Met miljoenen zijn ze, de seizoenarbeiders die jaarlijks vanuit Oost- En Zuid-Europa naar het westen trekken om mee te helpen bij de oogst. Zij volgen ieder jaar hun eigen bloesemroute, ook richting onze eigen fruitstreken. Zonder hun inzet zouden de appels blijven hangen en dreigt de landbouweconomie in te storten. Dat laat de Hasseltse kunstinstelling Z33 zien in hun expo Seasonal Neighbours, Our Invisible Hands over het leven van seizoenarbeiders en de impact van seizoenarbeid op de plaatselijke bevolking.
‘De reisbeperkingen tijdens de coronacrisis maakten de kwetsbaarheid van het systeem duidelijk zichtbaar. Grenzen sloten en lokale handen waren nodig voor de oogst. Het collectief Seasonal Neighbours verzamelde zestien kunstenaars, schrijvers, architecten, filmmakers en ontwerpers die daarin een kans zagen. Ze gingen tijdelijk als seizoenarbeider aan de slag, en gebruikten die persoonlijke ervaring als startpunt voor artistieke projecten rond samenwonen en seizoensgebondenheid op het Europese platteland.’
Verdubbeling
In 2019 waren in ons land 66 835 mensen aan de slag als seizoenarbeider, terwijl dat in 2001 nog minder dan de helft was. Toch vind je in de land- en tuinbouwbedrijven nog amper Belgische seizoenwerkers. De verdubbeling van het aantal seizoenarbeiders is vooral te verklaren door arbeidsmigratie. ‘Velen komen uit Polen, Roemenië, Bulgarije, Portugal en de laatste tijd ook uit Oekraïne. Die zeer kwetsbare groep werkkrachten wordt tewerkgesteld aan minimale arbeidsvoorwaarden en tegen een onleefbaar minimumloon. In de fruitteelt verdient een seizoenarbeider slechts 9,69 euro bruto per uur. Naast dat onhoudbaar lage minimumloon levert de tewerkstelling het jaar nadien geen vakantiegeld en dus ook geen vakantiedagen op. Dat is wellicht een van de redenen waarom nog maar weinig Belgen interesse tonen om als seizoenwerknemer in de land- en tuinbouw aan de slag te gaan’, klinkt het bij Pia Stalpaert van ACV Voeding en Diensten.

