Lindsay Boucquez, teamleider maatschappelijk werk in Oostende en afgevaardigde van ACV Openbare Diensten // © Josefien Tondeleir
Lindsay Boucquez, teamleider maatschappelijk werk in Oostende en afgevaardigde van ACV Openbare Diensten // © Josefien Tondeleir

Als het van de federale regering afhangt, verliezen langdurig werkzoekenden vanaf 2026 gefaseerd hun uitkering. Op 1 januari 2026 zijn de mensen die het langst werkzoekend zijn aan de beurt en tegen 1 juli 2026 zou – behoudens bepaalde uitzonderingen – iedereen die langer dan twee jaar een werkloosheidsuitkering krijgt, dat inkomen verliezen. Een deel van hen zal aankloppen bij lokale besturen, voor een leefloon. Gemeentebesturen weten nog niet met welk personeel en welke middelen ze al die mensen moeten begeleiden, zelfs in West-Vlaanderen waar procentueel het minst mensen langdurig werkloos zijn. De maatschappelijk werkers voerden in mei al actie om de werkdruk aan te klagen.

In onze provincie zullen het vooral de centrumsteden en de kustgemeentes zijn die de zwaarste impact van de maatregel moeten verwerken. Toch staan de kleinere steden en gemeentes ook voor de uitdaging: het aantal OCMW-dossiers zal sterk toenemen. We spraken daarom met Lynn Callewaert, schepen van Welzijn en voorzitter van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst (BCSD) in Harelbeke, en Lindsay Boucquez, teamleider maatschappelijk werk in Oostende en afgevaardigde van ACV Openbare Diensten.

'Wie niet bij het OCMW terechtkomt, verdwijnt van de radar'
Lindsay Boucquez

Lindsay Boucquez werkt al 22 jaar als maatschappelijk werker bij het OCMW in Oostende. Sinds anderhalf jaar leidt ze het team Maatschappelijk Werk. Wat ooit een roeping was, voelt vandaag steeds vaker als een gevecht tegen de stroom in. ‘De werkdruk was al hoog, maar met de nieuwe regeringsmaatregelen rond de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd wordt het nog zwaarder’, zegt ze bezorgd.

Hogere werkdruk

Wie na twee jaar nog geen werk heeft gevonden, verliest zijn uitkering. ‘Er zijn momenteel inschattingen dat dit tot 100.000 mensen jonger dan 55 jaar kan treffen. In Oostende alleen al gaat het mogelijk om meer dan 500 mensen. De regering verwacht dat een derde daarvan bij het OCMW zal aankloppen. Dat betekent voor ons een enorme toename aan dossiers. De recente gesprekken over de impact op 55-plussers zorgt voor nog extra onzekerheid.’

Maar de gevolgen reiken verder dan cijfers. ‘Mensen die niet bij het OCMW terechtkomen, verdwijnen eigenlijk gewoon van de radar. Ze krijgen geen ondersteuning meer. Dat is schrijnend. Daarnaast blijkt uit internationaal onderzoek dat wanneer een uitkering stopt, een deel van de werklozen effectief zal doorstromen naar werk, maar vaak naar slecht betaalde jobs van lage kwaliteit. Hierdoor belandt een groot deel opnieuw in de werkloosheid. Het effect van de maatregel zal dus waarschijnlijk van korte duur zijn. Ze komen uiteindelijk weer bij ons terecht, maar dan vaak in nog moeilijkere omstandigheden.’

Knelpuntberoep

Hoewel het stadsbestuur van Oostende de problematiek erkent en samen met de vakbonden een maximumaantal dossiers per maatschappelijk werker heeft vastgelegd, is het niet eenvoudig om de nodige versterking te vinden. ‘Los van deze nieuwe maatregel zien wij het aantal dossiers sowieso al stijgen. Heel wat collega’s zitten daardoor ook nu al boven het vastgelegde gemiddelde. De openstaande vacatures voor extra maatschappelijk werkers raken moeilijk ingevuld.’

Volgens Lindsay is het beroep maatschappelijk werker echt een knelpuntberoep geworden. ‘Afgestudeerden hebben veel opties: CAW’s, ziekenhuizen, ziekenfondsen, gevangenissen … En velen studeren verder. Het OCMW lijkt voor hen niet de meest aantrekkelijke werkgever, terwijl het net een boeiende en veelzijdige job is waarin je echt iets kunt betekenen.’

Voor Lindsay is het duidelijk: ‘Als we willen dat maatschappelijk werkers hun werk goed kunnen doen, dan moet er structureel iets veranderen. Anders dreigen we steeds meer collega’s te verliezen.’

