Ooit de stabiele ruggengraat van de publieke sfeer, bevinden nieuwsmedia zich vandaag in een versnelde metamorfose. Waar ze ooit stevig verankerd waren in het verzuilde weefsel van onze samenleving evolueerden zij naar een hybride model. Nieuwsorganisaties ontwortelden zich langzaam uit hun politieke bedding, journalisten professionaliseerden en stelden zich onafhankelijker op van de politiek.
Sociale media verdringen traditionele platformen, terwijl het algemene nieuwsgebruik daalt en steeds meer mensen bewust nieuws mijden.
Tegelijk ontstonden, onder invloed van digitalisering, commercialisering en technologische innovatie, nieuwe wetmatigheden. Nieuwsproductie en -consumptie versnelden tot een continu proces van updates, pushmeldingen en permanente informatiestromen, gericht op conflict en sensatie. Sociale media verdringen traditionele platformen, terwijl het algemene nieuwsgebruik daalt en steeds meer mensen bewust nieuws mijden.
Radicale partijen benutten die alternatieve kanalen om hun boodschap ongefilterd te verspreiden, buiten de klassieke journalistiek om. De traditionele poortwachtersrol van de media zelf staat onder druk. Bovendien dient zich met de opkomst van generatieve artificiële intelligentie (AI) een tijdperk aan waarin feit en fictie steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden zijn.
Weg publieke sfeer?
Zoals bij eerdere mediatransformaties – van drukpers tot radio tot televisie – rijst ook nu de vraag in hoeverre deze verschuivingen verzoenbaar zijn met de fundamenten van de liberale democratie. Die steunt immers op goed geïnformeerde burgers. Als desinformatie, fragmentatie en polarisatie de toegang tot betrouwbare informatie bemoeilijken, ondermijnt dit één van haar essentiële pijlers. Aanpassen is dan geen keuze, maar een noodzaak.
Politici, burgers en journalisten zullen zich opnieuw moeten heruitvinden in deze diverse, digitale omgeving en de technologie en bijbehorende risico’s ombuigen tot nieuwe kansen voor democratische vernieuwing.
De liberale democratie steunt op goed geïnformeerde burgers. Als desinformatie, fragmentatie en polarisatie de toegang tot betrouwbare informatie bemoeilijken, ondermijnt dit één van haar essentiële pijlers.
In de huidige samenleving zijn nieuwsmedia hun vanzelfsprekende dominante rol kwijtgeraakt. Ooit zorgden ze als platformen voor deliberatie voor een gemeenschappelijke publieke sfeer – een open ruimte voor rationeel debat tussen burgers, zoals de Duitse filosoof Jürgen Habermas die ideaaltypisch omschreef. Vandaag verkeren ze in een staat van instabiliteit. De oorzaken zijn niet eenduidig, maar het resultaat van een complex samenspel van digitalisering, commercialisering, technologische disruptie en verschuivingen in nieuwsconsumptie, naast bredere maatschappelijke evoluties.
De gevolgen van die transformatie zijn zichtbaar en meetbaar. De toegenomen diversiteit en het uitgebreide aanbod stelt burgers in staat om een eigen mediadieet à la carte samen te stellen, afgestemd op hun eigen ritme, interesses en overtuigingen. De keerzijde van die gepersonaliseerde mediawereld is echter duidelijk: de algemene nieuwsconsumptie is sterk op de terugweg en steeds meer mensen mijden bewust het nieuws.
Volgens het Reuters Institute zegt ongeveer 62 procent van de gebruikers in België het nieuws ‘soms’ of ‘vaak’ actief te vermijden, en dit aantal neemt toe.
Volgens het Reuters Institute zegt ongeveer 62 procent van de gebruikers in België het nieuws ‘soms’ of ‘vaak’ actief te vermijden, en dit aantal neemt toe. Tegelijk halen burgers hun informatie uit andere bronnen. De oplages en abonneebestanden van kranten kennen al jaren een dalende trend, en ook het analoge televisiekijken verliest terrein, terwijl radio, onder meer dankzij podcasts, enigszins stand houdt.
