Bij duaal leren combineren jongeren de praktische leerschool van de werkvloer met theorielessen in het klaslokaal. De ideale methode om een stiel onder de knie te krijgen, zou je denken, maar het systeem vindt binnen het Vlaamse onderwijs maar mondjesmaat ingang.
In de voorbije schooljaren zaten jaarlijks ongeveer 11.000 leerlingen in het stelsel, ofwel 6,6 procent van alle jongeren in de tweede of derde graad met arbeidsmarkt- of dubbele finaliteit.
‘Werkgevers zien graag sterke leerlingen komen, maar zijn niet altijd bereid om een inspanning te doen als meer begeleiding nodig is.'
Olaf Minne, ACV-CSC METEA
Dat blijkt uit een doorlichting van onderzoekers Kristof De Witte en Dieter Verhaest aan de KU Leuven. Volgens hen heeft het duaal leren een groter potentieel. ‘Jongeren die schoolmoe zijn, maar wel willen leren, kunnen zo een zinvolle leerervaring krijgen’, klinkt het.
Volgens de onderzoekers heeft het beperkte succes onder meer te maken met een te grote focus op enkel de sterkste leerlingen, te weinig maatwerk en een gebrekkige ondersteuning voor scholen en werkplekken.
Negatief imago
De invoering van het duaal leren in 2019 kwam neer op de vereenvoudiging en samenvoeging van verschillende vormen van leren op de werkvloer, zoals het leercontract en het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Bedrijven moeten erkend worden om leerlingen op de werkvloer op te leiden en krijgen daarvoor een premie, leerlingen krijgen een leervergoeding tussen de 600 en 714 euro.
‘De regering had gehoopt op een spectaculaire stijging van het aantal studenten duaal leren’, zegt Olaf Minne van de studiedienst van ACV-CSC METEA. ‘Dat valt tegen.’ Minne erkent de nood om meer op maat te werken. ‘Werkgevers zien graag sterke leerlingen komen, maar zijn niet altijd bereid om een inspanning te doen als meer begeleiding nodig is. Dan dreigen ze af te haken bij minder goede ervaringen.’
Wanneer leerlingen nog onvoldoende ‘arbeidsrijp’ zijn, volgt vandaag een ‘aanloopfase’. ‘Die moet meer rekening houden met de verscheidenheid aan profielen en noden’, vinden de KU Leuven-onderzoekers.
'Bij ons komen ze vaak verder dan met wat ze op de schoolbanken kunnen leren.'
CEO Patrick Deketelaere
Als het systeem de ambitie heeft om de ongekwalificeerde uitstroom uit het onderwijs tegen te gaan – die de laatste jaren toeneemt, met name in het deeltijds beroepsonderwijs – is er flink meer individuele begeleiding nodig, denkt Minne. ‘Daar ontbreekt het vaak aan ondersteuning voor leerkrachten. Het huidige systeem trekt vooral sterke en arbeidsrijpe leerlingen aan.’
Anderzijds worstelt het duaal leren met een negatief imago bij ouders. Patrick Deketelaere, CEO van verbouw- en renovatiebedrijf Groep Deketelaere in Jabbeke, neemt regelmatig leerlingen uit de derde graad elektrische installaties op in het team. ‘Het kost soms moeite om de ouders te overtuigen’, weet hij.
‘Het duaal leren wordt wat stiefmoederlijk behandeld, alsof je nergens anders meer terechtkunt. Onterecht, want bij ons komen ze vaak verder dan met wat ze op de schoolbanken kunnen leren. Het vergt veel energie, maar ik ben trots als iemand bij ons de stiel onder de knie krijgt.’
Succesverhalen
De achttienjarige Iben Schalembier werkte vorig schooljaar drie dagen per week bij Deketelaere als elektricien. De twee overige weekdagen ging hij naar school voor theorielessen. Dat ging zo goed dat Iben deelnam aan de wedstrijd ElektroBrain+ van sectorfederatie Volta voor elektronisch installateurs. Op 27 mei won Iben de finale. Inmiddels werkt hij tijdens de zomer verder bij Deketelaere als jobstudent.
Zulke succesverhalen zijn belangrijk om het systeem breder ingang te doen vinden, erkennen de KU Leuven-onderzoekers. ‘Niet alleen bij leerlingen’, zeggen ze, ‘maar ook bij bedrijven, sectoren en scholen.’ Olaf Minne: ‘Sommige scholen doen vandaag nog zelf minnetjes over het duaal leren.’
‘Geef het systeem de kans om te groeien’, besluit Minne. ‘Zodat het geen tweederangssysteem is, maar leerlingen en scholen er bewust voor kiezen.’
Iben Schalembier (18) leerde de stiel in het duaal leren en won de wedstrijd ElektroBrain+ voor elektronisch installateurs

‘Ik ben niet gemaakt om mijn broek op de schoolbanken te verslijten', vertelt Iben Schalembier, achttien jaar en afgestudeerd als elektronisch installateur in het duaal leren. ‘Ik wil kunnen zien dat ik iets gedaan heb. Daarom vind ik duaal leren zo’n goed initiatief.’
Zijn ouders waren meteen enthousiast toen hij naar duaal leren wilde overschakelen. ‘Maar niet alle ouders staan te springen’, weet hij. ‘Misschien zijn sommigen bang dat de combinatie met de theorielessen te zwaar is. Dat vind ik zelf een drogreden.’
Volgend jaar begint Iben aan zijn zevende specialisatiejaar, opnieuw binnen het duaal leren bij Groep Deketelaere. ‘Ik zou niet opnieuw vijf dagen per week op de schoolbanken kunnen zitten.’ Hij wil zich specialiseren in hernieuwbare energie.
'Niet iedereen gebruikt zonnepanelen of warmtepompen op een slimme manier. Ik heb al heel wat ideeën over hoe je een systeem kunt maken om ze slimmer te gebruiken.’

