Democratie onder druk, onder het mom van democratie? Dat klinkt misschien raar, maar het is wel degelijk wat er gaande is. Fundamentele bouwstenen van onze democratie worden niet direct afgeschaft, maar langzaamaan uitgehold, gebruikmakend van het democratische proces.
Hoewel democratie altijd enigszins onder druk heeft gestaan en zeker niet perfect is, moet er bij ons allen toch een alarmbelletje afgaan. De uitholling van de democratie is niet langer een ver-van-ons-bedshow. Het gif van onder andere populisme en autoritaire leiders vindt steeds meer een weg naar onze Westerse samenleving, die zo prat gaat op haar democratische waarden. Vraag is: hoe kunnen we het gevaar erkennen en wat we eraan kunnen doen?
Wat is onze liberale democratie?
Om inzicht te krijgen in hoe en waar onze democratie wordt aangevallen, is het goed om te herhalen wat we ook alweer verstaan onder democratie, of beter liberale democratie. Onze democratie is om te beginnen gebaseerd op een grondwet. Dit fundament van de rechtsstaat waarborgt de rechten en vrijheden die burgers genieten en vormt een kader waarbinnen de wetgever moet opereren.
De grondwet garandeert mensenrechten en fundamentele vrijheden, zoals vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, godsdienstvrijheid en vrijheid van vergadering. In een rechtsstaat is iedereen gebonden aan de wetten die er gelden, ook de overheid. We aanvaarden dan ook dat de rechterlijke macht onafhankelijk oordeelt over het al dan niet overtreden van wetten.
In de publieke en politieke arena kunnen verschillende actoren, zoals middenveld en politieke partijen, actief met elkaar publiekelijk in debat gaan zonder over te gaan tot geweld.
De gewaarborgde vrijheden waarvan sprake, zorgen ervoor dat in onze samenleving verschillende ideeën en meningen naast elkaar kunnen bestaan, zonder vrees voor vervolging – zolang men natuurlijk binnen het kader van de wet blijft. In de publieke en politieke arena kunnen daardoor verschillende actoren, zoals middenveld en politieke partijen, actief met elkaar publiekelijk in debat gaan zonder over te gaan tot geweld.
Burgers hebben de vrijheid om vanuit hun overtuiging deel te nemen aan dat debat en worden zelfs aangemoedigd om hun rol in het democratische proces op te nemen. Daarbij geldt niet enkel de stem van de meerderheid. Minderheden hebben hun plaats en hun rechten worden beschermd.
Eerlijke verkiezingen
Een ander essentieel kenmerk van onze liberale democratie is dat je als burger kunt deelnemen aan vrije en eerlijke verkiezingen, zonder enige onderdrukking. Via de stembusslag verkiezen we onze wetgevende macht, die naast de uitvoerende en de rechterlijke macht opereert.
Die drie machten zijn in de klassieke trias politica gescheiden om machtsmisbruik door een van de machten te voorkomen. Maar dan nog is het belangrijk om te beseffen dat een democratie maar functioneert wanneer iedereen binnen het systeem, zowel burgers als politici, een set impliciete afspraken of normen respecteert.
In How Democracies Die spreken auteurs Daniel Ziblatt en Steven Levitsky in dat kader over wederzijdse tolerantie – let’s agree to disagree – en een zekere vorm van institutionele terughoudendheid. Daaronder verstaan we de terughoudendheid om de verkregen macht ten volle uit te buiten. Behalve de letter van de wet is er immers ook de geest van de wet.
De democratie ondergraven in zes stappen
Helaas moeten we vaststellen dat die basiselementen en de impliciete set van afspraken door steeds meer gevestigde en opkomende, al dan niet autoritaire politici, in vraag worden gesteld. Meer zelfs, steeds meer leden van wat we ‘democratische partijen’ noemen, maken zich schuldig aan de uitholling van de pijlers van onze democratie.
En wat daarbij opvallend is, ze doen dat juist in naam van de democratie – maar dan wel hún invulling van de democratie.
Steeds meer leden van wat we ‘democratische partijen’ noemen, maken zich schuldig aan de uitholling van de pijlers van onze democratie. En doen dat juist in naam van de democratie.
Ziblatt en Levitsky leren ons dat, tenzij er een gewapende coup plaatsvindt, een democratie niet sterft van de ene op de andere dag. Het is een langzaam proces waarbij aan de hand van kleine ingrepen, die elk op zich weinig voorstellen en logisch lijken, de democratie erodeert. Die ingrepen volgen het normale democratische proces en worden goedgekeurd in het parlement.
Vaak worden ze voorgesteld in naam van het algemeen belang of als antwoord op een crisis. Wanneer er een al dan niet reëel onheil dreigt, zijn mensen bereid om veel te aanvaarden. Door daarop in te spelen, omzeilen sommige politici het immuunsysteem van de democratie en glijden we verder af naar een uitgeholde democratie.
