Op vraag van de sociale partners becijferde de Federale Pensioendienst de impact van de pensioeningrepen van minister van Pensioenen Jan Jambon: de pensioenmalus, de begrenzing van de gelijkgestelde periodes tot maximaal twintig procent van de loopbaan en de koppeling van het minimumpensioen aan de werkvoorwaarde van 5.000 gewerkte dagen. De pensioendienst paste de op til staande pensioenregels toe op recent gepensioneerde werknemers en maakte zo een objectieve inschatting van de impact.
Onder Europese armoedegrens
Het resultaat van die oefening is glashelder, zegt het ACV. Tegenover langere loopbanen staan gemiddeld lagere pensioenbedragen. Op korte termijn ondervindt ongeveer drie op de tien werknemers een negatieve impact. Zij verliezen gemiddeld 318 euro per maand of een kwart van hun pensioen. ‘Een mokerslag’, aldus de vakbond. Hun pensioenen dalen tot ver onder de Europese armoedegrens, van gemiddeld 1.390 naar 1.072 per maand.
De hervorming van Jambon en de hele arizona-regering treft vooral vrouwen, blijkt ook uit de cijfers. Zeven op de tien getroffen werknemers is vrouw. Ook de allerlaagste pensioenen worden zwaar geraakt. Wiens pensioen al tot de laagste twintig procent behoort, ziet in vier op de tien gevallen hun pensioen nóg verder dalen.
Ook wie tot 67 werkt getroffen
‘Wie geen voltijdse loopbaan zonder enige tegenslag had, betaalt het gelag’, hekelt het ACV. 44 procent van wie vervroegd op pensioen gaat en daardoor getroffen wordt door de pensioenmalus, is langdurig arbeidsongeschikt. Maar het pensioenverlies is niet enkel het gevolg van de pensioenmalus, de mogelijke boete bij vervroegd pensioen. Ook wie werkt tot de pensioenleeftijd leidt aanzienlijk verlies. De toekomstige begrenzing tot twintig procent gelijkgestelde periodes over de hele loopbaan, heeft een grote potentiële impact.
‘De regering claimt effectief werk te herwaarderen, maar treft in de praktijk ook werknemers met lange staat van dienst’, stelt de vakbond. ‘Loontrekkenden die veel jaren voltijds gewerkt hebben, maar door ziekte of een arbeidsongeval net niet aan de 35 jaar geraken om onder de malus uit te geraken, werknemers in progressieve werkhervatting of met een inkomensgarantie-uitkering die deeltijds werk combineren met een uitkering, worden zwaar geraakt. Sommige werknemers dreigen bovendien door de eigenheid van hun statuut uit de boot te vallen, zoals kunstwerkers en onthaalouders.’
De vakbonden wijzen ook op juridische problemen veroorzaakt door het retroactief knippen in de gelijkgestelde periodes voor loopbaanjaren uit het verleden. ‘Mensen worden zo geconfronteerd met onmogelijk te voorziene gevolgen, terwijl wie dicht bij het pensioen staat z’n eerdere loopbaan niet meer kan aanpassen’
‘De pensioenplannen schenden zo het rechtzekerheidsbeginsel. De buitensporige impact op vrouwen brengt bovendien het risico op directe of indirecte discriminatie op basis van geslacht met zich mee.’
Inconsistentie
Het ACV duidt samen met de andere vakbonden duiden nogmaals op de inconsistentie van de pensioenhervorming. De regering haalt aan dat deze pensioeningrepen budgettair noodzakelijk zijn, maar treft met haar beleid net de financiering van de sociale zekerheid en ondergraaft daarmee ook de houdbaarheid van de pensioenen.
‘Het evenwicht is zoek. Deze legislatuur wordt meer dan de helft van het bedrag dat komt uit de besparingen op de pensioenen daarna weer uitgedeeld aan bedrijven om de competitiviteit te verbeteren. Er wordt helemaal niks veilig gesteld voor volgende generaties. De enige zekerheid voor de volgende generatie is een lager pensioen. Nu al bedraagt een pensioen gemiddeld slechts 48 procent van het laatste loon als werknemer. België zit daarmee fors onder het Europese gemiddelde. Door de ingrepen daalt die vervangingsratio met negen procent tegen 2070. Het pensioen van de volgende generaties wordt afgebroken. Een meer dan goede reden om te betogen op 14 oktober.’

