In West-Vlaanderen zijn vandaag vier hoger onderwijsinstellingen actief; twee hogescholen (VIVES en HOWEST) en twee universiteiten (KU Leuven en UGent), die elk één of meerdere campussen uitgerold hebben in de provincie.
De historische achterstand in het West-Vlaamse hoger onderwijs tekent zich vandaag vooral af bij de academische opleidingen. De eerste mijlpaal kwam er in 1964 met de oprichting van de campus KULAK in Kortrijk, een afdeling van KU Leuven. Pas in 2013 richtte ook UGent een afdeling op in West-Vlaanderen, eveneens in Kortrijk. En in 2017 bracht KU Leuven een tweede campus naar Brugge. Samen bieden ze vandaag acht masteropleidingen aan.
Waar we in het academische hoger onderwijs eerder een beperkt opleidingsaanbod hebben, zien we bij de West-Vlaamse hogescholen VIVES en HOWEST een heel ander verhaal.
Kathy Dewitte, algemeen directeur van VIVES, vertelt dat ze als op een na grootste hogeschool van Vlaanderen een zeer breed en kwalitatief aanbod hebben, verspreid over alle studiegebieden. ‘Samen met onze concullega HOWEST zijn we bovendien de snelst groeiende hogescholen in Vlaanderen’, klinkt het. ‘Wat VIVES uniek maakt, is dat meer dan 25% van onze studenten afstandsonderwijs volgt en ouder is dan 25 jaar. Dit maakt ons bijzonder aantrekkelijk voor levenslang lerenden en werkstudenten, niet alleen binnen maar ook buiten de provinciegrenzen. Daarnaast bieden onze hogescholen ook een aantal unieke opleidingen aan die nergens anders in Vlaanderen te volgen zijn, zoals ‘Drone Applications’ in Oostende en ‘Digital Arts & Entertainment’ in Kortrijk.’
Ook de nieuwe vicerector van UGent - officieel vanaf de opening van dit academiejaar - professor Herwig Reynaert, pleit ervoor om onze eigen, unieke weg in te slaan in West-Vlaanderen. ‘Op onze campus in Kortrijk kiezen we ervoor om steeds meer in te zetten op een uniek aanbod, zoals bv. de masteropleiding in het industrieel ontwerpen. Opleidingen die niet slechts een kopie of het kleine broertje van gelijkaardige opleidingen in Gent zijn, maar echt unieke zaken die we enkel in Kortrijk aanbieden’, stelt hij. ‘Opleidingen die ook inspelen op wat de West-Vlaamse samenleving en het bedrijfsleven in West-Vlaanderen vandaag en morgen nodig hebben.’
'We willen hier niet zomaar een goedkope kopie neerkwakken van wat we in Gent al lang en al goed doen, we willen opleidingen met een eigen karakter’
Herwig Reynaert, toekomstig vicerector UGent
Ook de hogescholen spelen met hun opleidingsaanbod zeer actief in op de behoeften van de provincie en de regio’s. Dat doen ze door sterk in te zetten op innovatie, samenwerking en toekomstgerichte opleidingen. Denk hierbij bv. aan nieuwe domeinen als AI, Mechatronica, Drones, Robotica en Foodtechnologie. ‘Hiervoor werken we ook heel nauw samen met lokale besturen, bedrijven en sectororganisaties’, legt Kathy Dewitte uit.
Bovendien zijn er vandaag ook meer en meer samenwerkingsverbanden tussen universiteiten en hogescholen. ‘In Kortrijk werken we zeer nauw samen met KULAK en zetten we sterk in op ritstrajecten, waarbij studenten al van bij de start van hun professionele bacheloropleiding bij VIVES vakken kunnen opnemen uit een academische opleiding. Dit maakt een vlotte doorstroming mogelijk en versterkt de leerlijn tussen professioneel en academisch onderwijs’, vervolgt de algemeen directeur.
Belang van een sterk hoger opleidingsaanbod
Op beleidsmatig vlak ijvert Brecht Warnez, Vlaams parlementslid voor cd&v en schepen in Wingene, ook al vele jaren voor de uitbouw van een sterk academisch opleidingsaanbod in West-Vlaanderen. ‘Dit is noodzakelijk om lokaal talent zoveel mogelijk in de eigen provincie te houden en het fenomeen van ‘braindrain’ tegen te gaan’, verklaart hij. ‘Veel West-Vlaamse studenten (58%) verlaten nog altijd na het beëindigen van hun secundair onderwijs hun provincie om te gaan studeren buiten West-Vlaanderen. Van de 45.968 West-Vlaamse studenten die in het academiejaar 2023-2024 hoger onderwijs volgde, kozen er 26.790 voor een instelling voor hoger onderwijs buiten de eigen provincie. We zien dat deze jongeren ook na hun studies nog in andere provincies verblijven. Daarnaast willen we ook een toegankelijk, democratisch onderwijs garanderen. Om dit te realiseren is een goede geografische spreiding van het opleidingsaanbod over alle provincies belangrijk. Maar ook de bedrijven in West-Vlaanderen schreeuwen vandaag om lokaal talent. We hebben nog steeds te kampen met een tekort op de arbeidsmarkt, vooral wat betreft hoogopgeleiden op academisch niveau.’
