De Vlaamse motor moet in deze uitdagende tijden op hoog toerental draaien’, zei minister-president Matthias Diependaele (N-VA) in zijn Septemberverklaring. De economie moet vooruit door ‘hard werk, innovatie en veerkracht’. Maar wat als die motor al lang sputtert?
Onbegrijpelijk dat werkbaar werk niet hoger op de agenda staat.
Het aantal langdurig zieken is gestaag gestegen tot meer dan 500.000 mensen. Burn-outs nemen duizelingwekkende proporties aan. Eén op de drie werknemers kampt met acute werkdruk, leert de vorige werkbaarheidsmeting van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV). Bijna een kwart van de werkende ouders geeft aan vaak emotioneel uitgeput thuis te komen.
Onbegrijpelijk dat werkbaar werk niet hoger op de agenda staat. Nochtans gelooft de minister-president naar eigen zeggen ‘in slim werken en telkens weer nieuwe oplossingen vinden’. Als het over slim werken gaat, hebben wij alvast een voorstel: overweeg een collectieve kortere werkweek.
Ontwikkeldagen
In tijden van arbeidsmarktkrapte klinkt het contra-intuïtief, arbeidsduurvermindering. Zijn er niet net méér handen nodig aan het bed, in de klas, aan het stuur of op de bouwwerf? Toch zijn er bedrijven die arbeidsduurvermindering net inzetten om personeel aan te trekken en te behouden.
Het Nederlandse softwarebedrijf AFAS voerde dit jaar een vierdaagse werkweek in met behoud van loon. Vrijdagen zijn voortaan ‘ontwikkeldagen’, tijd die werknemers vrij kunnen invullen. In plaats van enkel te kijken naar winst, kijkt het bedrijf liever naar productiviteit als graadmeter. Door de inzet van technologie, met name Artificiële Intelligentie (AI), was de productiviteit ‘door het dak gegaan’, aldus de zaakvoerders in De Tijd.
Die groeiende productiviteit wilden ze laten terugvloeien naar hun mensen, met ‘het ultieme cadeau: tijd’. Sindsdien blijft de omzet groeien. Dit voorbeeld toont aan dat ‘meer personeel’ of ‘langer en meer werken’ niet de enige manieren zijn om te groeien.
AFAS Software is lang niet het enige bedrijf in Europa dat een kortere werkweek invoerde. Na heel wat pilootprojecten in onder andere het Verenigd Koninkrijk en Duitsland stappen meer en meer bedrijven over naar een permanente kortere werkweek. Het zijn sprekende voorwaarden om te ontkrachten dat een kortere werkweek automatisch ‘economische waanzin’ is, zoals werkgeversorganisatie UNIZO enkele jaren geleden nog zei. Ook is het een opsteker tegen het doembeeld van een vergrijzende arbeidsmarkt waar meer mensen uitstromen dan dat er nieuwe arbeidskrachten instromen.
Multitasking
In sectoren zonder grote productiviteitswinsten is een kortere werkweek evenzeer relevant. Niet als extraatje voor de high performances, maar als kwestie van rechtvaardigheid.
Kijk bijvoorbeeld naar de dienstenchequessector, met bijna 150.000 werknemers. Een voltijdse werkweek is daar officieel 38 uur, maar in realiteit is dat een onhaalbare kaart. Meer dan 90 procent van de voornamelijk vrouwelijke poetshulpen werkt deeltijds, tegenover een gemiddelde van ongeveer een derde van alle werknemers. Volgens de vakbonden is de reden simpel: 38 uur is in de sector fysiek en praktisch niet vol te houden, zeker niet met de verplaatsingstijden erbij.
Het gevolg is een lager loon en later ook een lager pensioen. Bovendien ligt de uitval door ziekte ontzettend hoog. De enige manier om deze jobs duurzamer te maken en de werkbaarheid écht te verbeteren, is via collectieve arbeidsduurvermindering: een voltijds loon voor dertig uren. Dat zou mensen écht vooruithelpen. Is dat niet precies wat de regering wil: werken lonend maken?
Een andere zin uit de Septemberverklaring die ons triggerde was: ‘In een wereld uit balans is evenwicht ons grootste goed.’ Alleen had Diependaele het met dat evenwicht enkel over de begroting. Laten we die redenering eens doortrekken naar het dagelijkse leven van mensen.
Het experiment van Femma Wereldvrouwen is inspirerend. In 2019 beslisten zij om een jaar lang een collectieve arbeidsduurvermindering in te voeren voor alle werknemers, hoofdzakelijk vrouwen. Concreet ging men van een zesendertig- naar een dertigurige werkweek. Het doel van het experiment was om de combinatie tussen betaald werk aan de ene kant en onbetaald werk en vrije tijd aan de andere kant te verbeteren. De impact van de arbeidsduurvermindering onderzochten ze samen met de VUB.
De resultaten waren genuanceerd. Vrouwen bleken de extra tijd vaker te gebruiken voor het huishouden en hun kinderen dan voor ontspanning. Vanuit genderperspectief was dat ontnuchterend, traditionele rolpatronen bleven hardnekkig. Maar positief was dat deze vrouwen aangaven dat ze het huishouden op een rustiger tempo konden doen en dat ze minder moesten multitasken. Ook voelde de aanwezigheid thuis kwalitatiever aan. Er waren minder stressvolle sociale interacties thuis en minder spanningen in het gezin.
