Windmolenpark
© Unsplash/ Karsten Würth

Klimaatverandering en de verschillende gevolgen ervan zijn een uitdaging voor de beleidsmakers en voor onze samenleving als geheel. Om deze verandering te stoppen, zijn zowel beleidsmaatregelen als gedragsveranderingen nodig, maar dit laatste blijkt niet vanzelfsprekend.

Ann Morissens, CM-studiedienst
Stijn Vos, CM-studiedienst
Mattias Van Hulle, CM-studiedienst

Een CM-studie onderzocht de verbanden tussen kennis, houdingen en bezorgdheden over klimaatverandering en hoe die zich verhouden tot engagement. We vonden dat kennis een belangrijke voorspeller is van zowel bezorgdheid als engagement, maar dat er ook nog heel wat barrières zijn om tot gedragsverandering te komen.

Klimaatwetenschappers waarschuwen al jaren dat we er zonder maatregelen niet in zullen slagen de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius. Intussen is het duidelijk dat dit doel niet langer realistisch is en bereiken ons alarmerende berichten dat de opwarming in Europa veel sneller gaat dan verwacht. De voorbije jaren was er eveneens toenemende aandacht voor de gezondheidsgevolgen van de klimaatverandering.

Er werd verwacht dat deze informatie zou resulteren in een groter maatschappelijk draagvlak voor klimaatbeleidsmaatregelen en gedragsverandering, maar dat bleek minder het geval dan gehoopt.

Om klimaatverandering een halt toe te roepen, is er niet enkel een ambitieus klimaatbeleid nodig, het vergt ook gedragsverandering en actie bij een grote groep mensen.

Want om klimaatverandering een halt toe te roepen, is er niet enkel een ambitieus klimaatbeleid nodig, het vergt ook gedragsverandering en actie bij een grote groep mensen. Toch is dit vandaag niet het geval. Enerzijds blijkt dat klimaatverandering en de gevolgen ervan goed gekend zijn. Tegelijkertijd blijven verregaande veranderingen en grootschalige omwentelingen vooralsnog uit.

Filosoof en wetenschapssocioloog Bruno Latour verwoordde dit als volgt in On the Emergence of an Ecological Class: A Memo: ‘We kunnen de huidige situatie samenvatten door te zeggen dat iedereen ondertussen weet dat besluitvolle actie nodig is om een catastrofe te voorkomen, maar dat zowel de motivatie als de richting, die ons in staat stellen om te handelen, ontbreken.’

Eén van de hete hangijzers in de context van klimaatverandering blijft dus hoe kennis zich verhoudt tot engagement en actie.

Kwetsbare groepen

Met dit vraagstuk in het achterhoofd onderzocht de CM-studiedienst de kennis, houdingen en bezorgdheden ten aanzien van klimaatverandering en de mogelijke gevolgen om een beter inzicht te krijgen in de manier waarop deze elementen zich tot elkaar verhouden. Ook is nagegaan hoe deze factoren in relatie staan tot persoonlijke engagement en actiebereidheid.

De data voor de studie werd verzameld via een uitgebreide online-enquête bij CM-leden in de periode februari-maart 2024. In totaal vulden 910 personen de vragenlijst volledig in.

Verder belicht de studie specifiek twee groepen die extra kwetsbaar zijn voor klimaatverandering. Enerzijds zijn dit personen met gezondheidsproblemen die kwetsbaarder zijn ten aanzien van de toenemende gezondheidsrisico’s die gepaard gaan met klimaatverandering, zoals een hogere kans op infectieziekten, allergieën, en ziekte door hitte.

Anderzijds gaat het om financieel kwetsbare personen die kwetsbaarder zijn omdat hun levensomstandigheden hen verhinderen om van de klimaatproblematiek een prioriteit te maken, terwijl ze tegelijkertijd een groter risico lopen om een impact te ervaren van de negatieve gevolgen.

Deze groep woont bijvoorbeeld vaker in huizen die vatbaarder zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. Zo kan een ondermaatse isolatie in de winter de energiekosten hoger doen oplopen, terwijl bij langdurige hitte in de zomer de woning onvoldoende afkoelt. De risico’s bevinden zich op die manier zowel op financieel als op gezondheidsvlak, een combinatie die in de realiteit helaas vaak voorkomt.

De specifieke aandacht voor deze twee groepen is een relatief nieuwe bijdrage en relevant om twee redenen. Ten eerste worden deze groepen in het algemeen vaak ondervertegenwoordigd in onderzoek. Ten tweede worden onderwerpen als klimaatverandering, leefmilieu en biodiversiteit vaak gezien als thema’s waarmee vooral meer gegoede personen bezig zijn. Veelgehoorde argumenten zijn dat mensen met beperkte financiële middelen of met gezondheidsuitdagingen vooral bezig zijn met overleven, niet de tijd of energie hebben om aandacht te besteden aan klimaat, of er wel om geven maar niet als primaire bezorgdheid.

