Het SWT (vroegere brugpensioen) gaat bijna volledig op de schop, de werkloosheidsuitkeringen worden beperkt in de tijd … ‘Daar hebben we zeker zware bedenkingen bij, maar dat zagen we aankomen, dat was duidelijk in de partijprogramma’s van de betrokken partijen’, gaat Wim verder. ‘Maar dat vervroegd pensioen ook voor de happy few zou zijn, hakt er veel zwaarder in dan velen beseffen. En onze provincie heeft gemiddeld gesproken de oudste bevolking, dus we zullen het zeker voelen.’
Kapotgewerkt
Wim: ‘Volgens het regeerakkoord zou iemand die 42 jaar gewerkt heeft, vanaf 60 jaar op pensioen kunnen. Kijken we naar de uitwerking van die regel, dan moet de werknemer in elk van die 42 jaren minstens 234 dagen gewerkt hebben. Dat is bijna voltijds. Ziekteperiodes en werkloosheidsperiodes zouden niet gelijkgesteld worden. Ik hoorde het verhaal van een bouwvakker die op zijn 18de begon te werken, maar – door het zware werk – wel wat operaties aan de rug en ledematen heeft gehad. Daardoor zou deze man moeten doorwerken tot aan zijn 62ste terwijl hij nu fysiek al op is. Het valt dus te voorspellen dat het aantal langdurig zieken nog zal stijgen. En stel dat ook tijdelijke werkloosheid niet gelijkgesteld zou worden, dan zullen mensen die in de coronaperiode tijdelijk werkloos geweest zijn ook één à twee jaar langer moeten werken. Hoe rechtvaardig en sociaal is dat?’
Vrouwonvriendelijk
Financieel komt er een bonus/malus-systeem: wie langer doorwerkt dan de pensioenleeftijd, krijgt een hoger pensioen. Wie minder lang werkt, moet inleveren. ‘De pensioenen zijn nu al niet hoog. Bovendien zal deze maatregel vooral vrouwen treffen, omdat zij hun loopbaan vaker onderbreken of minder voltijds werken. Dat betekent dus dat zij niet aan voldoende gewerkte dagen zullen komen om aan de malus te ontsnappen. Bovendien is de toegang tot landingsbanen – een systeem om het werk langer werkbaar te houden – ook afhankelijk van die gewerkte jaren. Ze worden dus dubbel gestraft’, zegt Wim.
Opgejaagd wild
‘Je hebt ook beter geen pech tijdens je loopbaan’, gaat Wim verder. ‘Werkloosheidsuitkeringen worden beperkt in de tijd – met een uitzondering voor oudere werknemers. Maar die uitzondering is zodanig streng dat bijna niemand in aanmerking komt. En ook langdurig zieken moeten sneller geactiveerd worden. Je zal maar een bouwvakker zijn die door pech niet met vervroegd pensioen kan en doordat je het werk niet meer aankan ziek wordt. In plaats van er eerst voor te zorgen dat loopbanen werkbaarder worden en pas dan mensen langer laat werken, doet men het omgekeerde. We zullen namelijk ook flexibeler moeten werken. Leg al die maatregelen naast elkaar en je ziet dat men mensen – ook harde werkers – in de miserie zal duwen.’
Rechtvaardigheid
Volgens het ACV zijn er alternatieven. Wim: ‘Er komt nu – hopelijk – een beperkte meerwaardebelasting, maar men is al jaren bezig met de inkomsten van de sociale zekerheid te ondergraven. De ‘zweedse’ regering verlaagde met taxshift de werkgeversbijdragen zo fel dat er op het einde van de rit jaarlijks miljarden minder is voor pensioenen, ziekte-uitkeringen … Het was wel bingo voor de winsten van de aandeelhouders. Daarnaast zijn statuten met lagere bijdragen zoals flexi-jobs en studentenjobs veel toegankelijker gemaakt. Het is dan wel heel cynisch om te zeggen dat al die besparingen en hervormingen nodig zijn voor de toekomstige generaties. Ze hebben het gat in die begroting eerst zelf zo groot gemaakt.’
Verzet
Daarom gaat het ACV in verzet. ‘We kunnen dit niet zo maar laten passeren. We zullen actie voeren, voor elke werknemer. Want iedereen heeft recht op werkbare loopbaan, een waardig pensioen en een waardig vangnet’, besluit Wim.
Tekst Jeroen Pollet
