’ voor klachten over Poolse, Roemeense en Bulgaarse burgers in het leven riep, namen de diplomatische relaties met die landen een duik.

In West-Europa ligt de klemtoon veeleer op het behoud van werk en welvaart voor het etnisch omschreven eigen volk. Dat welvaartchauvinisme uit zich onder meer in de uitsluiting of voorwaardelijke toegang tot de sociale zekerheid voor migranten en vluchtelingen – denk aan een minimale verblijfsduur, taalvereisten, of culturele assimilatie. Sommige voorstellen gaan zo ver om een eigen sociale zekerheid van en voor vreemdelingen in te stellen, gefinancierd met hun eigen sociale bijdragen.

Daarnaast krijgt het verzet tegen sociale dumping, door de concurrentie met Oost-Europese gedetacheerde werknemers, een etnisch kantje. Buitenlanders zouden binnenlandse banen bedreigen, of ondernemingen dreigen te vertrekken naar het buitenland. Wanneer de PVV in 2012 een ‘meldpunt’ voor klachten over Poolse, Roemeense en Bulgaarse burgers in het leven riep, namen de diplomatische relaties met die landen een duik.

Vlaams Belang zet in dat opzicht vooral in op de transport- en automobielsector, met acties aan werkplekken. In 2012 voerde het actie tegen de sluiting van Ford Genk in Limburg. Maar hoewel ze hun pijlen richtten op de beslissing om jobs uit Limburg te versluizen, kwam er geen structurele kritiek op de wanpraktijken multinationals of de uitwassen van het kapitalistisch systeem die de sluiting veroorzaakten. Zolang het geen analyse van herverdeling of een aanpak van ongelijkheid formuleert, kan Vlaams Belang in het algemeen niet als economisch links omschreven worden.

De Europese Conservatieven en Hervormers (ECR) in het Europees parlement en de rechts-populistische fractie Identity and Democracy (ID) kantten zich tegen een Europees minimumloon en de versterking van het sociaal loonoverleg.

Alleen mensen van een bepaalde etnische afkomst krijgen zo toegang tot politieke en sociaaleconomische rechten. Dat sluit solidariteit op Europees en internationaal niveau per definitie uit. Niettemin groeide de extreemrechtse samenwerking de laatste jaren sterk in het Europese Parlement.

Meer dan een op de vijf Europarlementariërs behoort vandaag tot een radicaal-rechtse partij, en hun fracties worden volgens peilingen de derde en vierde grootste. De rechts-populistische fractie Identity and Democracy (ID), waartoe onder meer Rassemblement National, AfD en Vlaams Belang behoren, toont zich daar minder neoliberaal dan de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR), waarbij N-VA, PiS en Fratelli d’Italia zitten. Maar een analyse van het stemgedrag van de rechtse blokken toont geen sociale koers. Zij stemmen tégen Europa en tegen een Europees sociaal beleid. ECR en ID kantten zich tegen een Europees minimumloon en de versterking van het sociaal loonoverleg.

Daarenboven waren ze tegen een transparantere aanpak van de loonkloof tussen mannen en vrouwen, tegen de regulering van sociale dumping in de transportsector, en tegen een minimale vennootschapsbelasting om fiscale dumping tussen lidstaten tegen te gaan. Vlaams Belang en N-VA waren de enige Belgische partijen die tegen die voorstellen stemden. Daarmee verzet extreemrechts zich in de feiten tegen sociale correcties op de Europese vrije markt zijn.

Eigen vakbond eerst

Het antidemocratische en populistische karakter van extreemrechts uit zich niet alleen in een gebrekkige interne democratie van die partijen, maar vooral ook in de ingezette aanval op democratische en rechterlijke instellingen die de grondwettelijke rechten van minderheden verzekeren, ook al gaat dat soms in tegen de meerderheid. Het miskent daarbij evenzeer de rol van het sociaal middenveld om collectief een stem te geven aan diverse groepen. De vakbonden, die extreemrechts tot de elite en het establishment rekent, moet daarbij uit naam van het volk bestreden worden.

Lang was Vlaams Belang sterk tegen de vakbonden gekant. In 2010 publiceerde voormalig Vlaams parlementslid Rob Verreyken (VB) het boek Welkom in Vakbondistan. Hij klaagde daarin de monopoliepositie en het ‘Belgicisme’ aan van de vakbonden. Een interne ‘vakbondscel’ en een eigen vakbond, de Vlaamse Solidaire Vakbond, moest zich vanaf 2011 klaarstomen om deel te nemen aan de sociale verkiezingen een jaar later. Toen dat niet lukte, omdat het de minimumdrempel van 50.000 leden niet haalde, werd die strategie opgeheven. Op sociale media – Vlaams Belang geeft het meest uit aan sociale media van alle Belgische partijen – blijft de partij wel de werknemersklasse rechtstreeks aanspreken.

Een eigen vakbond van Vlaams Beland, de Vlaamse Solidaire Vakbond, moest zich vanaf 2011 klaarstomen om deel te nemen aan de sociale verkiezingen. Toen die de minimumdrempel van 50.000 leden niet haalde, werd die strategie opgeheven.