Kennis en engagement

Internationaal onderzoek dat houdingen ten aanzien van de klimaatverandering in kaart brengt, wijst op een dalende trend van het aantal personen dat de klimaatverandering ontkent. Uit een bevraging van de Europese investeringsbank in 2021 blijkt dat 81 procent van de respondenten in de Europese Unie aangeeft dat klimaatverandering en de gevolgen ervan de grootste uitdaging vormen van de 21ste eeuw. Voor België was dit 82 procent. Een ruime groep (77 procent) is van mening dat ze de invloed van de klimaatverandering merken in hun dagelijks leven.

Kennis over klimaatverandering is doorgaans positief geassocieerd met risicoperceptie en bezorgdheid. Als we kennis en houdingen vervolgens in relatie brengen met engagement, verwachten we dat betere kennis resulteert in een grotere bezorgdheid en dat die bezorgdheid op haar beurt mensen aanzet tot actiebereidheid.

Het is niet onwaarschijnlijk dat pessimistische communicatie over klimaatverandering gevoelens van angst en schuld aanwakkert. In het slechtste geval leidt dit ertoe dat mensen zich gaan afschermen.

Omgekeerd verwachten we weinig actiebereidheid van personen die niet geloven in klimaatverandering. Dit is overigens in lijn met bevindingen van eerder onderzoek. Toch lijkt het erop dat in de praktijk de actiebereidheid een stuk beperkter is dan wat de theorie suggereert. Dat zorgt er mede voor dat het probleem van klimaatverandering niet echt opgelost geraakt.

Vanuit psychologisch oogpunt zijn hier een aantal verklaringen voor. Het is niet onwaarschijnlijk dat het overwegend pessimistische karakter van communicatie over klimaatverandering gevoelens van angst en schuld aanwakkert. In het slechtste geval leidt dit ertoe dat mensen zich gaan afschermen van de klimaatproblematiek, waardoor gedragsverandering onwaarschijnlijk wordt.

Gevoelens van machteloosheid kunnen ook een barrière vormen, net als het ontbreken van middelen om duurzame gedragingen te stellen. Dat kan resulteren in het negeren van informatie over klimaatverandering en bijgevolg mogelijks in het uitblijven van actie.

Naast psychologische aspecten spelen ideologische denkbeelden potentieel een rol. Personen met een individualistische, conservatieve of autoritaire levensvisie zouden de klimaatverandering minder serieus nemen en bijgevolg minder actie nemen om het tij te keren. Hierbij aansluitend kunnen we stellen dat de electorale successen van extreemrechtse partijen de voorbije jaren ook gevolgen hebben voor de actiebereidheid.

Bezorgd zijn we wel, voor de toekomst

In de enquête is met verschillende vragen gepeild naar de kennis en houdingen over klimaatverandering en de mate waarin men bezorgd is over deze gevolgen. Uit de resultaten blijkt dat het merendeel van de deelnemers goed op de hoogte is van zowel de oorzaken als de gevolgen van de klimaatverandering.

82,5 procent van de respondenten is van mening dat klimaatverandering veroorzaakt wordt door menselijke activiteiten, terwijl 15,7 procent natuurlijke processen aanwijst als oorzaak. Volgens 1,8 procent van de respondenten is er geen klimaatverandering.

Wat de bezorgdheid (‘uiterst bezorgd’ of ‘bezorgd’) over de gevolgen van de klimaatverandering betreft, scoort de bezorgdheid voor kinderen en kleinkinderen het hoogst, gevolgd door bezorgdheid over de financiële gevolgen en gevolgen in het algemeen. Bezorgdheid over de gevolgen voor zichzelf scoort het laagst. Dit resultaat ligt in lijn met eerder onderzoek waarbij mensen de risico’s van klimaatverandering als ver weg ervaren, vooral in de toekomst en voor andere generaties.

Vrouwen hebben over het algemeen meer kennis dan mannen over de gevolgen van klimaatverandering en het verband met gezondheid.

Dit wordt ook wel psychological distancing genoemd. Dat wordt aangehaald als een van de redenen waarom het zo moeilijk is om beleidsmakers en inwoners in beweging te krijgen om meer actie te ondernemen voor het klimaat.

De statistische analyse toont dat een grotere kennis over de gevolgen van klimaatverandering, samenhangt met een grotere bezorgdheid over het klimaat, het leefmilieu en vooral de gezondheid. Kennis over de algemene gevolgen van klimaatverandering heeft het sterkste effect op bezorgdheid over gezondheid, gevolgd door bezorgdheid over het klimaat en het milieu.