Vooral onder jongeren tekent zich een breuklijn af. Zij wenden zich in toenemende mate af van klassieke journalistieke bronnen en zoeken hun dagelijkse portie nieuws op sociale mediaplatformen. Tijdens de verkiezingen van juni 2024 waren sociale media voor Vlaamse jongeren de primaire bron van politieke informatie. Nieuws wordt daarbij vaker geconsumeerd als bijproduct van entertainment, ontdaan van context en nuance. Gebruikers stuiten eerder incidenteel op nieuws terwijl ze scrollen, zonder bewust op zoek te gaan naar informatie.
Politiek kompas
De rol van journalistiek als betrouwbare gids in dit versnipperd medialandschap staat onder druk. Waar journalisten vroeger fungeerden als poortwachters die bepaalden welk nieuws het publieke domein bereikte, moeten ze vandaag hun plaats bevechten in een gefragmenteerd en concurrerend ecosysteem, waarin algoritmes steeds meer bepalen wat mensen te zien krijgen, en burgers vaker zelf actief nieuwscontent creëren en verspreiden.
Professionele journalistiek verliest zo niet alleen haar monopolie op nieuws, maar ook haar legitimiteit als scheidsrechter van de publieke waarheid. De klassieke idee van een gedeelde publieke sfeer maakt zo plaats voor een gefragmenteerd, gepersonaliseerd mediasysteem, waarin de rol van nieuws en informatie als bindmiddel van de samenleving steeds minder vanzelfsprekend is.
Politici hebben de medialogica geïnternaliseerd: ze denken, spreken en handelen vanuit het besef dat hun optreden moet passen binnen korte, visueel aantrekkelijke en emotioneel geladen formats.
De transformatie van het medialandschap raakt niet alleen de journalistiek en burgers, maar ook de relatie tussen media en politiek. Waar ooit sprake was van duidelijke rolverdelingen, laat de interactie tussen politici en journalisten zich vandaag omschrijven als een ‘tango’: een subtiele dans van wederzijdse afhankelijkheid. Politici zijn afhankelijk van nieuwsmedia voor zichtbaarheid, legitimiteit en het bereiken van kiezers, terwijl journalisten politici nodig hebben als bron van nieuws en duiding. Die relatie is een voortdurende en wederkerige machtsstrijd.
Nieuwsmedia fungeerden in het verleden vooral als kanaal, als doorgeefluik van (politieke) boodschappen, vandaag zijn we geëvolueerd naar een verregaande mediatisering, waarbij de eigen logica en normen van de media dominant zijn geworden. Politieke actoren passen hun gedrag, boodschappen en strategieën actief aan om te voldoen aan de eisen van het medialandschap.
Politiek wordt steeds meer vormgegeven volgens mediawetten. Politici hebben de medialogica geïnternaliseerd: ze denken, spreken en handelen vanuit het besef dat hun optreden moet passen binnen de korte, visueel aantrekkelijke en emotioneel geladen formats die het hedendaagse medialandschap kenmerken.
Digitale advertenties
Zo is in Vlaanderen de definitieve opkomst van de permanente campagne ingeluid, waarbij het onderscheid tussen beleidsvoering en verkiezingsretoriek gradueel vervaagt. Belgische partijen investeren volgens statistiekcollectief AdLens jaarlijks ruim 75 miljoen euro in communicatie, met opvallend veel digitale advertenties, ook buiten verkiezingstijd. Daarmee hoort België bij de Europese top.
De verkiezingsdag is het startschot van de volgende campagne. Bovendien gaan wetstraatjournalisten mee in deze dynamiek, met berichtgeving die is geënt op conflict en negativiteit, aandacht op politici in plaats van programma’s, en scorebordjournalistiek waar men van peiling tot peiling leeft.
