Mbenge Crepin, uit Kameroen, toont zijn Ivoriaanse vrouw Matyla Dosso en hun zesjarige dochter Marie.
Mbenge Crepin, uit Kameroen, toont zijn Ivoriaanse vrouw Matyla Dosso en hun zesjarige dochter Marie. Zij stierven in de zomer van 2023 omdat de Tunesische autoriteiten hen terugdreven in de woestijn, na de Europese migratiedeal met Tunesië. BELGA/ AFP-ARCHIVE

Om het migratiebeleid van de voorbije legislatuur te evalueren, stel ik me, als rechtswetenschapper, twee principiële vragen: hoe evolueert de bescherming van de (mensen)rechten van migranten? En is het beleid gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek?

Ellen Desmet, Centre for the Social Study of Migration and Refugees (UGent)

De beleidsnota van huidig cd&v-voorzitter Sammy Mahdi, die als staatssecretaris voor Asiel en Migratie aan de legislatuur begon, vertrok van een mensenrechtenkader. Een hoopgevende stijlbreuk met de vorige legislatuur.

Toch draaide de realiteit anders uit. Het meest flagrante voorbeeld van rechtenschendingen in België de voorbije jaren is de opvangcrisis. Al meer dan tweeëneenhalf jaar moeten vele verzoekers om internationale bescherming, vooral alleenstaande mannen, op straat slapen, omdat het beleid er niet in slaagt om opvang te verschaffen.

Ondanks duizenden veroordelingen van Belgische rechters en een veroordeling door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Al meer dan tweeëneenhalf jaar moeten vele verzoekers om internationale bescherming, vooral alleenstaande mannen, op straat slapen, omdat het beleid er niet in slaagt om opvang te verschaffen.

Dat is bijzonder zorgwekkend, in de eerste plaats voor de betrokkenen zelf, maar ook voor ons allemaal. De scheiding der machten is een van de basisbeginselen van de rechtsstaat: de uitvoerende macht moet beslissingen van de rechterlijke macht respecteren en uitvoeren. Het negeren van rechterlijke beslissingen treft nu vooral ‘de ander’, kwetsbare personen die bescherming zoeken. Maar de rechtsstaat beschermt ons allemaal.

Dát vluchtelingen hun toevlucht nemen tot irreguliere manieren om Europa te bereiken, is het gevolg van het Europees beleid zelf.

Ook de situatie aan de buitengrenzen van de Europese Unie is dramatisch. In 2023 vonden meer dan 300.000 pushbacks plaats, zo rapporteerde mensenrechtenorganisatie 11.11.11. Daarbij worden mensen ‘teruggeduwd’ over de grens, vaak met geweld, zonder eerst hun nood aan bescherming te onderzoeken.

Het internationaal en Europees recht verbiedt dat nadrukkelijk. Toch lijkt de praktijk steeds meer getolereerd en genormaliseerd. Wie bescherming zoekt in Europa, wordt ontvangen met schoppen, slagen en vernederingen.

Dát vluchtelingen hun toevlucht nemen tot irreguliere manieren om Europa te bereiken, is bovendien het gevolg van het Europees beleid zelf. Vluchtelingen hebben nauwelijks mogelijkheden om Europa op een veilige en legale manier te bereiken.

De Europese Unie neemt steeds meer maatregelen om actief te verhinderen dat vluchtelingen de Europese buitengrenzen bereiken, door strikte visumregimes, sancties voor vervoersmaatschappijen die personen zonder de juiste documenten meenemen, en door akkoorden met (repressieve) regimes die vooral focussen op het tegenhouden van ‘illegale migratie’ en bescherming van grenzen, in plaats van op bescherming van mensen.

Lichtpunt met houdbaarheidstermijn

Een lichtpuntje op Europees niveau was de (allereerste) activering, in maart 2022, van de Tijdelijke Beschermingsrichtlijn uit 2001. Daardoor kregen uit Oekraïne gevluchte personen automatisch bescherming, in de lidstaat van hun keuze en zonder een lange asielprocedure te moeten doorlopen. Ze kregen onmiddellijk toegang tot alle sociale en economische rechten.

Op nationaal en lokaal niveau toonde de hartverwarmende ontvangst dat solidariteit mogelijk is. Nieuwe initiatieven werden uit de grond gestampt, flexibiliteit aan de dag gelegd.

Verschillende veelbelovende praktijken zouden uitgebreid kunnen worden naar andere vluchtelingen en personen in een kwetsbare situatie. Maar het omgekeerde lijkt waar. Door het aanslepen van de oorlog in Oekraïne komt er sleet op de solidariteit.

