Volgens tellingen van daklozenorganisatie Brussel’Help stijgt het aantal dak- en thuislozen in Brussel al jaren. Ook in de andere Belgische regio’s kaarten verschillende onderzoekers aan dat dak- en thuisloosheid in alle steden en gemeentes een hardnekkig probleem is. Je kan er letterlijk niet naast kijken.
Voor onze jongste studie, Vinden dak- en thuislozen de weg naar sociale huisvesting in België?, keken Kristof en ik specifiek naar één belangrijk instrument om dak- en thuisloosheid te bestrijden in België: het sociale woonbeleid. Sociale huisvesting lijkt alvast een evidente en doeltreffende manier om mensen uit de dak- en thuisloosheid te helpen en te houden. Door mensen een betaalbaar dak boven hun hoofd en de nodige begeleiding te bieden, kunnen ze de draad van hun leven weer oppikken.
Dak- en thuislozen niet overal een uitgesproken voorrangsgroep voor sociale huisvesting.
Maar opvallend genoeg wordt sociale huisvesting voorlopig niet ingezet als hét strijdmiddel tegen dak- en thuisloosheid. Het huidige beleid start van een trapmodel. Mensen in acute woonnood krijgen noodwoningen en tijdelijke opvang, en pas later zoekt men een permanente (sociale) woning.
De toegangsbarrières tot sociale huur zijn niet gering. Ten eerste zijn er simpelweg te weinig sociale woningen, waardoor de wachtlijsten groeien. Gemiddeld moeten mensen bij SHM’s (sociale huisvestingsmaatschappijen die publiek gefinancierd en beheerd zijn) twee à drie jaar wachten in Wallonië, vier jaar in Vlaanderen, tot zelfs langer dan tien jaar in Brussel.
Voorts zijn dak- en thuislozen niet overal een uitgesproken voorrangsgroep: enkel de Vlaamse SVK’s (sociale verhuurkantoren waarvan de woningen zelf in privébezit zijn, maar de verhuur ervan wel publiek beheerd worden) en de Waalse SHM’s werken met duidelijke prioriteitspunten voor dak- en thuislozen, ofwel ‘mensen in een situatie van acute woonnood’. Andere systemen kennen voor hen wel een procedure van ‘versnelde toewijzing’, maar spreken die slechts zelden aan.
Housing First
SHM’s verlenen voorrang aan mensen die een duurzame band met de gemeente kunnen aantonen. Dat blijkt zeer moeilijk als je noodgedwongen vaker moet verhuizen door een gebrek aan een vast adres, of wanneer je een nieuwkomer in België bent of een slachtoffer van huishoudelijk geweld.
Momenteel is er een fusieoperatie in Vlaanderen op til tussen de SHM’s en SVK’s. Ook in het nieuwe toewijzingssysteem voor die woonmaatschappijen zal lokale binding een voorname rol blijven spelen. 20 procent van de toewijzingen moet voorbehouden worden voor mensen met acute woonnood, maar dat percentage betekent voor ons alvast geen duidelijke verbetering.
In Vlaanderen botsen dak- en thuislozen op ‘lokale verbinding’ als voorrangscriterium.
Onder meer als reactie op die toegangsbarrières, experimenteren verschillende steden en gemeenten met Housing First-projecten. Die parallelle projecten aan de sociale huur bieden dak- en thuislozen onmiddellijk een woonst aan, zonder verdere verplichtingen en met meer begeleiding op maat.
Een eerste pilootproject in België (van 2013 tot 2016) boekte sprekende resultaten: zo’n 90 procent van de deelnemers ontsnapte erdoor langdurig uit een situatie van dak- en thuisloosheid. Zowel de deelstaten als het federale niveau maken er nu miljoenen voor vrij. Maar voorlopig blijven de projecten erg versnipperd, kleinschalig en hangen ze af van een tijdelijke financiering.
Het is dus nog niet voor de nabije toekomst, die shift in het huisvestingsbeleid voor dak- en thuislozen. Daarvoor ontbreekt het nog te veel aan structurele maatregelen en een duidelijke prioriteit voor deze doelgroep.

