Dit artikel verschijnt in De gids op maatschappelijk gebied.
Het is zoals een kind dat speelt in de geheimzinnige motieven van een Perzisch tapijt. Waar de verbeelding het ook heendrijft, de handen volgen de patronen en in de herhaling van ornamenten voltrekt zich een fantasierijk verhaal. Tot plots een welbepaalde kronkel de staart van een hond blijkt te zijn. Wat dood was, wordt levend. Wat veilig en voorspelbaar leek, is nu onberekenbaar en gevaarlijk. De hond kan opstaan en terugbijten, je maakt je maar beter uit de voeten.
In het voorbeeld van de Indiase schrijver Amitav Ghosh (1956) is de hond soms ook een olifant die uit zijn slaap wordt gewekt. Nog groter, eerst wat langzamer, maar eens het op zijn poten staat vooral nog veel gevaarlijker. We hebben de aarde volgens Ghosh te lang bekeken als de levenloze kronkels in het tapijt, als dode materie waarin we vrij en onbekommerd het verhaal van de menselijke verbeelding konden schrijven. Maar nu recht de aarde haar rug, en wreekt ze zich op de mensheid.
De schrijver, volgens velen een kanshebber op de Nobelprijs voor Literatuur, groeide rondreizend op in India, Bangladesh en Sri Lanka; meeverhuizend met zijn vader, een ex-soldaat, die op verschillende locaties gedetacheerd werd door de Indiase regering. De koloniale geschiedenis van het Indische subcontinent, net als de landschappen, wouden en dieren die het bevolken, spelen sinds de jaren tachtig een centrale rol in romans zoals de Ibis-trilogie of Het hongerig getij. Maar gaandeweg kreeg non-fictie, en in het bijzonder de klimaatverandering, een alsmaar belangrijkere plaats in zijn oeuvre. The Nutmeg’s Curse (2021) – een Nederlandse vertaling zou in 2023 verschijnen – vertelt de tumultueuze geschiedenis van nootmuskaat, een bron van rijkdom en verzengende koloniale ambitie, maar daarmee ook van uitbuiting en ecologische vernietiging. ‘Een parabel voor de huidige planetaire crisis’, aldus Ghosh, voor wie de geschiedenis van nootmuskaat een mechanische kijk op de aarde en natuurlijke grondstoffen verraadt, die mensen dachten te kunnen verhandelen en exploiteren zonder repercussies.
‘Ik denk niet dat je altijd een rechtstreekse lijn kan trekken van klimaatverandering tot sociale onrust, maar het klimaat speelt altijd op de achtergrond’
Amitav Ghosh
In The Great Derangement (2016) vroeg hij zich dan weer af waarom de klimaatcrisis tot dan toe zo weinig ingang had gevonden in kunst en fictie. Dat is zes jaar later anders, vindt Ghosh, maar het blijft een uitdaging om de grootorde en het geweld van de klimaatverandering ‘geloofwaardig’ te maken in bijvoorbeeld een roman. Zijn bejubelde essay is nu voor het eerst naar het Nederlands vertaald als Te groot om ons voor te stellen. Daarmee wil hij niet suggereren dat we ons geen klimaatverandering kunnen voorstellen. ‘We kunnen ons allemaal wel catastrofes zoals aardbevingen of tyfoons inbeelden’, zegt Ghosh. ‘Wat ik bedoel is dat de klimaatverandering onze helemaal manier van leven en denken ondergraaft. We geloven al eeuwen dat economische groei ons vooruithelpt, of dat we bijvoorbeeld dammen moeten bouwen om het water tegen te houden. Nu keert de hele beschaving die we hebben uitgebouwd zich tegen ons als een grote onheilsmachine.’
Ghosh denkt bijvoorbeeld aan de dammen die ze in het Amerikaanse Midwesten bouwden, maar die sociale bewegingen en actievoerders weer willen afbreken omdat ze net verantwoordelijk zijn voor overstromingen en instabiliteit. ‘Wat ooit bijdroeg aan een idee van menselijk meesterschap over de natuur wordt ontmaskerd als een illusie. We zijn helemaal toevertrouwd aan de genade van de aarde en de wereld rondom ons.’
Droogte op de Po
Op de boekvoorstelling van Te groot om ons voor te stellen in de Brusselse Bozar, waarvoor Ghosh enkele dag in België verbleef, viel op hoeveel weerklank die boodschap vindt bij een overwegend jong en kritisch publiek. Ghosh breekt radicaal met een aarde die bestaat uit dode materie, met grondstoffen en weerfenomenen die we kunnen beheersen en controleren. In zijn werk verschijnt de aarde, van planten en dieren tot microben en rotsen, als een levende, bezielde wereld, die in staat is om te reageren op die menselijke overmoed, of stompzinnigheid – het is maar hoe je het bekijkt.