Voor uit Oekraïne gevluchte personen breken er onzekere tijden aan. Hun statuut van ‘tijdelijke bescherming’ werd verlengd tot 4 maart 2025, maar daarmee is de wettelijke maximumtermijn van drie jaar bereikt. Er is nood aan een coherent kader voor wat daarna komt, op Europees niveau, zodat mensen perspectief en rechtszekerheid hebben.

Staatlozen en gezinnen

Een nieuwe wet van februari 2024 creëert een aparte verblijfsprocedure voor staatloze personen. Het Grondwettelijk Hof had dat al in 2009 voorgeschreven, opeenvolgende regeerakkoorden hadden het aangekondigd. Een aantal bezorgdheden, geuit door het VN-Vluchtelingenagentschap UNHCR, expertisecentrum voor internationale bescherming NANSEN en het European Network on Statelessness, werden niet meegenomen.

De procedure is complex en de procedurele waarborgen zijn beperkt. Bovendien wordt er een voorwaarde van eerder wettig verblijf in België toegevoegd, wat niet voorzien is in internationale regelgeving en waardoor de hervorming zijn doel dreigt voorbij te schieten.

Complex is evenzeer de wetgeving voor gezinshereniging. Afhankelijk van de nationaliteit van de gezinshereniger in België gelden andere regels – een onderscheid waar deze regering niet aan getornd heeft. Belgen die geen gebruik gemaakt hebben van hun recht op vrij verkeer, door bijvoorbeeld enkele maanden in een ander EU-land te hebben gewerkt, worden minder goed behandeld dan Unieburgers.

‘Statische Belgen’ kunnen hun (groot)ouders ten laste niet laten overkomen, en moeten aan drie socio-economische voorwaarden voldoen: beschikken over een richtbedrag van 2.048 euro per maand, gepaste huisvesting en een ziekteverzekering. Dat geldt dus ook voor een Belgische persoon die wil samenwonen of trouwen met een niet-Belgische partner. Die ‘omgekeerde discriminatie’ wordt vandaag weinig in vraag gesteld.

Voor gezinshereniging met niet-EU-migranten gelden dezelfde drie socio-economische voorwaarden. Begunstigden van internationale bescherming (vluchtelingen en subsidiair beschermden) worden daarvan vrijgesteld, als hun gezinsleden erin slagen om de aanvraag binnen het jaar in te dienen.

Hoe kun je verwachten dat mensen zich vlot integreren, Nederlands leren en een job vinden, als ze hun kinderen enkel via Whatsapp zien, vaak in onveilige omstandigheden?

Die termijn van een jaar is vaak te kort, omdat men veel papieren moet verzamelen, kosten moet betalen, vaak lang moet wachten op een afspraak bij de ambassade, ga maar door. Bovendien is er almaar minder professionele ondersteuning bij die ingewikkelde procedure. Maar als de aanvraag binnen het jaar niét lukt, moeten zij wel aan alle socio-economische voorwaarden voldoen.

Dat houdt vluchtelingengezinnen soms jaren van elkaar gescheiden. Hoe kun je verwachten dat mensen zich vlot integreren, Nederlands leren en een job vinden, als ze hun kinderen enkel via Whatsapp zien, vaak in onveilige omstandigheden?

Als gezinshereniging uiteindelijk lukt, blijft het migratierecht een rol spelen. Gedurende vijf jaar moeten de voorwaarden vervuld blijven. Ga je uit elkaar, of verlies je je job, dan kan het familielid het verblijfsrecht verliezen. Dat zet een grote druk op een relatie. In Nederland wordt er gemobiliseerd tegen dat ‘afhankelijk verblijfsrecht’, in België staat het niet op de agenda.

In februari 2024 werd een wetsontwerp over gezinshereniging aangenomen. Positief is dat ouders van een begeleide minderjarige vluchteling een recht op gezinshereniging krijgen, waar zij tot vandaag een humanitaire regularisatieaanvraag (9bis) moeten indienen. Andere gezinsleden vallen nog steeds uit de boot, zoals broers en zussen van de niet-begeleide minderjarige vluchteling, en net meerderjarig geworden kinderen van niet-EU-migranten.

Activering van asielzoekers, maar niet helemaal

Het arbeidsmigratiebeleid is vandaag vooral gericht op hooggeschoolden, en in Vlaanderen op middengeschoolden in knelpuntberoepen. Gezien de noden op de arbeidsmarkt en het feit dat een deel van onze economie vandaag draait op informele arbeid, kunnen we een opener arbeidsmigratiebeleid nastreven.

Om dat af te stemmen op de reële noden op de arbeidsmarkt is de rol van de sociale partners, verenigd in de adviescommissie Economische Migratie van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), essentieel. Ze verdient meer gewicht in de besluitvorming.

Omdat de werkgever een verblijfsvergunning op basis van tewerkstelling moet aanvragen, is het risico op misbruik en een te grote afhankelijkheid van die werkgever groot. Strenger toezicht op de verplichtingen van werkgevers, inzake loon en arbeidsomstandigheden, kan daaraan tegemoetkomen, samen met een betere sensibilisering bij arbeidsmigranten over hun rechten.

