Artisanale mijnwerkers in DR Congo
Artisanale mijnwerkers in DR Congo © Belga

De huidige economische exploitatie in de Democratische Republiek Congo ontsnapt voor een groot deel aan overheidscontrole en is onhoudbaar. Hoe werken vakbonden nationaal en internationaal aan verandering?

Laura Eliaerts, mensenrechtenexpert ACV Internationaal
Koen Detavernier, beleidsmedewerker WSM
 26 februari 2025

De Democratische Republiek Congo (DRC) is een machtig en wondermooi land. Met een oppervlakte gelijkaardig aan die van heel West-Europa, met een uitzonderlijke natuurlijke rijkdom aan waardevolle mineralen zoals kobalt en koper, een indrukwekkende biodiversiteit, tropisch woud en een enorm potentieel aan hydro-elektriciteit. Het is het land van een grote informele economie en onveilige werkomstandigheden in mijnen voor mineralen die uiteindelijk in onze smartphones en autobatterijen belanden.

In 2024 telde de DRC een bevolking van 105,6 miljoen mensen, waarvan 97 procent jonger dan 65 jaar – tegenover zo’n 15 miljoen inwoners ten tijde van de onafhankelijkheid in 1960. Het op een na grootste land van Afrika is ook cultureel rijk, denk maar aan de muziek zoals de rumba congolaise, en het is de thuisbasis van meer dan tweehonderd etnische groepen, elk met hun eigen unieke talen en tradities.

In 2024 telde de DRC een bevolking van 105,6 miljoen mensen, tegenover zo’n 15 miljoen inwoners ten tijde van de onafhankelijkheid in 1960.  

Dat staat in schril contrast met de huidige levensstandaard van vele Congolezen. In 2024 bedroeg de gemiddelde levensverwachting van een Congolese man slechts 59 jaar. 73,5 procent van de Congolezen moest in 2024 rondkomen met minder dan 2,15 dollar per dag. De inflatie steeg naar 19,9 procent in 2023 en de DRC is erg gevoelig aan de klimaatverandering (overstromingen, droogte), zeker gezien bijna twee derde van de bevolking werkzaam is in de landbouw.

Authenticité

Voor de kolonisatie van Congo in 1885, bestond het grondgebied uit talrijke koninkrijken, met eigen talen en tradities. Op de conferentie van Berlijn in 1885 beslisten de Westerse mogendheden dat de Belgische koning Leopold II Congo als privé-kolonie zou bezitten.

De enorme en wereldwijde kritiek op het mensonwaardige beleid van koning Leopold verplichtte de Belgische regering in 1908 tot een overname van de privé-kolonie, voortaan ‘Belgisch-Congo’. Op 30 juni 1960, na decennia van koloniale uitbuiting, werd Congo onafhankelijk. Die Belgische kolonisatie bracht onmenselijk leed toe.

Het koloniaal stelsel was gebaseerd op drie pijlers: de administratie, de kerk en de economie. Hoewel de DRC dit jaar de vijfenzestigste verjaardag van de onafhankelijkheid viert, vindt er nog heel wat economische uitbuiting plaats. Ook in de toeleveringsketens van internationale bedrijven. Verderop focussen we op de mijnbouw.

Pas in 1947 kregen zwarte Congolese werkers erkenning als werknemers en het recht tot vakbondsvereniging. In samenwerking met de Belgische vakbonden werden er unitaire vakbonden opgericht.

De vakbeweging in Congo ontsprong in de jaren dertig en veertig van vorige eeuw als reactie tegen de onrechtvaardigheid op de werkplaats en in de samenleving. Al sinds de jaren twintig bestonden er vakbonden, schrijnend genoeg toen enkel voor witte werknemers in de privésector.

Pas in 1947 kregen de Congolese werkers erkenning als werknemers en het recht tot vakbondsvereniging. Pas dan, en in samenwerking met de Belgische vakbonden ACV, ABVV en ACLVB, werden er unitaire vakbonden opgericht voor witte en zwarte werknemers. De Congolese vakbeweging groeide en beperkte zijn strijd niet tot loon, arbeidsvoorwaarden en discriminatie.

De vakbonden begonnen gelijke burgerrechten en politieke rechten op te eisen en speelden zo een belangrijke rol in aanloop naar de onafhankelijkheid van het land. Naast politieke onafhankelijkheid werd gestreden voor de syndicale onafhankelijkheid van de Congolese vakbonden tegenover de Belgische vakbonden. De authenticité [syndicale] africaine won aan belang.