Specifieke kennis over de gezondheidsgevolgen van de klimaatverandering heeft eveneens invloed op bezorgdheid, maar in mindere mate dan algemene kennis over klimaatverandering.

De studie keek daarnaast naar verschillende demografische en socio-economische factoren die verband houden met kennis over de gevolgen van klimaatverandering. Vrouwen hebben over het algemeen meer kennis dan mannen over de gevolgen van klimaatverandering en het verband met gezondheid. Vrouwen maken zich over het algemeen ook meer zorgen over deze onderwerpen dan mannen.

Een hoger opleidingsniveau is geassocieerd met meer kennis over de gezondheidsimpact van klimaatverandering, maar niet noodzakelijk met meer kennis over de algemene gevolgen. Financiële stabiliteit is geassocieerd met meer kennis over de algemene gevolgen van klimaatverandering, maar niet met kennis over de gezondheidsimpact en ze maken zich minder zorgen over klimaatverandering in het algemeen. Tevens blijkt dat mensen die aangeven vaker angstig te zijn, meer weten over zowel de algemene gevolgen als de gezondheidsimpact van klimaatverandering. Er is geen significant verband met leeftijd en kennis over klimaatverandering.

Kennis is deugd, niet?

Samengevat vindt de studie dat meer kennis over klimaatverandering samenhangt met een grotere bezorgdheid, ongeacht demografische en socio-economische factoren. Wie meer kennis heeft over de gevolgen van klimaatverandering toont zich er bezorgder over. Specifieke kennis over de gezondheidsgevolgen van de klimaatverandering heeft invloed op bezorgdheid, maar in mindere mate dan algemene kennis over klimaatverandering.

De studie leert dat meer kennis over de gevolgen van klimaatverandering resulteert in een sterker besef van de impact van de klimaatverandering en de effectiviteit van maatregelen, vooral op de economie en de financiën van gezinnen. Personen met meer kennis leggen meer nadruk op mitigatiemaatregelen die de klimaatverandering afremmen, en zijn minder voorstander van adaptatiemaatregelen (om zich aan te passen aan de klimaatverandering).

Kortom, mensen die de impact van klimaatverandering groter inschatten of geloven dat maatregelen goed werken, maken zich meer zorgen, vooral over hun gezondheid.

De studie vond een positief verband tussen kennis over klimaatverandering en persoonlijk engagement. Mensen die meer weten over klimaatverandering doen vaker een inspanning om klimaatvriendelijker gedrag te stellen. Ze zullen wat vaker de auto aan de kant laten voor korte verplaatsingen, of minder vlees te eten.

Daarnaast wordt een toename in bezorgdheid over klimaatverandering geassocieerd met een grotere bereidheid om persoonlijk actie te ondernemen, zoals het ondertekenen van een petitie over een leefmilieuthema, lid zijn van een natuurvereniging of deelnemen aan een klimaatmars. Ook tussen houdingen over de klimaatimpact en persoonlijk engagement is er een positief verband: wie gelooft dat klimaatverandering een grote impact heeft, zal meer geneigd zijn om zelf een steentje bij te dragen.

Kennis speelt dus wel degelijk een belangrijke rol voor zowel het vergroten van het persoonlijk engagement als de actiebereidheid.

Wat met sociale klasse?

De groep financieel kwetsbare mensen heeft minder kennis over de gevolgen van klimaatverandering dan niet financieel-kwetsbaren. De kwetsbare groep scoort ietwat lager op zowel algemene kennis over klimaatverandering (gemiddelde score 20,98 vs. 22,10, p < 0,01) als over de gezondheidsimpact ervan (8,87 vs. 9,50, p < 0,01).

De financieel kwetsbare groep is meer bezorgd over de gevolgen van klimaatverandering in het algemeen en over de leefomgeving.

Maar ondanks die beperktere kennis, is hun bezorgdheid over de klimaatverandering groter. De financieel kwetsbare groep is meer bezorgd over de gevolgen van klimaatverandering in het algemeen (10,34 vs. 9,50, p < 0,01) en over de leefomgeving (15,61 vs. 14,66, p < 0,01). Financieel kwetsbaren vinden adaptatiemaatregelen belangrijker dan mitigatiemaatregelen, hoewel zij vaak minder toegang hebben tot de middelen voor zulke aanpassingen.