Ook de mogelijkheden om van werkgever te veranderen, moeten worden uitgebreid.

De regeerperiode zette in op de activering van verzoekers om internationale bescherming tijdens hun asielprocedure, maar maakte het niet mogelijk om over te schakelen op het statuut van arbeidsmigrant.

Voor niet-EU-studenten voerde de regering een zoekjaar in, een laattijdige implementatie van een Europese richtlijn. Na het behalen van hun diploma kunnen zij voortaan twaalf maanden langer in België verblijven om werk te zoeken, of een onderneming op te richten. Daardoor kunnen buitenlandse talenten die in België gestudeerd hebben aansluiting vinden bij de Belgische arbeidsmarkt.

De regeerperiode zette ook in op de activering van verzoekers om internationale bescherming tijdens hun asielprocedure. Die gunstige evolutie wordt echter deels gefnuikt omdat het niet mogelijk is om vanuit het statuut van verzoeker om internationale bescherming over te schakelen op het statuut van arbeidsmigrant.

Indien het verzoek om internationale bescherming wordt afgewezen, onderbreekt dat de tewerkstelling en het verblijf in België, zelfs indien de werkgever in de werknemer wil investeren en een aanvraag voor een verblijfsvergunning op basis van tewerkstelling wil indienen.

In limbo

Kijken we naar detentie en terugkeer, dan hinkt het beleid op twee benen. Enerzijds zette deze legislatuur in op een ‘aanklampend terugkeerbeleid’, waarbij mensen met een bevel om het grondgebied te verlaten begeleid worden door ICAM-coaches (Individual Case Management).

Dat sluit aan bij inzichten uit wetenschappelijk onderzoek. Anderzijds blijft de regering investeren in meer plaatsen in gesloten centra, hoewel onderzoek de effectiviteit daarvan beperkt acht.

Immigratiedetentie heeft een grote menselijke en financiële kost. Ook blijven verschillende problematische praktijken bestaan: asielzoekers aan de grens worden systematisch vastgehouden, de motivering van detentiebeslissingen is vaak stereotiep en onvoldoende geïndividualiseerd, en de identificatie van kwetsbaarheden in detentie laat te wensen over.

Een wetsontwerp van staatssecretaris Nicole de Moor beoogt het aanklampend terugkeerbeleid te verankeren, evenals het verbod om kinderen op te sluiten omwille van migratieredenen. Anderzijds zouden de plichten van migranten om mee te werken aan terugkeer, bijvoorbeeld door het ondergaan van medische onderzoeken, versterkt worden. De oppositie stuurde het ontwerp in februari 2024 terug naar de Raad van State voor verder advies.

De rechten van mensen zonder wettig verblijf in België zijn vandaag erg beperkt. Toch zijn mensenrechten minimumstandaarden die gelden voor iedereen, ongeacht nationaliteit of verblijfsstatus. Daarvoor heeft het beleid weinig aandacht. Ook voor de aanzienlijke groep die zich in een juridisch limbo bevindt – zonder verblijfsrecht en zonder dat ze teruggestuurd kunnen worden – is vandaag geen beleidsoplossing.

Migratiewetboek

Die eerste beleidsnota van Sammy Madhi stelde een nieuw Migratiewetboek in het vooruitzicht. Betere leesbaarheid, meer rechtszekerheid, en minder tegenstrijdigheden waren het doel. De huidige Vreemdelingenwet van 1980 is complex en verouderd, en in januari 2024 stelde staatssecretaris de Moor een ontwerp van wetboek voor.

Op zich is dat een verdienste. Het wetboek omvat wel een shift naar ‘meer controle’. Dat blijkt zowel uit de naam van het wetboek, plots het ‘Wetboek Gecontroleerde Migratie’, als uit enkele inhoudelijke verstrengingen, zoals de woonstbetredingen.

Het nieuwe Migratiewetboek omvat een shift naar ‘meer controle’. Dat blijkt zowel uit de naam van het wetboek, plots het ‘Wetboek Gecontroleerde Migratie’, als uit inhoudelijke verstrengingen, zoals de woonstbetredingen.

Bovendien trok de commissie van externe experts die samen met de administratie en het kabinet aan het wetboek werkte, zich eind september 2023 terug omdat het kabinet het proces wou versnellen. ‘We wilden niet met een product komen waar we niet helemaal achter konden staan’, zei migratieprofessor Dirk Vanheule (Universiteit Antwerpen) in Knack. Dat is zorgwekkend. Het Migratiewetboek lijkt er deze legislatuur niet meer te komen, maar kan een basis bieden voor latere onderhandelingen.