CSC Congo

Na de staatsgreep van kolonel Joseph-Désiré Mobutu, toen het land een militaire dictatuur geworden was, werden de Congolese vakbonden in 1967 gedwongen gefusioneerd in de eenheidsvakbond Union Nationale des Travailleurs du Zaïre. Dat zou zo blijven tot 1990, wanneer er een wet gestemd werd die syndicaal pluralisme opnieuw mogelijk maakt.

In 1991 was CSC Congo de eerste vakbond die gebruik maakte van de nieuwe wet en zich oprichtte als onafhankelijke vakbond. Vandaag is CSC Congo de grootste vakbond van het land en de winnaar van de laatste sociale verkiezingen. De vakbond telt meer dan een miljoen leden, acht beroepscentrales en is aanwezig in alle provincies van het land. De CSC is daarnaast lid van het Internationaal Vakverbond (ITUC) en slaat de handen in elkaar met andere vakbonden waar nodig.

De vakbond ijvert voor het respect van de rechten van de Congolese werkers en waardig werk op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau. Het huidige syndicaal pluralisme bevordert de politieke onafhankelijkheid van de Congolese vakbonden en beperkt de overheidsinmenging, maar heeft helaas ook geleid tot een versplintering van de syndicale actie. Vandaag telt de DRC meer dan 150 vakbonden.

Artisanale mijnen

Draagt de mijnbouw in Congo bij aan de ontwikkeling van het land en de bevolking? Dat hangt ervan af hoe je het bekijkt, want er zijn veel verschillende realiteiten binnen de sector. In 2024 groeide de Congolese Economie met 6 procent, wat nog beter was dan de voorspellingen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Dat was grotendeels te danken aan een stevige groei in de mijnbouw en goede prijzen op de wereldmarkten.

Maar groeicijfers zeggen niet veel als we niet ook kijken naar bij wie die groei terechtkomt. 

Het totale aantal mensen in de DRC dat afhankelijk is van de artisanale mijnbouw wordt geschat op 10 miljoen. Iedereen kent ondertussen wel de beelden van artisanale mijnwerkers die in smalle, gevaarlijke putten informeel op zoek gaan naar goud, coltan, koper of kobalt. Volgens de afgevaardigden van vakbond CSC in Kolwezi werken in de stad en de omgeving ongeveer 100.000 mijnwerkers in de formele, industriële mijnen en nog eens ongeveer 400.000 in informele mijnen.

De informele mijnen doen denken aan de goudkoorts van de 19e eeuw in de Verenigde Staten.

Een op de vier betrekt dan een formele, industriële job? Dat hangt van de regio af. In de regio van groot-Katanga – de voormalige provincie Katanga die sinds 2015 uiteenvalt in de vier provincies Tanganyika, Haut-Lomami, Lualaba, and Haut-Katanga – lijkt dit ongeveer de verhouding te zijn.

De regio trekt een enorm aantal interne migranten naar zich toe, die zich installeren in kampen rond de informele mijnen. Het doet denken aan de goudkoorts van de 19e eeuw in de Verenigde Staten. Door de hoge prijzen van kobalt op de wereldmarkt heerst er als het ware een kobaltkoorts.

Het systeem van zogenaamde coöperatieven, waarbij mijnwerkers in groepen van zes tot acht, onder leiding van een negotiant samenwerken lijkt hier te functioneren, wat de grootste onveiligheid heeft doen afnemen.

Maar het zou ver van de waarheid zijn om te stellen dat die mensen nu in veilige en gezonde omstandigheden werken. Wel integendeel. Hun inkomen is bedroevend laag.

De meeste creuseurs verdienen ongeveer 2 dollar per dag, voor extreem zwaar werk. Dat zou meer kunnen en moeten zijn, mochten de vaak Chinese opkopers met juist afgestelde weegschalen werken.

De meeste informele creuseurs, of opgravers, verdienen ongeveer 2 dollar per dag, voor extreem zwaar werk. Dat zou meer kunnen en moeten zijn, mochten de vaak Chinese opkopers met juist afgestelde weegschalen werken en het gehalte aan mineralen in het erts correct worden ingeschat. De mijnwerkers kunnen meestal niet anders dan de geboden prijs aanvaarden, want ze hebben geen enkele financiële buffer. Niet verkopen is de dag nadien niet eten.