Druk op gezinnen
Beeld je eens in welk verschil dit maakt voor gezinnen en zelfs voor de leerprestaties van kinderen: ouders die ’s avonds de mentale ruimte hebben om te luisteren, te spelen, of huiswerk te begeleiden. Minder ratrace, meer quality time. Op vlak van werkuitkomsten gaf het experiment eveneens vooral positieve resultaten. Femma zag zelfs de mogelijkheid om in 2022 de voltijdse werkweek permanent te verlagen naar 32 uur per week. Het toont aan dat een kortere werkweek niet alleen haalbaar is, maar voordelen oplevert voor werknemer én organisatie.
In de praktijk betekent het familiekrediet dat grootouders zorgverlof moeten nemen om op woensdagnamiddag hun kleinkind te kunnen opvangen.
Gezien de grote maatschappelijke uitdagingen, is het teleurstellend dat Diependaele blijft hangen in vergelijkingen met de jaren tachtig in zijn keuze om de industrie van besparingen te sparen. Naast innovatie hebben we sociale innovatie nodig. Vergelijkingen met het verleden gaan niet op als we de sociale context niet meenemen.
Begin jaren tachtig was de veertigurige werkweek in veel sectoren nog ingeburgerd. Een algemene arbeidsduurvermindering tot 38 uur werd pas in 2003 ingevoerd. In de vroege jaren tachtig begon de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen aan een gestage toename. In 1985 werkte een op de drie vrouwen, vandaag ligt de werkzaamheidsgraad van vrouwen in Vlaanderen boven de 70 procent (bij mannen 80 procent). Het aantal gezinnen met twee voltijds werkende partners is stelselmatig toegenomen. Ook het aantal éénoudergezinnen is toegenomen: meer dan een kwart van de gezinnen bestaat vandaag uit één ouder.
Deze maatschappelijke evoluties leggen een enorme druk op gezinnen om werk en zorg te combineren. Tel daarbij de files op, het tekort aan betaalbare kinderopvang, de onbeschikbaarheid van grootouders die zelf ook langer moeten werken … De regering beloofde werk te maken van een familiekrediet, maar dat is een doekje voor het bloeden. In de praktijk betekent het familiekrediet dat grootouders zorgverlof moeten nemen om op woensdagnamiddag hun kleinkind te kunnen opvangen.
Onbetaalde zorg
Wat mensen vandaag nodig hebben, is tijd om zich naast de arbeidssfeer te ontplooien en te ontwikkelen als mens, en dat liefst op wekelijkse basis en collectief voor iedereen. We hebben immers niet allemaal kinderen, vrije tijd kan net zo goed nuttig aan andere zaken gespendeerd worden. Tal van organisaties hebben vandaag een tekort aan vrijwilligers, van jeugdvoetbaltrainers en buddy’s voor nieuwkomers tot vrijwilligers in de daklozenopvang.
Uit onderzoek blijkt dat minder werken er mee zorgt dat we onze tijd meer besteden aan diepgaandere sociale contacten en relaties in de vorm van vrijwilligerswerk, informeel werk en zorg in plaats van de snelle pleziertjes die we nodig hebben om te recupereren van een 38-urenwerkweek.
Uit onderzoek blijkt dat minder werken er mee zorgt dat we onze tijd meer besteden aan diepgaandere sociale contacten en relaties in de vorm van vrijwilligerswerk, informeel werk en zorg.
In tegenstelling tot wat bepaalde politici ons willen doen geloven, draait ons land niet enkel op zij die hard werken binnen betaalde arbeid. Zonder al het onbetaalde werk, zoals zorgwerk en vrijwilligerswerk, zou de Vlaamse motor helemaal stilvallen. Investeren in tijd voor deze activiteiten loont dan ook op alle vlakken.
Geblokkeerde loonsverhoging
Dat productiviteitsgroei niet enkel gegarandeerd wordt door meer en harder werken, maar ook door slim te werken, dringt helaas maar traag door. Toch zei minister van Werk Zuhal Demir (N-VA) in het parlement dat ‘productiviteitsgroei natuurlijk belangrijk is voor het verhogen van onze welvaart en belangrijker dan simpelweg "meer uren werken". Investeren in digitalisering en onderzoek draagt bij aan werkbaar werk, zonder dat men daarom het aantal arbeidsuren moet verhogen om meer productiviteit te halen.’
Ze verwees naar de investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O&I) die de Vlaamse regering doet om de productiviteit te verhogen. Volgens Demir is het mogelijk om meer vakantie te nemen en deeltijds te werken als de lonen stijgen door een groei in arbeidsproductiviteit. Helaas oppert ze hier individuele oplossingen die niet voor iedereen toegankelijk zijn.
Daar komt later nog een afstraffing van deeltijds werk op het pensioen bij. Ook vergat ze erbij te zeggen dat werknemers op dit moment helemaal niet profiteren van productiviteitsgroei zolang de loonnorm 0,0 procent bedraagt.
Zolang echte loonsverhoging geblokkeerd blijft en de kortere werkweek, op sectoraal of organisatorisch niveau, een taboe blijft, profiteren enkel aandeelhouders van de productiviteitsgroei. De werkende Vlaming blijft intussen kampen met burn-outs, deeltijdse financiële valkuilen en een onhoudbare werkdruk. Als evenwicht ons grootste goed is, laat ons dat dan niet enkel toepassen op de begroting. Een samenleving in balans omvat werk in balans, gezinnen in balans, mensen in balans. Dat evenwicht bereiken we met collectief kortere werkweken.