‘Dat is ook een deel van het ondenkbare’, zegt hij. ‘We bekijken bomen en bossen al lang als gebruiksgoederen, maar nu leren we dat je een bos niet zomaar kunt vervangen door nuttige bomen. Herbebossing creëert helemaal geen bos, daarvoor heb je allerlei soorten organismen nodig die met elkaar interageren op manieren die we ons nauwelijks kunnen voorstellen. Denk maar aan ondergrondse netwerken van fungi, waardoor bomen met elkaar kunnen communiceren met chemische signalen. Tot een paar decennia geleden was dat letterlijk ondenkbaar, nu is het een van de boeiendste onderzoeksdomeinen.’

Hoe genadeloos die natuur kan terugslaan, werd schrikbarend duidelijk in de afgelopen zomermaanden. Oncontroleerbare bosbranden in Zuid-Europa, grote rivieren waarvan miljoenensteden afhankelijk zijn die kurkdroog kwamen te staan, zoals de Yangtze in China, of ongeziene overstromingen in Pakistan die zo’n vijftig miljoen mensen op de vlucht joegen. Zelf bracht Ghosh de zomermaanden door op rondreis in Italië, waar de droogte van de rivier de Po, ‘Italiës langste en belangrijkste rivier’, de gemoederen beroerde. Het waterpeil stond zo laag dat er zeewater in de rivierbedding binnenliep en gewassen vernietigde. In de Noord-Italiaanse regio’s in de omgeving van de Po werd de noodtoestand afgeroepen.
‘De helft van de economie hangt er af van de rivier, door het waterverkeer, de irrigatiekanalen naar de landbouw, of door de industrie die het water gebruikt. Overal waar ik kwam begonnen mensen over die droogte. Je kon dit jaar over de bodem van de Po wandelen. Laatst kregen de mensen regen, maar omdat het land te droog was, kon het dat water niet opnemen en werden ze overspoeld.’
Instabiliteit in Europa
‘Ik heb nog nooit zoveel woede gezien als dit jaar’, denkt Ghosh terug aan zijn ontmoetingen in Italië. ‘Veel van die woede is gericht tegen de politieke klasse. Als je ziet dat de wereld waarop je dacht te kunnen rekenen uit elkaar valt, dan overvalt je een diep gevoel van ongemak. Ik denk niet dat je altijd een rechtstreekse lijn kan trekken van klimaatverandering naar sociale onrust, maar het klimaat speelt altijd op de achtergrond.’
Hoe dan ook werden de Italiaanse verkiezingen in september overtuigend gewonnen door het ‘rechtse blok’, een verzameling van rechtse tot extreemrechtse partijen waaronder de Lega van euroscepticus Matteo Salvini en Forza Italia van gewezen premier Silvio Berlusconi. Giorgia Meloni, de partijleider van Fratelli d’Italia – een populistische partij met ideologische wortels in het Italiaanse fascisme en de erfenis van dictator Benito Mussolini – zou de premier van het land worden. ‘Het is heel droevig om te zien dat de linkerzijde van het politieke spectrum er maar niet in slaagt om die woede te capteren. Ik merk dat groene partijen hun uiterste best doen om technologische oplossingen voor de klimaatcrisis te vinden en zichzelf als ernstige politici voor te stellen. Ik begrijp ook dat het belangrijk is om die geloofwaardigheid te verwerven, maar tegelijkertijd vergeten ze zo om de politieke passies aan te spreken. Veel mensen, in het bijzonder jongeren, voelen zich aangesproken door Greta Thunberg, de schoolstakingen van Fridays for Future of door de radicalere acties van Extinction Rebellion, maar dat vertaalt zich niet in een electorale strategie. Voorlopig lijkt alleen de rechterzijde voordeel uit de onrust te halen.’
‘Weet je, in 2016 interviewde ik veel migranten in Italië. Velen van hen waren jonge Pakistani die ontheemd waren door de overstromingen van 2010 en 2012. Alles hangt samen. Als ik denk aan de extreme weerfenomenen van deze zomer, zoals de catastrofale overstromingen in Pakistan, dan verwacht ik de ergste impact pas over enkele maanden tot een halfjaar. De impact van mislukte oogsten en voedselschaarste heeft ons nog niet bereikt, maar ik denk ook aan de migratiebewegingen en de sociale onrust die daarmee gepaard gaat. Europeanen zitten nu midden in een energiecrisis, maar het spijt me om het te zeggen: dit is nog maar het begin.’