Belgische partijen investeren volgens statistiekcollectief AdLens jaarlijks ruim 75 miljoen euro in communicatie, met opvallend veel digitale advertenties, ook buiten verkiezingstijd. Daarmee hoort België bij de Europese top.
Hoewel nieuwsmedia geacht worden om politieke autoriteiten ter verantwoording te roepen in een rol als waakhond dreigt dit ten koste te gaan van inhoudelijke debatten en de complexiteit van beleidskwesties te negeren. Nieuwsmedia riskeren in de plaats van verslaggever ook deelnemer te worden in het politieke spel, en kunnen politieke uitkomsten mee bepalen.
De constante strijd om aandacht moedigt polarisatie aan, verkort de horizon van politici, en ondermijnt het vertrouwen in het politieke systeem. In de spiraal van medialogica haalt de vorm het van de inhoud, primeert perceptie op realiteit en zijn nuance, diepgang en kwaliteit de eerste slachtoffers.
Sociale media en AI als facilitator van polarisatie
Sociale media vormen het zenuwcentrum van deze nieuwe communicatiecultuur. Ze bieden politici directe toegang tot hun electoraat, zonder tussenkomst van journalisten of redacties, met regie over de eigen boodschap. Als relatief goedkoop instrument passen ze hun stijl aan per medium, en maken gebruik van microtargeting (waarbij boodschappen gericht worden afgestemd op specifieke doelgroepen) en strategische boodschappen. Ze kiezen hun eigen narratief, doen aan constante zelf-representatie en bieden een inkijk in hun persoonlijke en professionele leven.
Via algoritmisch aangestuurde boodschappen mikken ze rechtstreeks op de buik van de burger. De logica van conflict en emotionaliteit wint het daarbij vaak van nuance en overleg, met een holle politieke communicatie als resultaat. Het is een paradox: in tijden van intensieve politieke communicatie, lijkt de afstand tot de burger net te vergroten in plaats van te slinken.
Radicale en populistische partijen, zowel aan de linker- als rechterzijde – met uitgesproken wij-zij-retoriek, simplistische boodschappen en permanente crisisframes – vinden in de architectuur van sociale media een natuurlijke bondgenoot.
In het huidige sociale-media-ecosysteem floreren sommige politieke krachten meer dan andere. Radicale en populistische partijen, zowel aan de linker- als rechterzijde – met uitgesproken wij-zij-retoriek, simplistische boodschappen en permanente crisisframes – vinden in de architectuur van sociale media een natuurlijke bondgenoot. Zij omarmden deze platforms dan ook vroeg en strategisch. Algoritmes die conflict, sensatie en verontwaardiging belonen, vergroten de zichtbaarheid van hun boodschappen, versterken echokamers en stimuleren selectieve blootstelling.
Hoewel burgers zo toegang krijgen tot een veelheid aan stemmen, gaat dit niet automatisch gepaard met meer pluriformiteit of betrouwbaarheid. Zeker wanneer de zelfregulering van digitale platformen tekortschiet, wanneer moderatie faalt, haatspraak ongeremd circuleert, misinformatie niet wordt ingeperkt en complottheorieën vrij spel krijgen, kantelt het medialandschap snel. Waar pluralisme ontspoort, liggen polarisering en populisme op de loer.
Generatieve AI verscherpt die uitdagingen aanzienlijk. Deepfakes, synthetische video’s en stemklonen maken het mogelijk om politici overtuigend uitspraken of handelingen toe te dichten die nooit hebben plaatsgevonden. Intussen overspoelen nepnieuwssites, misleidende artikels en geautomatiseerde desinformatiecampagnes via bots het digitale landschap. Ze ondermijnen het publieke debat en zaaien doelgericht verwarring.