De Amerikaanse politicologe Nancy Bermeo heeft het in On Democratic Backsliding over distanciation, om te duiden hoe politici langzaamaan wegglijden van democratische praktijken en democratische instellingen ondermijnen of instrumentaliseren voor eigen macht.
Een sprekend voorbeeld daarvan vinden we in Hongarije. In het tweede seizoen van de televisiereeks In Europa stelt auteur Geert Mak dat er zes stappen zijn die een democratie doen evolueren naar een dictatuur. In de eerste stap wordt de waarheid afgeschaft. De kritische pers wordt buitenspel gezet, censuur steekt de kop op en het regime bepaalt wat er mag geschreven worden.
Vervolgens heeft Mak het over ‘uitdelen wat niet van jou is’. Het gaat om een systeem van corruptie dat medestanders beloont. Waarom zou je kritische tegenstanders tolereren als je kunt werken met vertrouwelingen, wiens trouw je afkoopt met gunsten? Een derde stap is een vijand creëren. Niets brengt mensen zo goed samen als een zondebok, leert onze eigen Europese geschiedenis. Stap vier: schakel de onafhankelijke magistratuur uit en vervang hen door vertrouwelingen.
In de voorlaatste vijfde stap krijgen paramilitaire troepen vrij spel. Ten slotte doet men er alles aan om het eigen volk te verheffen boven de rest van de mensheid. Dit is het proces dat Viktor Orbáns Hongarije tot een illiberale democratie bracht.
Het volk
En nu het woord volk gevallen is, is het goed om even stil te staan bij de interpretatie die sommige politici geven aan de stem van dat volk. Zoals vermeld, bevindt er zich tussen de liberale democratie en een dictatuur nog een hele grijze zone, gekenmerkt door een steeds verdere erosie van de liberale democratie.
De uitvoerende macht beschouwt andere spelers, zoals de rechterlijke macht, als een blok aan het been beschouwt om krachtdadig op te treden. Voor de wetgevende macht is evenmin plaats.
Aan de basis van die erosie ligt vaak een groeiend geloof in het primaat van de politiek. Dat is de overtuiging dat verkozen politici een mandaat van ‘het volk’ gekregen hebben en dat dit een vrijgeleide geeft om eigengereid beslissingen te nemen. Democratie wordt dan als het ware herleidt tot louter verkiezingen. Dat dit volk een heterogeen gegeven is dat niet uit één stem spreekt, wordt al te gemakkelijk aan voorbijgegaan.
Een dergelijk enge kijk op democratie bedreigt een van de fundamentele principes van de liberale democratie: de scheiding der machten. Verkozen leiders vertalen immers de wil van het volk en staan als het ware boven de andere machten.
Dat vertaalt zich in een uitvoerende macht die wil regeren en andere spelers, zoals bijvoorbeeld de rechterlijke macht, als een blok aan het been beschouwt om krachtdadig op te treden. Voor de wetgevende macht is evenmin plaats. Het beeld van het parlement, als veredelde stemmachine, die doet wat haar wordt opgedragen, steekt al snel de kop op.
Democratie als instrument van uitsluiting
In De herschepping van de democratie toont Ico Maly dat er vanuit het primaat van de politiek geen plaats is voor een kritisch middenveld.3 Bij de aanhangers van het primaat van de politiek staat de regering voor het algemeen belang en voor de incarnatie van de democratie, aangezien ze de stem van het volk vertegenwoordigt. Dit in tegenstelling tot pakweg vakbonden die, aldus Maly, gezien worden als verdedigers van particuliere belangen.
Tegenmacht opbouwen tegen de politiek wordt gezien als ingaan tegen de democratie. Bovendien krijgt de wil van het volk steeds meer een nationalistische en culturele invulling, en wordt het beeld gecreëerd van een organische gemeenschap. Voor een middenveld dat zich niet schaart achter die gemeenschappelijke identiteit en die niet mee uitdraagt, is geen plaats. Op die manier wordt democratie dus ingevuld als een instrument van uitsluiting.
Tegenmacht opbouwen tegen de politiek wordt gezien als ingaan tegen de democratie.
Het duidelijkste en meest extreme voorbeeld van het afbreken van een democratie in naam van de democratie, vinden we vandaag in de Verenigde Staten. Aan sneltempo worden alle basisprincipes van de democratie aan de kant geschoven en met een mars door de instituties worden critici verwijderd en vervangen door getrouwen van het regime.
Elke tegenstem wordt geridiculiseerd en gesmoord. Uitspraken van rechters worden genegeerd, zonder gevolg. Gerechtshoven worden bevolkt met vertrouwelingen, geweld wordt niet langer geschuwd. Tegenstemmen worden gezien als een vorm van rebellie en het leger wordt ingezet in dissidente steden om elk verzet neer te slaan. Het Congres of parlement wordt aan de kant geschoven en is enkel nog een applausmachine voor een president die heerst aan de hand van executive orders. De befaamde checks and balances van het democratische systeem behoren tot een ver verleden.