Wel kwam er een externe audit van de asiel- en migratiediensten, met oog op een betere (samen)werking. Staatssecretaris de Moor kondigde daarop aan een fusie na te streven van de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) en het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers (Fedasil). Dat riskeert de onafhankelijkheid van het CGVS, om verzoeken om internationale bescherming te beoordelen, te ondermijnen.

Evidence-based

De Europese Unie spendeert miljoenen euro aan onderzoek naar welke maatregelen in het migratiebeleid werken. Beleidsmakers negeren die inzichten, klaagden wetenschappers enkele jaren geleden al aan in een open brief. Zo wijst onderzoek uit dat het niet effectief is om mensen langer dan drie maanden vast te houden met het oog op verwijdering.

Toch stelt de Terugkeerrichtlijn dat lidstaten personen tot maximaal 18 maanden kunnen vasthouden, een termijn die het nieuwe Migratiewetboek overneemt in plaats van het huidige maximum van 8 maanden.

In zijn boek Hoe migratie echt werkt verzamelt de Nederlandse socioloog Hein de Haas inzichten uit jarenlang onderzoek, en toont hij aan dat restrictieve maatregelen vaak niet werken, of zelfs een omgekeerd effect hebben (en tot meer, in plaats van het beoogde minder, migratie leiden).

Het Nieuw Pact voor Migratie en Asiel van de Europese Unie wordt soms naar voor geschoven als de oplossing om solidariteits- en verantwoordelijkheidsproblemen tussen lidstaten aan te pakken. De academische wereld is kritischer. De Dublinregels, die bepalen welk land een asielaanvraag moet behandelen, blijven grotendeels onveranderd, de druk blijft dus op de landen aan de buitengrenzen liggen.

Zij zullen de zwaarste last dragen van grensprocedures, waarin men vlugger wil beslissen over asiel en terugkeer van sommige groepen. Inclusief afgezwakte waarborgen en meer detentie, ook van kinderen. Daardoor zullen deze landen mogelijk nog sterker willen vermijden dat asielzoekers hun grenzen bereiken, door pushbacks of door akkoorden met derde landen.

In de laatste rechte lijn van het Pact heeft het Europees Parlement, traditioneel meer pleitbezorger voor mensenrechten, veel toegegeven aan de Raad, om toch maar een akkoord te bereiken voor de Europese verkiezingen. Daardoor haalden veel van de sowieso al beperkte ‘verbeteringen’ vanuit mensenrechtenperspectief de eindmeet niet.

Bescherming-voor-bescherming

De bescherming van de rechten van migranten evolueerde dus vooral in negatieve zin. Mensenrechten worden op grote schaal geschonden, en nieuwe verstrengingen werden ingevoerd. Bovendien ontbreekt het aan evidence-based beleid, ondanks de relatief grote wetenschappelijke consensus.

Mijn collega aan de Universiteit Gent Ruben Wissing onderzocht – in opdracht van 11.11.11, Caritas en Vluchtelingenwerk Vlaanderen – hoe een alternatief solidair asielbeleid eruit kan zien, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en met respect voor mensenrechten.

Dit brugmodel stelt ‘bescherming-voor-bescherming’ centraal in akkoorden met derde landen, waarbij die enerzijds een asielsysteem uitwerken met Europese steun, en anderzijds kunnen rekenen op Europese solidariteit via hervestiging en de creatie van veilige en legale toegangswegen.

Andere pijlers zijn een evenwichtige verdeling van asielzoekers binnen Europa, op basis van objectieve criteria zoals bevolkingsaantal en bnp, een eengemaakt Europees beschermingsstatuut, en transparante terugnameovereenkomsten met oog op duurzame terugkeer. Laten we dat eens proberen.

Abonnement De Gids

Neem een abonnement op De Gids!

Aanbevolen

De dunne grens tussen arbeidsmigratie en sociale dumping

In de bouwsector is sociale dumping kopzorg nummer één, dat bleek onlangs nog in de Pano-reportage over detacheringsmisbruik. Controle,...
   27 november 2025

Waarom de regering geen goede migratiewetten maakt

De nieuwe verstrenging van het recht op gezinshereniging toont: in plaats van de werkelijke impact van beleidswijzigingen, primeren electorale...
   17 november 2025

‘Alles wat vanzelfsprekend lijkt, is er dankzij protest’

De Prijs voor de Mensenrechten gaat dit jaar naar woordkunstenaar Hind Eljadid. De Liga voor Mensenrechten bekroont Eljadid ‘voor haar compromisloze...
   13 november 2025

‘Verplichte inburgering versterkt arbeidsmigranten’

Vanaf 2027 zullen alle arbeidsmigranten en hun partners een verplicht digitaal inburgeringtraject moeten volgen. Dat besliste Vlaams minister van...
   01 oktober 2025