In dezelfde trant ondernam Marine Le Pen verscheidene pogingen om FN-vakbonden op te richten, maar door de juridische weerstand van de twee grootste vakcentrales CGT en CFDT stierven die een stille dood. Wel wilde ze syndicalisten rekruteren voor verkiezingslijsten. ‘We moeten geen eigen vakbond oprichten’, zei ze, ‘onze militanten zijn al geworteld in de arbeiderswereld.’

Wat Vlaams Belang en Le Pen niet lukte, proberen sommige Europese zusterpartijen nog steeds. De Duitse groepering Zentrum Automobiel (inmiddels: Zentrum) diende lijsten in voor de sociale verkiezingen, en in de Daimler-autofabrieken in Stuttgart werden in 2010 voor het eerst twee leden verkozen. Ze profileerden zich als een tegenmacht voor de klassieke vakbonden en pretendeerden op te komen voor ‘gewone werknemers’. Betrokken vakbondsmilitanten hekelen de agressieve communicatie op personeelsvergaderingen van deze groepering, terwijl de houding in de overlegorganen eerder passief blijft.

In Italië heeft de Unione Generale del Lavoro (UGL) duidelijke banden met de Lega-partij van Matteo Salvini.

Maar in Polen, Hongarije en Italië schuren sommige gewortelde vakbondsfederaties dicht tegen extreemrechts aan. Neem nu de Poolse vakbond Solidarność, historisch cruciaal in het verzet tegen het communistische regime en voor democratie en rechtsstaat. Vandaag steunen ze niet alleen het sociale beleid van PiS, overigens ontstaan in de schoot van Solidarność, maar ook het conservatief-nationalistische beleid.

In Hongarije genieten de vakbonden LIGA en Munkástanácsok een voorkeursstatus van Fidesz, en in Italië heeft de Unione Generale del Lavoro (UGL) duidelijke banden met de Lega. In de praktijk toont de vakbond zich als een zogenaamde gele vakbond, die onvoldoende onafhankelijk is van de werkgever, en houdt ze er zeer werkgeversvriendelijke standpunten op na.

Hoe vakbonden extreemrechts (niet) kunnen aanpakken

Dat maakt op zijn minst duidelijk dat de leden en militanten van Europese vakbonden niet immuun zijn voor extreemrechts. Onderzoek onder leiding van de Universiteit van Kassel, en met coördinatie van de Deutsche Gewerkschaftsbund (DGB) en samenwerking van het ACV, vatte de conclusies over de syndicale strategieën in Duitsland, België, Frankrijk, Hongarije, Italië en Polen samen.

Waar extreemrechts voet aan de grond heeft gekregen in de regering, zoals in Polen of Hongarije, blijkt er een polarisering ontstaan tussen vakbonden die met de regeringspartijen samenwerken en vakbonden die zich tot de oppositie rekenen, maar dan ook uitgesloten worden van de nationale sociale dialoog. In Polen is Ogólnopolskie Porozumienie Związków Zawodowych (OPZZ), net als de grootste Hongaarse vakbond MASZSZ, het niet eens met het conservatieve, nationalistische, xenofobe en antidemocratische beleid, maar zij blijven voorzichtig over het sociale beleid. Op ondernemingsniveau proberen ze alsnog zoveel mogelijk samen te werken met de regeringsgetrouwe confederaties. Die voorzichtige houding hangt ongetwijfeld samen met hun zwakkere positie door de lage syndicaliseringsgraad in deze landen, minder dan 20 procent.

Het gebrek aan politieke vorming maakt werknemers en laden, aldus die vakbonden, kwetsbaar voor valse beloftes. In dat opzicht staan de drie bij het Europees Vakverbond (EVV) aangesloten Italiaanse confederaties – de Unione Italiana del Lavoro (UIL), de Confederazione Italiana Sindacati Lavoratori (CISL) en de Confederazione Generale Italiana del Lavoro (CGIL) – verder, zij scharen zich achter hun historische strijd tegen het fascisme.

Politiek vormingswerk doen ook de Franse vakbonden CGT en CFDT, in tegenstelling tot de vakbond Force Ouvrière (FO) die zich pluralistisch wil opstellen en netelige politieke kwesties uit de weg wil gaan.

Werknemers in de Lamborghinifabriek in Turijn kregen bijvoorbeeld een verplichte vorming over de antifascistische Italiaanse grondwet. De zetel van CGIL in Rome werd in oktober 2021 slachtoffer van een aanslag van een neofascistische militie. Toch lijkt ook de CISL aansluiting te zoeken bij de Lega.

Zo'n vormingswerk doen ook de Franse vakbonden CGT en CFDT, in tegenstelling tot de vakbond Force Ouvrière (FO) die zich pluralistisch wil opstellen en netelige politieke kwesties uit de weg wil gaan. Hun vormingen leggen de nadruk op antiracisme, het belang van sociale rechten, en de onverenigbaarheid van het Rassemblement National en de syndicale waarden. Voor leden die opkomen voor RN of zich uiten als extreemrechtse activisten, bijvoorbeeld door propaganda te verspreiden, is er een uitsluitingsprocedure, al blijft het aantal effectieve uitsluitingen beperkt.

