Dat kon op veel enthousiasme en de nodige persaandacht rekenen, met zelfs een reportage in het VRT-journaal. Maar ondanks de aandacht voor zo’n originele initiatieven wringt er toch iets. Sinds wanneer zijn kinderen die in de modder springen een item voor het zevenuurjournaal? Wat zegt dat over ons collectieve vermogen om nog buiten te komen, daar plezier te maken? Het Kampioenschap Modderspringen is een bewonderenswaardig initiatief dat een tekort moeten opvullen waarvan een paar generaties geleden nog geen sprake was: een tekort aan tijd en ruimte om buiten in de natuur te zijn.
Kinderen onder de zeven jaar spenderen gemiddeld al dubbel zoveel tijd achter een scherm dan in de buitenlucht.
Onze levens in de Westerse wereld spelen zich steeds meer in een steriele ruimte af. In Losing Eden, geschreven vlak voor de lockdown, zet de Britse journaliste Lucy Jones enkele ongemakkelijke feiten op een rijtje. Kinderen onder de zeven jaar spenderen gemiddeld al dubbel zoveel tijd achter een scherm dan in de buitenlucht. Drie vierde van de Britse kinderen onder de twaalf brengen minder dan een uurtje per dag buiten door.
Ter vergelijking, dat is minder dan het verplichte minimum voor gevangenen. Voor kinderen met een migratieachtergrond of uit de lagere sociale klassen liggen die cijfers vaak nog lager. Voor volwassenen ziet het plaatje er (uiteraard) niet beter uit.
We keren ons, als samenleving, steeds meer naar binnen. We vergeten woorden, gewoonten en vaardigheden die met de natuur verbonden zijn. Wie kan nog een eik van een beuk onderscheiden? Weet hoe te navigeren met de stand van de zon? Kan een hut vlechten van wilgentakken? Wie herinnert zich nog hoe leuk het is om een modderfiguur te slaan? Zo staat onze samenleving niet alleen op de rand van een massa-extinctie in de natuur, maar ook van een extinctie van ervaring: die rijke zinnelijke wereld van kennis, kunde, verbeelding en spel die onlosmakelijk met de natuur verbonden is.
Kalmerend effect
De ironie wil dat we de nefaste effecten van deze evolutie maar al te goed kennen. Studie na studie toont telkens hetzelfde aan: de natuur is broodnodig voor onze gezondheid. Ze heeft een kalmerend effect op ons zenuwstelsel, reduceert fysieke en psychische stress, en helpt bij endemische klachten als depressie. Alleen al het uitzicht op een boom doet de overlevingskans bij ziekenhuispatiënten toenemen.
Interactie met een gezond leefmilieu kan dan ook een cruciale rol spelen om heel wat SDG’s te behalen. Van gezondheid en welzijn tot efficiënte klimaatactie, het beschermen van land- en waterleven, of het vormgeven van duurzame steden. Direct contact met de natuur heeft een positief effect op duurzaam gedrag.
We kampen met een gebrek aan gezonde, toegankelijke natuur, en met een gebrek aan educatie over hoe we ons in die natuur kunnen gedragen.
Waarom zitten we dan zo vaak binnen? Digitalisering klinkt vaak als oorzaak, maar er speelt een structureler probleem. Onze samenleving (ook het beleid) ontmoedigt de toegang tot natuur op allerlei manieren. We kampen met een gebrek aan gezonde, toegankelijke natuur, en met een gebrek aan educatie over hoe we ons in die natuur kunnen gedragen.
In Vlaanderen is het nagenoeg overal verboden om buiten in rivieren of vijvers te zwemmen, behalve binnen hekken, en als je een toegangsticket betaalt. In Engeland, daarentegen, is zwemmen overal toegestaan en telt de Wild Swim-beweging zelfs in de winter tienduizenden volgers. In Schotland en Scandinavië bestaat een right to roam, of het allemansrecht, het recht om overal te wandelen en te kamperen zolang je er geen afval achterlaat.
Argumenten als ‘natuurbescherming’ of ‘veiligheid’ om beperkingen te verantwoorden, lijken vaak niet meer dan ondoordachte excuses. Het praat te gemakkelijk een betuttelend beleid goed dat mensen werkelijke toegang tot natuur ontzegt.
Toegang tot natuur is een fundamenteel menselijke ervaring en een mensenrecht. Dat erkennen is fundamenteel voor om de gezondheidscrisis en de ecologische crisis aan te pakken. Een bijzonder belangrijke stap, willen we de SDG's ernstig nemen.

