Beleidsmatig – denk aan uitdagingen zoals de zorg, migratie, het klimaat of het woningkort – bakten ze er niets van. De regering spendeerde veel tijd aan onderling gekrakeel. Wel produceerde ze rechtsstatelijk kwalijke geuren. Op 29 oktober strafte de kiezer de vierpartijencoalitie van PVV, VVD, NSC en BBB hard af.
Gezamenlijk verloren ze 37 zetels, met fors verlies voor de PVV (van 37 naar 26 zetels) en NSC (Nieuw Sociaal Contract), de partij van Pieter Omtzigt die in 2023 vanuit het niets 20 zetels behaalde en nu opnieuw in het niets verdwijnt. Spectaculaire winst was er dan weer voor het links-liberale D66 en voor het christendemocratische CDA, met respectievelijk 17 en 13 extra-zetels in het parlement. Hun gestroomlijnde campagne, waarin ‘fatsoen’, ‘positiviteit’ en ‘de hoopvolle toekomst’ de belangrijkste trefwoorden waren, werd door de kiezer gesmaakt.
‘Politici zijn drie maanden van tevoren bezig met de verkiezingen, media drie weken en kiezers drie dagen.’
Roy Kramer, 'Waarom Wilders wél wint'
Dat gold niet voor de linkerzijde. Die kreeg een serieuze dreun rond de oren en scoorde nog nooit zo slecht. Kleine partijen zoals de SP en Volt verloren zetels, en fusiepartij GroenLinks-PvdA, die hoopte op een electorale doorbraak en het premierschap voor partijleider Frans Timmermans, moest vijf zetels inleveren. Ze kon haar positie, als grootste oppositiepartij tegenover het meest rechtse kabinet ooit, niet verzilveren. GroenLinks-PvdA werd geen ‘één plus één is drie’, maar bleek minder dan twee.
Logisch dat Frans Timmermans nog tijdens de verkiezingsavond zijn afscheid aankondigde. De ‘nieuwe generatie’, waarnaar hij verwees in zijn afscheidswoord, heeft veel stof tot nadenken, zowel over de boodschap als over de boodschapper.
Extreemrechts houdt stand
Dat Wilders bijna een derde van zijn kiezers kwijt is kan misschien sommigen verheugen, maar als je de winst bekijkt van evenzeer extreemrechtse partijen JA21 (van 1 naar 9 zetels) en Forum voor Democratie (van 3 naar 7 zetels), dan merk je dat het amalgaam van extreemrechts er nog op vooruit is gegaan. Samen bezetten ze 42 van de 150 zetels in de Nederlandse Tweede Kamer.
Hoewel de meest lijstrekkers verklaarden te streven naar een nieuwe regering tegen Kerstmis, zal een vlugge formatie niet gemakkelijk worden. Kandidaat-premier Rob Jetten (D66) sprak zijn voorkeur uit voor een kamerbreed kabinet, te vergelijken met onze Vivaldi-regering, maar de hiervoor noodzakelijke rechts-liberale VVD ziet een samenwerking met GroenLinks-PvdA niet zitten.
Zoals de VVD in 2023 de deur op een kier zette voor regeringsdeelname van de PVV, zo houdt voorzitter Dilan Yeşilgöz (voorlopig?) de deur dicht voor samenwerking met GroenLinks-PvdA. Zij verkiest een rechts kabinet met de BBB (Boerenburgerbeweging) en JA21.
Die laatste partij valt buiten het cordon dat de democratische partijen rond de PVV en Forum voor Democratie (FvD) hebben getrokken. Alhoewel ze zichzelf als fatsoenlijk ‘liberaal-conservatief’ definieert, is het geen partij van doetjes. Toonaangevende figuren zijn afkomstig van de vroegere Lijst Pim Fortuyn, de PVV of van FvD. De nummer twee van JA21, Annabel Nanninga, noemde bootmigranten ooit ‘dobbern*gers’ en stelde dat het vluchtelingenprobleem opgelost kan worden met ‘ebola’.
Recent onafhankelijk onderzoek wijst erop dat van hun 33 onderzochte beleidsvoorstellen er achttien de ‘rechtsstatelijke toets’ niet konden doorstaan. ‘Het is een partij die in ideeën vaak net zo radicaal is als Wilders, maar het slimmer aanpakt’, zei Geert Mak in De Morgen (31 oktober 2025).
Waarom Wilders wél wint
’Je zou verwachten dat wie er een puinhoop van maakt, daar ook een electorale prijs voor betaalt’, zegt journalist en historicus Marijn Kruk. ‘Alleen weten we ondertussen al lang dat die klassieke politieke wet niet opgaat voor radicaal-rechtse partijen.’ (De Standaard, 25 oktober 2025)
Wilders heeft wel een serieuze prijs betaald, maar extreemrechts niet. En dat is niet toevallig. Veel kiezers van rechts-populistische partijen, blijkt uit onderzoek, leggen de verantwoordelijkheid voor het falen van hun partij bij ‘de anderen’, bij ‘de elite’ die niet toelaat dat hun voorstellen, zoals een asielstop, gerealiseerd worden. ‘Dat Wilders niets voor elkaar kreeg én het kabinet liet klappen, was omdat links hem tegenwerkte, stellen PVV-kiezers.’ (NRC, 12 september 2025)
Maar er is meer. Vergeet niet, aldus Kruk, dat het hier gaat over ‘radicaal-rechtse krijgers die een heel eigen denkwereld meebrengen, met beelden die ze al jaren rondpompen in de samenleving’. Dat wereldbeeld blijft overeind, zeker nu deze kiezers merken dat ook mainstream-partijen en sommige media hun standpunten gedeeltelijk overnemen of normaliseren.