Wat het extreem moeilijk maakt om de situatie op een duurzame manier te verbeteren, is niet alleen de afhankelijkheid van buitenlandse opkopers, maar ook het feit dat hooggeplaatste Congolese functionarissen en politici of hun families achter de schermen sterk betrokken zijn en meeprofiteren van deze situatie.

Chinese werkgevers

Een recent rapport beschuldigt generaals, gouverneurs, ministers en hun naaste medewerkers en familie van betrokkenheid bij corruptie, illegale exploitatie van mijnsites, van het aansturen en bezitten van zogenaamde coöperatieven en van de toe-eigening van mijnsites met geweld en met de hulp van de Garde Républicaine, of speciale presidentiële veiligheidsgarde.

Dat maakt het voor de officiële instanties, bevoegd om de artisanale mijnbouw beter te reguleren, moeilijk om vooruitgang te boeken en het leidt tot enorme inkomstenverliezen voor de Congolese staat. 

Toch lijkt het er iets beter aan toe te gaan in groot-Katanga dan in de door oorlog en geweld getroffen regio’s in het noordoosten van het land, waar tientallen gewapende groepen de lokale bevolking uitbuiten en waar kinderarbeid schering en inslag is. De opgehaalde mineralen worden nadien illegaal het land uit gesmokkeld, met betrokkenheid van de buurlanden, vooral van Rwanda. 

Drie vierde van de mijnbouwbedrijven in Congo bevinden zich in groot-Katanga en het is daar dat de meeste formele jobs in de sector gecreëerd worden. Maar zelfs in dit segment van de sector vinden we meerdere lagen.

Vier op de vijf concessies zijn in handen van Chinese bedrijven. Er is sociaal overleg, want dat verplicht de mijnbouwwet, de code-minier, maar de Chinese werkgevers betalen nauwelijks meer dan de wettelijke minima. De lonen liggen bij hen weliswaar boven het officiële minimumloon, maar zijn veel te laag gezien de hogere levenskost in Kolwezi en Lubumbashi. 

Waar gaat alle rijkdom heen?

In welke mate dragen de mijnbedrijven nu bij aan de staatsfinanciën? Sinds de herziening van de code-minier in 2018 en een betere inning van de belastingen, royalties en andere heffingen zijn de belastinginkomsten van de Congolese regering sterk gestegen. Op enkele jaren tijd steeg het overheidsbudget van 9 miljard dollar tot bijna 18 miljard in 2025. Een stijging met 25 procent ten opzichte van 2024.

Die stijging wordt vooral gedreven door toegenomen bedrijfsbelastingen, en dan vooral in de extractieve sector. De in 2018 herziene mijnbouwwetgeving omvat hogere percentages voor royalties, winstbelastingen en andere heffingen. Voor strategische mineralen (cobalt, germanium en coltan) is het tarief 10 procent van de bruto handelswaarde. Voor edelmetalen is het tarief 6 procent en voor non-ferro, zoals koper, 3,5 procent. De winstbelasting voor mijnbedrijven is 30 procent.

De voorbije vier jaar slaagde de regering er ook in om die tarieven effectiever te innen. Bovendien helpen de prijsstijgingen op de wereldmarkt de staatsinkomsten. De Zwitserse wereldwijde grondstoffenhandelaar Glencore bijvoorbeeld betaalde in 2023 in totaal 923 miljoen dollar aan de Congolese overheid. Een verdrievoudiging tegenover 2017, het jaar voor de herziening van de tarieven.

Dat lijkt op het eerste zicht een behoorlijk percentage. De totale winst van Glencore was in 2023 ongeveer 17 miljard dollar, maar de DRC staat slechts voor 15 procent van de inkomsten van het bedrijf.

Toch is een overheidsbudget van 18 miljard dollar nog steeds erg bescheiden voor zo’n enorm land als de DRC. Jammer genoeg verdwijnt een aanzienlijk deel van de middelen door zogenaamde detournements, ofwel de corruptie van verantwoordelijke personen. 

De paradox van dit rijke land met een arme bevolking is multifactorieel. Toch is een belangrijke factor het bedrijfsmodel van vele multinationale bedrijven die een deel van hun toeleveringsketen in de DRC hebben en waarbij het model veel winst oplevert voor de multinationale onderneming, maar weinig voor de werkers die in de keten verborgen zitten. Aan de complexe toeleveringsketens van leveranciers en onderaannemers van bijvoorbeeld kobalt, lithium of koper, van rubber en palmolie, van coltan en van diamant, dragen vele Congolese handen bij. 