Wat persoonlijk engagement betreft, zijn financieel kwetsbaren minder geneigd om actie te ondernemen. Dat verdient verdere duiding. Personen in armoede hebben een ecologische voetafdruk die beduidend lager is, terwijl ze vaker het slachtoffer zijn van de gevolgen van de klimaatverandering. Rekening houdend met het gegeven dat hun voetafdruk minder groot is en dat ze dus eigenlijk klimaatvriendelijk gedrag stellen uit noodzaak, veeleer dan als bewuste keuze, is het niet helemaal onlogisch dat ze lager scoren op de component persoonlijk engagement. Bovendien gaat het om relatief kleine verschillen tussen beide groepen.

Financieel kwetsbaren hebben vaak een ecologische voetafdruk die beduidend lager is, terwijl ze vaker het slachtoffer zijn van de gevolgen van de klimaatverandering. Het is niet onlogisch dat ze lager scoren op de component persoonlijk engagement.

De resultaten over de bezorgdheid van de groep financieel kwetsbaren zijn interessant en bevestigen wat in het tweejaarlijks rapport van het Steunpunt tot bestrijding van armoede werd aangehaald: ‘Vaak horen we dat mensen in armoede niet om duurzaamheid geven, dat ze elk proberen te overleven en dat het daarbij blijft. Dat klopt hoegenaamd niet! We moeten onze plaats in dit debat opeisen en onze eigen bijdrage leveren. Wij weten immers waartoe het groeimodel leidt, want wij dragen er de gevolgen van en lijden eronder.’

Inspirerend klimaatbeleid

De stap richting engagement is voor deze groep een stuk moeilijker omwille van financiële en andere barrières. Het is dan een taak van de overheid en andere actoren, om ervoor te zorgen dat deze groep hun bezorgdheid kan omzetten in een engagement om iets te doen voor het klimaat. Enkel op die manier is een rechtvaardige transitie mogelijk.

Voor personen met een chronisch gezondheidsprobleem, vonden we qua kennis over de gevolgen van klimaatverandering geen significant verschil. Bezorgdheid over de gevolgen van klimaatverandering daarentegen is significant groter. Ze maken zich meer zorgen over zowel de klimaatverandering in het algemeen (9,83 vs. 9,38, p < 0,01), over de leefomgeving (15,5 vs. 14,28, p = 0,01), als over de gezondheidsimpact van klimaatverandering (14,12 vs. 13,47, p = 0,01).

De communicatie over klimaatverandering moet aangepast worden aan verschillende doelgroepen.

Kennis is een belangrijke voorspeller voor bezorgdheid en persoonlijk engagement, maar is niet voldoende om gedragsverandering te bewerkstelligen. Er zijn psychologische en sociale barrières, zoals angst, schuldgevoel en een gevoel van machteloosheid, die de stap naar actie bemoeilijken. Klimaatactie bespoedigen mag daarom niet alleen gebaseerd zijn op bewustmaking, maar moet zich ook richten op het aanpakken van die barrières.

De communicatie over klimaatverandering moet aangepast worden aan verschillende doelgroepen. Inspirerende verhalen over positieve acties en concrete tips zijn belangrijk. Hier is zeker een rol weggelegd voor actoren zoals vakbonden, mutualiteiten, milieuorganisaties en onderwijsinstellingen.

Ondanks een beperktere kennis, zijn financieel kwetsbare groepen bezorgd en zelfs bezorgder dan personen zonder financiële problemen. Voor hen is engagement en actie echter niet vanzelfsprekend. Het beleid moet meer rekening houden met hun noden en behoeften. Door maatregelen te laten variëren in intensiteit en te vermijden dat klimaatmaatregelen vooral in het voordeel zijn van diegenen die er het minst nood aan hebben (proportioneel universalisme). Een ambitieus en sociaal rechtvaardig klimaatbeleid kan inspirerend werken en resulteren in gedragsverandering. 

Abonnement De Gids

Neem een abonnement op De Gids!

Aanbevolen

Meer balans op ons bord voor een duurzaam voedselsysteem

Meer plantaardige voeding is de toekomst. Dat was de boodschap van Vincent Smets, beleidsmedewerker bij ProVeg en coördinator van Next Food...
 West-Vlaanderen  04 december 2025

100 jaar oude citéwoning wordt energiepositief

In tuinwijk Waterschei (Genk) opende Stebo vzw vandaag een unieke demowoning. Ze toont aan dat ook 100 jaar oude citéwoningen klaar zijn voor een...
 Limburg  23 oktober 2025

‘Elke investering in ontharding verdien je terug’

Vlaams minister van Wonen, Energie en Klimaat Melissa Depraetere (Vooruit) en minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (CD&V) schuiven zelden...
   01 oktober 2025

Gaan klimaat en industrie samen?

Deze vraag ligt voor op een syndicaal café in Gent. Activisten van Climate Express en syndicalisten gaan er in aanloop naar de klimaatmars in...
 Oost-Vlaanderen  25 september 2025