Eerder werd al beslist om federale heffingen om te zetten naar een accijns om sneller te kunnen bijsturen wanneer facturen stijgen. Ook de Vlaamse regering deed een inspanning en haalde de Openbare Dienst Verplichting (ODV) voor straatverlichting uit de factuur. Recent kondigde minister Demir aan dat ze ook de oversubsidiëring van de groene stroom certificaten wil aanpakken. Die certificaten worden gefinancierd via Vlaamse heffingen in onze factuur.
Maar omdat vooral de hoge prijzen op de internationale energiemarkt zorgen voor de hoge facturen, blijft de impact van deze maatregelen eerder beperkt. Het zijn stappen in de goede richting, maar er kan nog veel meer.
Verouderde woningen
Huishoudens met een groot energieverbruik zien nu hun factuur het sterkst stijgen. Op jaarbasis tot 4 000 of 5 000 euro voor wie geen sociaal tarief krijgt. Het gaat om gezinnen die in slecht geïsoleerde huizen wonen of zich verwarmen met energie slurpende installaties zoals accumulatieverwarming.
De voorbije weken doken schrijnende verhalen op van mensen die de verwarming uitschakelen en zich met dekens en extra truien proberen verwarmen. Sommigen haalden zelfs gevaarlijke petroleumkachels in huis. Het gaat hier ook niet om een kleine groep. Vlaanderen kampt met een verouderd woningenbestand, ongeveer 41 % van alle huizen heeft een EPC-score lager dan D. Een ingrijpende en grootschalige energetische renovatie is dus broodnodig.
De Vlaamse regering besliste vorig jaar dat al wie vanaf 2023 een woning koopt met EPC-score E of F die woning binnen de vijf jaar verplicht moet renoveren tot score D. Tegen 2050 zouden alle Vlaamse woningen een EPC-score A moeten hebben. Dat is niet alleen belangrijk om de energiefactuur te drukken, ook de CO²-uitstoot van onze gebouwen moet drastisch omlaag.
De cruciale vraag is echter: gaan (nieuwe) eigenaars over voldoende middelen beschikken om hun woning de komende jaren te renoveren? De prijzen op de vastgoedmarkt in Vlaanderen zijn torenhoog waardoor heel wat kopers zware leningen moeten aangaan om een huis te kopen. Het budget om dan nog te gaan renoveren is bij veel mensen onbestaand of zeer beperkt. Terwijl een grondige renovatie gemiddeld gezien 41 000 euro kan kosten. Zo blijkt uit recente berekeningen van Energyville en VITO. Warmtepompen, de oplossing die de Vlaamse regering naar voren schuift als alternatief voor huidige fossiele energiebronnen, zijn op dit moment niet betaalbaar voor gezinnen met een laag of modaal inkomen.
Collectief probleem vereist collectieve aanpak
Voor beweging.net ligt de oplossing in een collectieve aanpak. De Vlaamse overheid legt nu de verantwoordelijkheid grotendeels bij de burger. Er is echter een systemische aanpak op grote schaal nodig. Ga daarom voluit voor collectieve renovaties in alle Vlaamse steden en gemeenten.
Zeker in wijken met gelijkaardige woningen levert dit twee grote voordelen op: de kosten voor de werken worden gedrukt en eigenaars hoeven niet alles zelf uit te zoeken. Maar ook in wijken waar je verschillende woningtypes aantreft loont een collectieve aanpak, bijvoorbeeld door bij nutswerken een warmtenet aan te leggen waar woningen op kunnen aansluiten. Ook collectieve hernieuwbare energieprojecten zoals de aanleg van zonnepanelen op publieke gebouwen om een hele buurt van energie te voorzien verdienen meer aandacht. Lokale burgercoöperaties bouwden hierrond al expertise op de voorbije jaren.
Herbekijk premies
In het Lokaal Energie- en Klimaatpact tussen de Vlaamse regering en de lokale besturen (2021) lezen we dat Vlaanderen tussen 2021 en 2030 50 collectief georganiseerde renovaties per 1000 wooneenheden wil uitvoeren. Dat is alvast een mooie ambitie, maar hoe men die zal realiseren is minder duidelijk. Lokale besturen moeten de handschoen opnemen, maar die zullen hiervoor ondersteuning nodig hebben. Een doordachte strategie waarbij alle actoren, ook de bouwsector en kennisinstellingen, elkaar versterken zal nodig zijn. Een aanpassing van het huidig premiesysteem maakt best ook deel uit van die strategie.
De Vlaamse renovatiepremies stimuleren individuele renovaties en komen vooral terecht bij wie de weg kent en de werken kan voorfinancieren. Dat wordt best herbekeken en er zullen bijkomende middelen nodig zijn om het aantal collectieve renovaties op te drijven. Er bestaat al een burenpremie waarmee de begeleiding van wijkrenovaties door een BENOvatiecoach wordt gefinancierd. Die premie kan best versterkt en gediversifieerd worden naar doelgroep en nodige renovatiewerken. Er zou ook naar Europese middelen kunnen gezocht worden om collectieve renovaties te financieren.
Op iets langere termijn mag de lat gerust nog hoger. Je kan dan gaan nadenken over een verplichting voor lokale besturen om een minimum aantal collectieve renovaties op hun grondgebied te realiseren. Binnen het BE REEL-project wordt nu een tool ontwikkeld waarmee lokale besturen het renovatiepotentieel van verschillende wijken in kaart kunnen brengen. Dit instrument kan hen op weg zetten om zelf wijkrenovaties op te starten.
Wat dan met eigenaars die hun woning niet via een wijkrenovatie kunnen verduurzamen? Die moeten uiteraard ook kunnen rekenen op financiële ondersteuning en ontzorging. Er zijn al energie- en renovatiecoaches actief in verschillende provincies. Elke eigenaar die niet weet hoe hij z’n woning best renoveert en welke premies hem daar bij kunnen helpen moet snel bij een coach terecht kunnen. Het onderzoeksproject C-REAL in Limburg toont daarnaast hoe financiering via kredietverleners kan gecombineerd worden met advies en begeleiding op maat. Een voorbeeld dat navolging verdient.