Zorgplicht

Enkele lichtpuntjes kunnen geleidelijk zorgen voor een groter respect van de arbeidsrechten van Congolese werkers in die ketens, zoals initiatieven – met name de Europese ketenzorgrichtlijn – die multinationale bedrijven verantwoordelijk houden voor het respect van mensenrechten, arbeidsrechten en het milieu in hun internationale toeleveringsketens.

Allereerst stijgt het aantal leden van de grootste Congolese vakbond. In 2023 sloten meer dan 175.000 nieuwe leden, eveneens uit de informele economie, zich aan bij de vakbond. Hoe groter het ledenaantal, hoe sterker de onderhandelingspositie van de vakbond ten opzichte van bedrijven en overheden. 

Ten tweede spant de Congolese staat internationale rechtszaken aan om multinationale bedrijven verantwoordelijk te houden. Afgelopen december kwam bijvoorbeeld het nieuws dat de Congolese staat klacht neerlegt tegen de Franse en Belgische filialen van techgigant Apple voor het gebruik van conflictmineralen, die gewonnen worden in conflictzones.

In december legde de Congolese staat klacht neer tegen de Franse en Belgische filialen van techgigant Apple voor het gebruik van conflictmineralen, die gewonnen worden in conflictzones.

In april had de staat Apple al beschuldigd van het gebruik van illegaal ontgonnen mineralen uit Congolese mijnen, waarbij mensenrechten worden geschonden en die nadien worden witgewassen via Rwanda. In de klacht van december wordt Apple ervan beschuldigd perfect weet te hebben van de systematische schendingen in haar toeleveringsketen, en dus ook van ‘misleidende commerciële praktijken’. 

Onder druk van de vakbonden en het maatschappelijke middenveld wereldwijd beginnen overheden ten derde bedrijven die over landsgrenzen heen actief zijn meer te reguleren. In de afgelopen jaren nam de Europese Unie de verordening over conflictmineralen aan, en de ketenzorgrichtlijn, ofwel Corporate Sustainability Due Diligence Directive. Die moet verantwoord gedrag van bedrijven bevorderen in zowel de eigen activiteiten als in hun wereldwijde waardeketens.

De nieuwe regels beogen dat grote bedrijven nadelige gevolgen ondervinden als hun activiteiten mensenrechten of het milieu beschadigen. Bedrijven zullen wettelijk aansprakelijk gehouden kunnen worden in de Europese Unie voor schendingen aan de andere kant van de wereld en in de toeleveringsketens als ze tekortschieten in de verplichtingen die de richtlijn voorschrijft.

Gezien de uitdagingen waarmee Congolese werkers vandaag geconfronteerd worden, is lokaal, nationaal en internationaal vakbondswerk meer dan nodig. De complexiteit van de internationale toeleveringsketens vraagt om verder onderzoek en meer regelgeving op verschillende niveaus. Vakbonden moeten over de grenzen heen samenwerken en strijden om bedrijfsmodellen die berusten op systematische mensenrechtenschendingen een halt toe te roepen. Tot iedere betrokken entiteit zijn verantwoordelijkheid opneemt.

Abonnement De Gids

Neem een abonnement op De Gids!

Aanbevolen

Wilders heeft niet zo erg verloren als het lijkt

Op 3 juni van dit jaar trok Geert Wilders, de leider van de extreemrechtse eenmanspartij PVV, de stekker uit het eerste Nederlandse kabinet waarin...
   18 november 2025

Dertig jaar vooruitgang, maar de onvrede groeit

Op de tweede World Summit for Social Development in Doha, Qatar, staat sociale rechtvaardigheid centraal: ondanks wereldwijde vooruitgang zorgt...
   18 november 2025

De Verenigde Staten zijn geen democratie meer

Volgens het gerenommeerde Varieties of Democracies-instituut (V-DEM) leeft voor het eerst sinds 1978 driekwart van de wereldbevolking in autoritaire...
   17 november 2025

‘Alles wat vanzelfsprekend lijkt, is er dankzij protest’

De Prijs voor de Mensenrechten gaat dit jaar naar woordkunstenaar Hind Eljadid. De Liga voor Mensenrechten bekroont Eljadid ‘voor haar compromisloze...
   13 november 2025