'Onduidelijkheid voor lokale besturen'
Lynn Callewaert

Lynn Callewaert, schepen van Welzijn en voorzitter van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst (BCSD) in Harelbeke, treedt Lindsay bij: ‘Over de verschillende fasen heen zouden er in Harelbeke 201 mensen uitstromen uit de werkloosheid. Naar schatting zou een derde van hen recht hebben op leefloon, maar dit zijn veronderstellingen waarvan we niet weten op basis van welke criteria ze bepaald zijn. We verwachten er eigenlijk meer.’

Nood aan bijkomende middelen

‘Bij een instroom van een 70-tal mensen zouden we, op basis van de huidige dossierlast, nood hebben aan twee extra voltijdse maatschappelijk werkers met een focus op rechtenverkenning en financiële dienstverlening. Daarbovenop ook minimaal een halftijdse trajectbegeleider extra.’

Dat zal straks een grote uitdaging blijken, ook in West-Vlaanderen, want er is nu al een tekort aan maatschappelijk werkers. ‘Als lokaal bestuur willen wij ons heel graag kunnen voorbereiden op wat op ons afkomt. Dat betekent dat we nu al nood hebben aan bijkomende middelen om extra personeelsleden te kunnen aanwerven.’ Maar de federale middelen zijn pas voorzien in 2026. Volgens schepen Callewaert zouden die middelen beter al in 2025 naar de lokale besturen doorstromen. ‘Hopelijk zullen deze bijkomende middelen ook voldoende zijn om de extra personeelskosten en bijkomende kosten van leeflonen te kunnen dragen.’ De federale overheid draagt namelijk niet alle kosten van de leeflonen, een deel moeten de lokale besturen zelf betalen. Een beslissing dus met aanzienlijke financiële impact, net nu de lokale besturen hun meerjarenplanning voor de komende zes jaar aan het opstellen zijn.

Samenwerking met Vlaamse overheid

Ook de zogenaamde “non take-up” baart de schepen zorgen. Dat is een term die wijst op mensen die geen toegang hebben of niet gebruikmaken van hun sociale rechten. ‘Voor deze groep moet er ook extra aandacht zijn. Dat vraagt een specifieke aanpak, zodat mensen niet van onze radar verdwijnen’, zegt ze.

Lynn Callewaert ziet ook oplossingen met een link naar de Vlaamse Overheid. ‘Binnen activering zien we nog vele andere pistes waarbij we vanuit Vlaanderen ondersteuning zouden kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld een nauwere samenwerking met VDAB om de meest kwetsbare doelgroep te begeleiden richting werk. Daarenboven zou de achtergrondkennis van VDAB over reeds ondernomen acties ook een grote meerwaarde kunnen betekenen, alsook een warme overdracht door VDAB zou waardevol zijn. Gelukkig zorgde minister Crevits voor een groeipad van duizend extra plaatsen in de sociale economie, die een oplossing bieden voor mensen die niet in het reguliere circuit
terechtkunnen.’

Andere maatschappelijke actoren

‘Ook op de werkvloer moet ingezet worden op sensibilisering. Bedrijven zouden gemotiveerd moeten worden om deze doelgroep tewerk te stellen. Nu gaan werkgevers nog vaak op zoek naar die ene witte raaf die door de krappe arbeidsmarkt toch al moeilijk te vinden is’, aldus Lynn. ‘Meer voortrajecten, stages of doorstroommogelijkheden na tijdelijke tewerkstelling kunnen leiden tot meer duurzame tewerkstelling van deze doelgroep. Maar ook het aanbieden van nazorg bij mensen die opnieuw een werkloosheidsuitkering genieten blijft van belang.’  

Tekst Judith Deryckere en Gaëlle Beeusaert

Visie Nieuwsbrief inschrijven

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Aanbevolen

 

Test Frits

Lorem ipsum dolor sit amet, introtekst
   22 december 2025

Vliegers

ACV-voorzitter Ann Vermorgen legt uit waarom duizenden werknemers deze week het werk neerleggen. ‘Hoeveel collega’s heeft u al ten grave gedragen?’
   24 november 2025

Drie dagen van protest

Drie dagen lang voeren de vakbonden actie tegen de asociale besparingsmaatregelen van de regering-De Wever. De verhalen van deze getuigen maken...
   24 november 2025

De vrijwillige werkloosheidsuitkering: trampoline of...

Bestaan er verzekeringen waar je zelf het verzekerde risico kunt realiseren en vervolgens aankloppen bij de verzekeraar?
   18 november 2025