Zijn kiezers identificeren zich met hem, geloven hun leider. Dat geloof kan bergen feiten verzetten.
Dezelfde teneur vinden we terug bij Roy Kramer, vroeger spindoctor van D66. Hij analyseerde de Nederlandse kiescampagne en de verkiezingsuitslag van 2023 en schreef zijn bevindingen neer in Waarom Wilders wél wint. De titel van het boek, dat in het voorjaar verscheen, lijkt nu misschien achterhaald, maar dat is het niet. Kramer laat zien hoe Wilders in zijn communicatie zijn kiezers en hun belevingswereld centraal stelt en ze, met hun onzekerheden en angsten, opneemt in zijn verhaal. In een herkenbare, begrijpbare taal met een boodschap die voortdurend herhaald wordt. Ze identificeren zich met hem, geloven hun leider. Dat geloof kan bergen feiten verzetten.
Rechtse populisten voeren permanent campagne en moeten, in tegenstelling tot democratische partijen, niet realiseren om invloed uit te oefenen en het debat te domineren. ‘Wilders’ invloed reikt verder dan regeringsmacht. Zolang partijen én media meedraaien in zijn mediacircus, blijft hij de regie voeren’, waarschuwt politicologe Léonie de Jonge. (De Groene Amsterdammer, 18 juni 2025)
Campagnes doen ertoe
Kramer beschrijft uiterst boeiend (en polemisch) hoe belangrijk kiescampagnes zijn, zeker gezien het grote aantal onbesliste kiezers in Nederland. Dat vereist ‘snedig vertellende lijsttrekkers die discussies en confrontaties uitlokken, durven af te wijken van de consensus en duidelijk maken voor welke waarden ze vechten’. Die waarden zijn voor vele mensen meer begrijpelijk dan doorwrochte standpunten of berekende voorstellen.
Lijsttrekkers ‘moeten willen winnen’, moeten enthousiasme en strijdlust uitstralen. Attitudes die Rob Jetten zich afgelopen campagne succesvol eigen maakte. Hij presenteerde zich als een vrolijk alternatief voor het chagrijn van Wilders. Van een vibe-shift gesproken. Ook ‘redelijkheid uitstralen’ kan volgens Kramer een strategie zijn. Als iedereen ‘onredelijk en irrationeel doet, valt juist de redelijkheid weer op, en om verkiezingen te winnen moet je opvallen.’ Een strategie die Henri Bontenbal van het CDA geen windeieren legde.
Lijsttrekkers ‘moeten willen winnen’, moeten enthousiasme en strijdlust uitstralen.
Als ‘bezorgde democraat’ wil Kramer ‘een nieuwe manier lanceren van populisme analyseren en overwinnen’. Daartoe geeft hij de democratische middenpartijen een aantal aanbevelingen mee, van ‘domineer het publieke debat’ en ‘spreek de taal van de straat in plaats van de staat’, tot ‘vervang de idee-fixe dat media onafhankelijke scheidsrechters zijn door de realistische idee dat ze invloedrijke krachten zijn die ter verantwoording geroepen mogen worden’.
Vergeet trouwens niet, benadrukt hij, dat populisten goed begrepen hebben dat politieke keuzes vaak tot stand komen door indoctrinatie er propaganda. Ze hebben een eigen zuil opgericht, ‘een eigen mediasysteem met sociale media in het hart van hun imperium’ dat democratische politici in het defensief dringt.
Emoties en vibes
Sommige van zijn communicatieadviezen zijn betwistbaar. De stelling dat partijen ‘het dogma moeten loslaten dat verkiezingen en macht over de inhoud van het partijprogramma gaan’, houdt te weinig rekening met de ideeënstrijd die essentieel is in het democratische debat. Het is niet met een samenvatting voor te lezen van een doorwrocht kiesprogramma van 200 bladzijden dat je een succesvolle kiescampagne voert.
Een emotievolle communicatie bij de verkiezingen kan ideeën electorale macht geven, maar het levert een partij geen garanties op een langdurig bestaan.
Dat klopt. ‘Maar’, schrijft Jaap Tielbeke, ‘het verraderlijke van een vibe is dat hij vluchtig is. Als de verpakking boven de inhoud gaat, blijft de vraag hoe bestendig zo’n vibe-shift is.’ (De Groene Amsterdammer, 1 november 2025) Een emotievolle communicatie bij de verkiezingen kan ideeën electorale macht geven, maar het levert een partij geen garanties op een langdurig bestaan. In de campagne moet een partij haar ideeën in een aantrekkelijke etalage zetten, maar als je geen kwaliteitsvolle stock achter de hand hebt of niet in staat bent om die ideeën in waarneembaar beleid om te zetten, dan is de kans groot dat de etalage er bleek gaat uitzien. Bovendien, alle communicatieadviezen ten spijt, zal de strijd tegen extreemrechts niet alleen met good vibes gewonnen worden. Naast de bevrijdende lach blijft een daadkrachtig beleid noodzakelijk.
Kramer adviseert niet om de standpunten van extreemrechts over te nemen, wel benadrukt hij het belang van de presentatie van de boodschap en de belangrijke rol van de boodschappers. Wij zijn volgens hem immers op een ‘tweesprong’ gekomen. ‘Of de krachten uit het democratisch midden verwerven steun in alle lagen van de bevolking, in alle regio’s en wijken en scheppen zo een machtsbasis om onze democratie en economie de komende decennia opnieuw tot bloei te brengen. Of de populisten leren regeren en bestendigen hun macht waardoor onze vrijheden en welvaart zullen afnemen.’
Populair worden zonder een populist te zijn, misschien is dat de uitdaging.

