Ook ik zat regelmatig tussen hen in op de publiekstribunes. Keer op keer voelde ik me gesterkt door hun doorzettingsvermogen en strijdvaardigheid. In tegenstelling tot de parlementsleden die ons meermaals lieten horen dat ze hun ‘luidruchtige kleine bezoekers’ liever kwijt dan rijk waren.
Toch bleven vakbonden, ouders, middenveldorganisaties, kinderbegeleiders en vrouwenbewegingen een solidair front vormen.
Parking voor kinderen
Tegelijkertijd werkte een team van experten achter de schermen aan een gedetailleerd, beredeneerd model en een broodnodige langetermijnvisie op kinderopvang. Dankzij die collectieve volharding maakt de Vlaamse begroting, bleek uit de Septemberverklaring, nu een substantieel bedrag, jaarlijks 270 miljoen, vrij voor de sector.
Maar liefst 60 procent van al het werk in ons land is onbetaald.
Dat is een eerste stap, maar vooral een noodzakelijke inhaalbeweging. Slechts een deel van dat budget gaat naar oplossingen voor het probleem van de kindratio, het aantal kinderen per begeleider dat in Vlaanderen (9!) veel hoger ligt dan in de buurlanden en dan gezond is.
Laten we de lijdensweg niet vergeten die het al geweest is om tot hier te komen. Al jarenlang trekken experts aan de alarmbel. Horrorverhalen over kinderbegeleiders die het water aan de lippen stond of intrieste ongelukken in de opvang overspoelden de media. Nog steeds zitten heel wat ouders met de handen in het haar wanneer voor hun spruit geen plaats blijkt te zijn.
Waarom moesten we zo lang en zo luid roepen om een minimale investering?
De kinderopvang is niet louter ‘een parking voor kinderen’. Hij heeft een essentiële pedagogische en sociale functie. De onderfinanciering van de sector verraadt hoe het beleid naar zorgarbeid kijkt. Het is een grote blinde vlek, de systematische onderschatting van het belang van onbetaalde zorg.
10,8 biljoen
De laatste tijd borrelde die ingebakken onderwaardering meermaals op. Huismoeders die ‘niet mogen thuisblijven op kosten van de maatschappij’, die ‘wel gebruik maken van onze wegen, maar niet bijdragen aan de samenleving’ kregen ervan langs. Zorgtaken tellen niet als echt werk.
Kinderen opvoeden, de was en de plas doen, maaltijden koken … blijkbaar zien velen het niet als een substantiële maatschappelijke bijdrage.
Zorgen is ook werken, ook al krijg je niet altijd een loonbriefje op het einde van de maand.
Beroepen die in het verlengde liggen van die onbetaalde zorgarbeid bleven daardoor te vaak en te lang buiten beschouwing. Maar liefst 60 procent van al het werk in ons land is onbetaald. Wereldwijd wordt de waarde van alle onbetaalde zorgarbeid geschat op 10,8 biljoen euro, in Nederland alleen al kwamen onderzoekers uit op 215 miljard euro.
Zorgen is ook werken, ook al krijg je niet altijd een loonbriefje op het einde van de maand. Het is zelfs noodzakelijk om ‘het systeem draaiende te houden’, wat niet betekent dat we zorgarbeid kunnen herleiden tot een loutere steunpilaar voor de economie.
Elke euro die we investeren in de waardering van zorgberoepen en in de ondersteuning van onbetaalde zorgarbeid, helpt onze samenleving vooruit. Bezuinigen op zorg gaat gewoonweg niet. Dan krijg je altijd de rekening gepresenteerd.