De Deutsche Gewerkschaftsbund zoekt dan weer een gulden middenweg tussen confrontatie, afbakening en uitsluiting. Hun militanten sporen ze aan om op te komen voor de fundamentele syndicale overtuigingen, vooral aanwezig te zijn op de werkvloer, en om te streven naar een brede inspraak.

De kleinere Nederlandse vakbond van christelijke signatuur CNV koos er eveneens voor om te focussen op werk en inkomen, en geen geprononceerde positie in het publieke debat in te nemen, met name over het klimaat, of over migratie. Dan volgt de grotere linkse Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) een andere weg. Hun ledenparlement nam in 2021 een motie aan die de deelname verbiedt aan activiteiten van partijen die haat zaaien of discrimineren.

Kompaswaarden

Sinds de jaren tachtig hebben de drie Belgische vakbonden een uitsluitingsprocedure voor extreemrechtse partijleden. Dat belet niet dat sommige leden extreemrechtse sympathieën (of stemgedrag) vertonen. Regelmatig worden ACV-vormers geconfronteerd met vooral jongere en nieuwe militanten die een extreemrechts en racistisch gedachtengoed overnemen.

Vanaf de jaren negentig zochten de vakbonden bondgenootschappen met andere actoren van het antiracistische middenveld, zoals Hand in Hand tegen racisme en de recente 8-meicoalitie. Naast vormingen over onder meer populisme en fake news, begeleiden diversiteitscoaches van het ACV militantenkernen op de werkvloer. Verbindende communicatie en echte dialoog over reële bekommernissen op de werkvloer staan daarin centraal.

Sinds de jaren tachtig hebben de drie Belgische vakbonden een uitsluitingsprocedure voor extreemrechtse partijleden.

Het EVV – dat 45 miljoen leden telt, en 93 aangesloten confederaties in 41 landen – nam voor het eerst in zijn vijftigjarige geschiedenis een Waardencharter aan op zijn congres, in mei van dit jaar. In tijden van de normalisering van extreemrechts wil het duidelijk stellen waarvoor het staat. Welke waarden willen wij in de samenleving en in de eigen beweging waarmaken? Vrede, democratie, de rechtsstaat, Europese integratie, internationale samenwerking, mensenrechten, solidariteit, gelijkheid, politieke en economische autonomie, milieubescherming, integriteit, transparantie en verantwoordelijkheid zijn daarin de uitgesproken kompaswaarden.

In een actieplan voor de strijd tegen extreemrechts krijgen vakbonden de opdracht om de grondoorzaken van de opkomst van extreemrechts aan te pakken: de ongelijkheid van rijkdom en inkomen, sociale dumping, de precarisering van de arbeid, en de ontmanteling van de welvaartstaat. Omdat verschillende studies al uitwezen dat meer zeggenschap op het werk werknemers minder vatbaar maakt voor extreemrechts, ligt ook daar een opdracht voor de vakbonden. Andere concrete voorstellen uit het actieplan omvatten het voorstel om van 8 mei overal in Europa een extra feestdag te maken ter herinnering aan de overwinning op het fascisme, en een cordon sanitaire tegen extreemrechts in de Europese instellingen, in het bijzonder tegen een samenwerking met ECR en ID.

Het intersyndicale cordon sanitaire in België, dat al dertig jaar standhoudt, is in Europa uniek, maar krijgt zo navolging. Vakbondswerk kan zich immers niet beperken tot de strijd voor een beter loon en beter werk. Het syndicalisme staat in het midden van alle progressieve maatschappelijke actoren, en heeft daarin een engagement om op te komen voor fundamentele waarden van democratie en inclusie.

Abonnement De Gids

Neem een abonnement op De Gids!

Aanbevolen

Fachtcheck: Zijn Belgische werknemers niet flexibel?

Uit cijfers van Steunpunt Werk blijkt dat Belgische werknemers vaak flexibel werken. Zeker wat betreft deeltijds werk en weekendwerk zitten we boven...
   02 december 2025

De dunne grens tussen arbeidsmigratie en sociale dumping

In de bouwsector is sociale dumping kopzorg nummer één, dat bleek onlangs nog in de Pano-reportage over detacheringsmisbruik. Controle,...
   27 november 2025

'Maak van zorg weer het hart van de samenleving'

De zorg stevent af op een infarct door de toenemende vergrijzing en de personeelstekorten. Hoe kunnen we het tij keren? Over die vraag bogen...
   24 november 2025

Begrotingsakkoord: 'Lonen gedrukt, zorg duurder'

Plots was er een begrotingsakkoord. Gewone gezinnen mogen opnieuw opdraaien, waarschuwen ACV en CM. Ze zien harde ingrepen die lonen drukken en zorg...
   24 november 2025