‘We willen een toegankelijk, democratisch onderwijs garanderen. Om dit te realiseren is een goede geografische spreiding van het opleidingsaanbod over alle provincies belangrijk’
Brecht Warnez, Vlaams parlementslid cd&v
Onze hogescholen kennen een enorme bloei. Dat zien we ook in de stijgende cijfers van de participatiegraad in het West-Vlaamse hoger onderwijs doorheen de afgelopen jaren. ‘Die stijging komt er niet zomaar. Het aanbieden van meer studierichtingen en een stijging van het aantal West-Vlaamse studenten dat binnen de eigen provincie blijft, liggen onder meer aan de basis hiervan’, verklaart Brecht Warnez. ‘Onze provincie heeft toch een aantal opleidingen waar we trots op mogen zijn, en die echt uniek zijn voor Vlaanderen, bv. de professionele bachelor ‘Cybersecurity’ in Brugge. Dit kan ook zorgen voor een ‘braingain’ in onze provincie waarbij studenten uit andere provincies naar ons komen i.p.v. omgekeerd’.
Ontwikkelingen en uitdagingen
Ondanks dat West-Vlaanderen geen eigen, volwaardige universiteit tot haar erfgoed mag rekenen, zien we toch mooie ontwikkelingen binnen het West-Vlaamse hoger onderwijslandschap.
Begin mei 2025 besliste de Vlaamse regering om KU Leuven KULAK (campus Kortrijk) de onderwijsbevoegdheid toe te kennen voor de organisatie van een masteropleiding Handelswetenschappen. Dat is een belangrijke stap vooruit. We zien ook groei op vlak van de master na masteropleidingen (‘Ma-na-Ma’s) en postgraduaten. Aan het begin van de vorige legislatuur (2020) maakte de regering 5 miljoen euro extra middelen vrij om drie nieuwe Ma-na-Ma’s en zeven postgraduaten op te starten in de provincie.
Maar er zijn ook nog vele uitdagingen en aandachtspunten voor de toekomst. Bij VIVES geloven ze dat de verdere ontwikkeling van een sterk hoger onderwijslandschap vooral ligt in het versterken van de samenwerking tussen de beide hogescholen en met de beide universiteiten, het bundelen van expertise over studiegebieden heen (bv. technologie en zorg), en het inzetten op flexibele leertrajecten die inspelen op de noden van studenten én de arbeidsmarkt. Daarom willen ze in de toekomst verder sterk inzetten op levenslang leren en afstandsonderwijs. ‘Ook onderzoek en innovatie, in nauwe samenwerking met bedrijven, lokale besturen en sectororganisaties, blijft hierbij belangrijk’, zegt Kathy Dewitte. ‘Maar ook het evenwicht tussen economische relevantie en maatschappelijke meerwaarde blijft een aandachtspunt. Hoger onderwijs moet niet alleen opleiden voor de arbeidsmarkt en de wereld van morgen, maar ook bijdragen aan een brede, inclusieve en duurzame samenleving’, sluit ze af.
‘Er zijn te veel mooie verhalen over wat we hier in West-Vlaanderen doen om enkel bij die historische achterstand stil te staan. We mogen onszelf niet wijsmaken dat we alleen maar een inhaalrace lopen: in sommige disciplines lopen we voorop, in zoverre zelfs dat de rest niet eens aan de race moet willen meedoen. En dat is ook goed zo: laten we vooral focus houden, inspelen op specifieke noden, voortbouwen op de eigen sterktes. Ik ben en blijf er wel van overtuigd dat we met en in West-Vlaanderen een eigen spoor moeten volgen’, besluit Herwig Reynaert.
'Ook werkenden en werkzoekenden hebben baat bij toegang tot kwaliteitsvol hoger onderwijs'
Wim David, voorzitter ACV West-Vlaanderen

Het hoger onderwijs in West-Vlaanderen blijft zich steeds verder ontwikkelen en dat juichen we als vakbond ten volle toe. Een gezonde economie en arbeidsmarkt is namelijk geen eenrichtingsverkeer. Het gaat om een wisselwerking tussen goed opgeleide werknemers, innovatieve bedrijven en sterke kennisinstellingen. Naast ondernemerschap leggen wij als vakbond de nadruk op wat wij ‘werknemerschap’ noemen. Het belang van bijvoorbeeld kwaliteitsvol geschoolde werknemers om economische vooruitgang mee vorm te geven. Arbeid is naast kapitaal en technologie een volwaardige productiefactor.
Levenslang leren heeft daarbij een sleutelrol. De werkvloer verandert snel en werknemers moeten mee kunnen evolueren. De inzet van onze hogescholen op afstandsonderwijs, flexibele trajecten en samenwerking met lokale bedrijven is een troef. Niet alleen voor jongeren. Ook werkenden en werkzoekenden hebben baat bij toegang tot kwaliteitsvol hoger onderwijs.
Door voeling te houden met onze bedrijven kunnen ook de juiste accenten worden gelegd. West-Vlaanderen kent bijvoorbeeld een rijke traditie in de maakindustrie, maar die staat vandaag onder druk door globalisering, digitalisering en de nood aan verduurzaming. Net daarom is het belangrijk dat onderwijs zich niet alleen richt op nieuwe sectoren, maar ook op de transformatie van bestaande industrieën. In deze wisselwerking tussen onderzoek en het bedrijfsleven moet ook de werknemer voldoende gehoord worden. Werknemers zijn geen uitvoerders, maar mede-architecten van innovatie en ontwikkeling.
West-Vlaanderen heeft de troeven in handen om verder een eigen sterk onderwijslandschap uit te bouwen. Laten we dat blijven doen met respect voor onze roots en met oog voor de toekomst.
Tekst Joyce Demey