De sociale onrust in Europa heeft indruk gemaakt op Ghosh. ‘Bevriende journalisten vertellen me dat ze nog nooit zo’n geweld en boosheid hadden gezien als bij de gele hesjes in Frankrijk. Of kijk naar Groot-Brittannië, eeuwenlang een symbool van stabiliteit, maar op minder dan tien jaar tijd is het een broeihaard van sociale onrust geworden. Dat zijn maar enkele manieren van hoe Europa instabieler wordt. We zien een versnellende instabiliteit op elke mogelijke manier, en onze politieke en sociale systemen zijn zo mogelijk nog kwetsbaarder dan de aarde.’
Te veel rook in de lucht
‘De Po-vallei is een van de meest geterravormde gebieden van de wereld’, weet Ghosh. ‘Al vanaf de Venetiaanse republiek in de middeleeuwen ontstond er een extensieve interventie in het landschap, door ontbossing of watermanagement. De hele Veneto-regio is met dammen en drainagesystemen hertekend.’
Dat concept van terravorming is cruciaal in Ghosh’ denken. Het duidt op alle manieren waarop oorspronkelijke ecosystemen worden hertekend, waarop de aarde wordt her-maakt, en op hoe mensen zich zo meesterschap over de natuur denken te verwerven. ‘In de jaren veertig werd de term uitgevonden door een Amerikaanse sciencefictionschrijver en meestal wordt het gebruikt om over andere planeten te spreken waar mensen zouden gaan leven en die ze naar hun noden moesten bewerken. Maar op aarde doen we dat al eeuwen. Toen Europese kolonisten aankwamen in Amerika troffen ze een volledig ander landschap aan dan wat ze gewoon waren. Dat vonden ze ontzettend eng, ze haatten de bossen of de moerassen, en ze besloten om er bijvoorbeeld een New England van te maken, om letterlijk het land om te vormen naar het beeld van Europa.’
‘In Antwerpen worden jullie beschermd door de wijsheid van jullie voorouders. Ze waren wijs genoeg om niet rechtstreeks aan zee te bouwen, omdat ze wisten dat de zee niet jouw vriend is’
Amitav Ghosh
‘Op die manier zouden ze de levens van inheemse volkeren vernietigen en daarmee ook het landschap zelf. In de mythologie van het kolonialisme was het landschap leeg, maar dat was omdat zij de complexe interacties tussen de inheemse volkeren en de bossen niet konden zien. Ze dachten dat het woud op zichzelf groeide en dat ze het konden neerhakken, maar voor inheemse Amerikanen was het bos niet wild, ze leefden ermee samen. Nu zien we dat dat land helemaal niet her-maakt wil worden, het gooit de vormen die het werd opgelegd van zich af. Dat zie je misschien het duidelijkst in Californië, waar de ontbossing het grootst was. In veel van de meest productieve wijnstreken daar kun je geen druiven meer telen omdat er te veel rook in de lucht is. Dat zijn de duurste landbouwgronden in de Verenigde Staten, maar zelfs daar kan je ze niet meer verbouwen zoals vroeger.’
Precies op die plaatsen waar de terravorming het ingrijpends was – Ghosh denkt aan Californië of de Po-vallei, maar ook aan de regio Punjab in het noorden van India en Pakistan – zijn de gevolgen van klimaatcatastrofes het ergst. In Te groot om ons voor te stellen vertelt hij over een bezoek aan de Nicobaren, een eilandengroep in de Golf van Bengalen. Generatie op generatie hadden de geboren eilandbewoners verkozen om landinwaarts te wonen, maar toen een opkomende middenklasse uit het Indische vasteland er heentrok, gingen ze bouwen langs de kust. De tsunami van 2004 veegde net die woningen van de kaart. Dat kan alleen maar als je er ten diepste van overtuigd bent dat onwaarschijnlijke gebeurtenissen, zoals een tsunami, ‘niet tot de echte wereld maar tot de fantasie behoren’, schrijft Ghosh. Maar het is ook exemplarisch voor ‘een koloniale visie op de wereld, waarbij de nabijheid van water voor macht en veiligheid, heerschappij en verovering’ staat, hoewel de oorspronkelijke volkeren van gekoloniseerde gebieden niet vlak bij de oceaan wilden leven.