Bovendien blijft de huidige digitale infrastructuur kwetsbaar. In een gespannen geopolitieke context vormt het risico op grootschalige cyberaanvallen een reëel gevaar. Het vermogen van burgers om waarheid van manipulatie te onderscheiden – en daarmee het fundament van democratische besluitvorming – komt in het gedrang.
Samen weven aan het medialandschap van morgen
Toch hoeft de toekomst niet per definitie dystopisch te zijn. Er bestaan kiemen van hoop. België beschikt nog steeds over sterke publieke omroepen, professionele redacties met een onafhankelijke journalistiek en grote persvrijheid en een relatief hoog mediavertrouwen. Factchecking wordt meer ingebed in journalistieke routines, en kwaliteitsformats, diepgravende journalistiek en kritische politieke berichtgeving zijn nog steeds pijlers van de professionele nieuwspraktijk.
Mediaorganisaties spelen in op nieuwe patronen in nieuwsconsumptie, met digitale formats, audiovisuele content en aanwezigheid op sociale media als tegengewicht tegen alternatieve kanalen. Initiatieven zoals transparante, publieke nieuwsalgoritmes of slimme aanbevelingssystemen, community-gebaseerde contentmoderatie, digitale platforms voor burgeroverleg en toegankelijke nieuwsformats voor jongeren bewijzen dat technologie kan worden ingezet om onze democratie weerbaarder te maken.
Er bestaan kiemen van hoop. België beschikt nog steeds over sterke publieke omroepen, professionele redacties met een onafhankelijke journalistiek en grote persvrijheid en een relatief hoog mediavertrouwen.
De vervelling van de media, en de nieuwe huid waarnaar ze evolueert, is geen natuurfenomeen. Ze is het gevolg van politieke, economische en technologische keuzes — en dus maakbaar. Als we nieuwsmedia willen herwaarderen als vitale pijlers van onze liberale democratie, moeten alle betrokken actoren hun verantwoordelijkheid opnemen. Dat vereist diepgaande reflectie, zelfkritiek en bewuste, doelgerichte keuzes. Journalisten spelen een sleutelrol door te blijven inzetten op betrouwbaarheid, transparantie en duiding.
In een omgeving vol informatieaanbod en alternatieve stemmen is hun geloofwaardigheid geen gegeven, maar een opdracht die ze met zorg dienen te vervullen en moeten verdienen. Politici dragen verantwoordelijkheid in het vormgeven van een digitale ruimte die vrijheid en pluralisme beschermt. Regels over AI, datagebruik en digitale campagnevoering verdienen prioritair aandacht, waarbij de invulling uiteraard in de wegschaal dient gelegd met andere fundamentele rechten in onze samenleving, zoals privacy, vrijheid van meningsuiting en de beperking van censuur.
Politici dragen verantwoordelijkheid in het vormgeven van een digitale ruimte die vrijheid en pluralisme beschermt.
Burgers beschikken vandaag over meer mogelijkheden dan ooit om geïnformeerd en betrokken te zijn, maar dat vraagt om een actieve stimulans. Door bewust met nieuws om te gaan, bronnen te diversifiëren en actief deel te nemen aan het publieke debat, kunnen zij de democratische ruimte optimaal benutten. Dat veronderstelt ondersteuning via educatie, met blijvende aandacht voor (digitale) mediageletterdheid en mediawijsheid als pijlers in het onderwijs én daarbuiten.
Platformen, tot slot, moeten aangespoord worden om via evenwichtige juridische kaders hun infrastructuur in te richten met democratische waarden in het achterhoofd.
De vraag is dan niet enkel hoe media vervellen, maar welke vorm daaruit tevoorschijn komt – en of die gestoeld is op democratische beginselen. De toekomst van de media mag dan onzeker zijn, de inzet is dat allerminst. Als we willen dat media in de toekomst het bindweefsel van onze publieke sfeer blijven, dan moeten we nauw toekijken op de contouren die hun nieuwe vorm aanneemt. Het patroon waarmee die vervelling gebeurt, weven we zelf.