In Europa
In de meeste Europese landen loopt het zo’n vaart nog niet. Als er al dissidente, autocratische leiders de kop opsteken, dan hopen we dat we hen met een fel discours over het belang van de rechtsstaat en met bevroren Europese gelden op andere gedachten kunnen brengen. Helaas wil het niet zo goed lukken met die tactiek. In verschillende delen van Europa is de liberale democratie aan het afbrokkelen.
Sommige autocratische leiders, zoals minister-president van Hongarije Viktor Orbán, laten de grondwet aanpassen of kiesdistricten hertekenen om toch maar aan de macht te kunnen blijven. Kritische rechters worden ontslaan en vervangen door politieke medestanders.
Middenveldorganisaties die een andere stem laten horen of het opnemen voor minderheden worden op droog zaad gezet. De kritische pers wordt de mond gesnoerd en staatszenders bemand met vertrouwelingen. In naam van de soevereine natie worden internationale en Europese rechtsregels en -colleges genegeerd en wordt hun legitimiteit in twijfel getrokken.
Middenveldorganisaties die te kritisch zijn voor het gevoerde beleid worden bedreigd met audits en afname van subsidies.
Onmiddellijk denken we daarbij aan landen als Hongarije, Italië, Slovakije en tot voor kort Polen. Maar ook bij ons zien we dat sommige politici niet kunnen weerstaan aan de lokroep van het primaat van de politiek. Middenveldorganisaties die te kritisch zijn voor het gevoerde beleid worden bedreigd met audits en afname van subsidies. Onder het mom van het aanpakken van relschoppers – daar kan toch niemand tegen zijn? – wil men het recht op protest uithollen.
Gouvernement des juges
De rechterlijke macht staat eveneens onder druk. Termen als ‘activistische rechters’ worden in de mond genomen. Meer zelfs, een oud-minister van de grootste democratische partij van Vlaanderen spreekt over een gouvernement des juges en pleit voor een volksberoep dat het parlement de macht geeft om uitspraken van het Grondwettelijk Hof naast zich neer te leggen.
Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wordt openlijk in vraag gesteld door leden van de regering, omdat het opgesteld is in een andere historische context. Wanneer enkele regeringsleiders dan nog een open brief schrijven waarin ze uitspraken doen als ‘Wij geloven dat de ontwikkeling in de interpretatie door het Hof in sommige gevallen onze mogelijkheid heeft beperkt om in onze democratieën politieke beslissingen te nemen’, is het hoog tijd dat de alarmbellen afgaan.
Wie vertrouwd is met het Star Trek-universum weet dat Starfleet niet mag ingrijpen in de samenlevingen die ze observeren, het zogenaamde Prime Directive. De luxe die ze in deze fictiereeks hebben, hebben we vandaag niet. Zowel middenveld als politici met een hart voor de liberale democratie moeten hun stem laten horen en een dam opwerpen tegen de erosie van binnenuit.
Niet evident, zeker niet als je als middenveldorganisatie afhankelijk bent van overheidssubsidies en wordt geacht het besliste beleid mee uit te dragen. Maar een kritisch en waakzaam middenveld als brug tussen burgers en overheid is nodig, willen we de stem van alle burgers – en dus ook van minderheden – horen. We mogen niet zwijgen en moeten blijvend de aandacht trekken op de geleidelijke erosie.
Tijd voor actie
Samen met een onafhankelijke pers heeft het middenveld de taak om de bevolking te informeren en te wijzen op het groter geheel. Zeker in tijden waarin 35 procent van de mensen in onderzoek De Stemming aangeeft wel heil te zien in een sterke leider die zich niet druk hoeft te maken om het parlement of verkiezingen, is het nodig om de voordelen van een gezonde liberale democratie te verdedigen.
Politieke partijen zijn als poortwachters. Ze moeten kandidaten met populistische of autoritaire neigingen te weren.
Politici dragen een grote verantwoordelijkheid. Ziblatt en Levitsky zien in hun eerder vermelde werk politieke partijen als poortwachters. Ze roepen hen op om kandidaten met populistische of autoritaire neigingen te weren en voorbij electorale winst op korte termijn te kijken. Niet evident in een maatschappij die voortdurend in campagne lijkt en waar snel scoren bij de publieke opinie belangrijker is dan een visie op lange termijn.
Ervan uitgaan dat kandidaten of leden met autoritaire of populistische kantjes onder controle kunnen worden gehouden en gebruikt kunnen worden omdat ze voor een deel meegaan in het ideologische verhaal, is de verkeerde strategie. Hetzelfde geldt voor samenwerking met partijen die het minder goed voor hebben met onze democratie. Door hen de hand te reiken op sommige vlakken legitimeert men hen en maken we ze salonfähig.
Zeker op Europees vlak wordt al te vaak een oogje dichtgeknepen voor het beleid van sommige Europese regeringsleiders, terwijl anderen, terecht, verguisd worden voor net dezelfde politiek. Eens we ons op het hellend vlak bevinden, kan het snel gaan. Daarom, om filosoof Stéphane Hessel te parafraseren: Indignons-nous!