Klimaatkwetsbaar
Oude havensteden zoals Rotterdam, Lissabon, Dhaka, of Guangzhou zijn enigszins van de zee afgeschermd door baaien of rivierdelta’s, maar koloniale nederzettingen zoals Mumbai of New York verrezen op de kustlijn. Daar is de bedreiging door klimaatrampen het grootst. ‘Ook in Antwerpen worden jullie beschermd door de wijsheid van jullie voorouders’, maakt Ghosh de vergelijking met koloniale havensteden. ‘Ze waren wijs genoeg om niet rechtstreeks aan zee te bouwen. Jullie voorouders wisten dat de zee niet jouw vriend is. Met de snelle stijging van de zeespiegel en met de toenemende instabiliteit van de grote Thwaitesgletsjer — ook wel de Doomsday Glacier genoemd, omdat de zeespiegel alleen al met twee meter zou kunnen stijgen als hij smelt — weten we gewoon niet wat ons te wachten staat. Sommige projecties geven een stijging van wel negen meter tegen het einde van de eeuw.’
Toch ligt vijftien procent van Vlaanderen minder dan vijf meter boven het gemiddelde zeeniveau. Moeten we dan niet doodsbang worden van zulke voorspellingen? ‘Het is ongelooflijk eng’, beaamt Ghosh. ‘Een vijftal jaar geleden was ik uitgenodigd bij een Nederlandse minister, ze waren aan het werken aan de Deltawerken om zich te beschermen tegen toekomstige overstromingen. Daar zijn de Nederlanders altijd erg goed in geweest. Destijds leken ze er nogal gerust op dat ze zich konden wapenen tegen een stijging van de zeespiegel, maar de laatste keer dat ik er was voelde ik een volledig andere sfeer. Ze wisten niet meer of ze nog wel kunnen controleren wat er komt. De zeespiegel stijgt aan zo’n snelheid, en in deltaregio’s wereldwijd gaat die stijging gepaard met een bijhorende bodemdaling, door bijvoorbeeld opgepompt water of opgepompte olie. Daardoor gaat in deltagebieden de bodemdaling wel vier keer zo snel als de stijging van de zeespiegel.’

De waterbom boven de Vesdervallei op 15 juli 2021 heeft België brutaal duidelijk gemaakt dat het niet immuun in voor onwaarschijnlijke natuurgebeurtenissen, en dat de klimaatcrisis niet zomaar te controleren valt. Tienduizenden woningen werden ernstig beschadigd, negenendertig mensen kwamen om het leven. ‘Ik herinner me een interview met een oudere vrouw op het Duitse nieuws na die ramp. Ze bleef maar zeggen: Wij dachten dat dit alleen in verre landen gebeurde, we dachten nooit dat het ook bij ons kon. Die mensen zijn grootgebracht met de idee dat slechte dingen niet konden gebeuren, behalve elders. Nu realiseren ze zich dat dat niet het geval is. Zelfs vandaag zijn de gevolgen voor de vallei nog zichtbaar, de huizen zijn nog niet hersteld en de bewoners zijn in essentie nog steeds klimaatvluchtelingen. Tot nu hebben Europeanen en westerlingen het altijd vanzelfsprekend gevonden dat ze rampen zouden kunnen herstellen, en dat ze daarna weer verder kunnen met hun leven. Dat is steeds minder het geval, we kunnen gewoonweg niet snel genoeg herbouwen. Bovendien, als je daar woont, ben je je bewust geworden van de kwetsbaarheid van het gebied. Waar kan je dan nog herbouwen?’
Vastberaden
In het voorwoord bij de Nederlandstalige editie van Te groot om ons voor te stellen rakelt Ghosh een gesprek op met een prins van een oude sultan-dynastie op het eiland Ternate in Indonesië. De kruidnagelbomen die het eiland ooit welvaart en voorspoed schonken, maar ook tot bloedige inzet maakten van koloniale handel, staan vandaag door de klimaatverandering zieltogend te sterven. Er valt minder regen, en er zijn meer bosbranden en plagen. ‘Denkt u dat, gezien de ernst van de situatie, de mensen van Ternate zich zouden moeten inspannen om hun koolstofuitstoot te verminderen?’ vraagt Ghosh. ‘Waarom wij?’ is zijn antwoord. ‘Het Westen heeft zijn slag geslagen toen wij machteloos waren. Nu is het onze beurt.’ Klimaatcrisis is enkel een offer voor economische vooruitgang.
‘Natuurlijk is het cruciaal om onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen drastisch te verminderen, maar de uitbreiding van je ecologische voetafdruk is vandaag ook een kwestie van macht. Zolang welvaart, macht en CO2-uistoot aan elkaar verbonden zijn, wordt dat een aartsmoeilijke opdracht’
Amitav Ghosh
‘Dit is erg moeilijk om uit te leggen aan westerlingen’, zegt Ghosh. ‘Er is een absolute vastberadenheid in delen van de wereld, zoals India en China, dat we nooit meer zo zwak en kwetsbaar zullen worden zoals in de periode van de kolonisatie. Het Westen was toen dominant zoals geen enkel deel van de wereld dat ooit is geweest, en het heeft die macht volledig misbruikt. De vastberadenheid om zelf het heft in eigen handen te nemen is enorm. Natuurlijk is het cruciaal om onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen drastisch te verminderen, maar de uitbreiding van je ecologische voetafdruk is vandaag ook een kwestie van macht. In China zullen ze hun CO2-uitstoot echt niet terugdringen als het Westen daardoor opnieuw aan macht wint. Zolang welvaart, macht en CO2-uistoot aan elkaar verbonden zijn, wordt dat een aartsmoeilijke opdracht.’
Op de politieke grootmachten rekent Ghosh dus niet meteen voor oplossingen voor de klimaatcrisis. ‘Op de laatste Klimaatconferentie van Glasgow (2021) waren de Chinese president Xi Jinping, Vladimir Poetin van Rusland en de Braziliaanse president Jair Bolsonaro afwezig. Zonder die drie landen kan je geen effectieve globale actie over het klimaat voeren. Bolsonaro was zelfs gewoon op vakantie in Italië, hij had er gemakkelijk kunnen zijn, maar liet openlijk zijn minachting blijken.’
‘Ik maak me geen illusies: de wereld bereidt zich niet voor op de klimaatverandering, de wereld bereid zich voor op oorlog. Daarvan zien we nu al duidelijk de gevolgen. Op de Klimaatconferentie van Parijs in 2015 beloofden de rijkste landen een klimaatfonds aan te leggen van 100 miljard dollar per jaar om armere landen te ondersteunen bij de impact van de klimaatcrisis. Nog geen tiende daarvan haalden ze werkelijk op, maar in dezelfde periode hebben diezelfde landen hun defensie-uitgaven met 1,5 biljoen dollar verhoogd. Er is dus dringend een demilitarisering nodig om het tij te keren.’
Overweldigd
Als we dus willen dat er echt iets verandert aan de uitbuiting van de aarde en de crisissen die we ons daarmee op de hals halen, moeten mensen in het Westen volgens Ghosh in de eerste plaats zelf tonen dat het hun menens is om hun levensstijl te veranderen. ‘Zolang westerlingen energie-intensieve levens leiden, zullen opkomende landen die levensstijl ambiëren. Dat is eng, maar ook hoopvol. Want als het Westen een andere levensstijl toont, dan wordt die ook verleidelijk voor anderen. Bovendien is een verkwistende levensstijl nergens voor nodig. Kijk eens rond, het is midden op de dag. Waarom branden de lampen hier overal? Europa zit in het midden van een energiecrisis en er is nog zoveel verspilling. De laatste decennia is die verkwisting alleen maar erger geworden.’
De boodschap van Amitav Ghosh is er niet een om vrolijk van te worden. Ondanks de geamuseerdheid waarmee hij vertelt over communicerende bomen en fungi, of over het ironische noodlot van de geschiedenis, klinkt hij steeds vaker als de onheilsprofeet die hij niet wil zijn. ‘In het algemeen ben ik een optimistisch persoon, humor is altijd erg belangrijk voor me geweest, maar ik voel me steeds vaker overweldigd. De laatste twee of drie jaren, terwijl ik de versnellende crisissen rondom ons zie, wordt het alsmaar moeilijker om een lichtpunt te zien.’
‘Kijk, ik ben al de zestig voorbij, ik bekijk het door de ogen van mijn kinderen. Ik voel heel veel angst voor hen, en ik weet dat veel jongeren dezelfde angsten voelen. Veel vrienden van me die les geven vertellen me dat ze nog nooit gezien hebben wat ze vandaag zien. Leerlingen die zwaar getraumatiseerd zijn, die zich onmogelijk kunnen concentreren, of die in huilen uitbarsten tijdens de lessen ... Ik ben niet graag alarmistisch, zelfs toen ik Te groot om ons voor te stellen schreef, had ik het gevoel dat er positieve signalen waren. Maar vandaag zijn die erg moeilijk te zien.’

