En uiteraard blijven mensen op zoek gaan naar contact en ontmoetingsplaatsen waar ze samen naar het vuurwerk kijken, sporten, naar muziek luisteren of discussiëren en manifesteren. Toch ervaren velen de buitenwereld als bedreigend, als een plaats voor riskante ontmoetingen, een niemandsland dat je vooral gebruikt om ergens anders naar toe te gaan, niet om er te blijven hangen.
Ze verkiezen de ruimte van gelijkgezinden of ‘veilige’ plaatsen zoals shoppingcentra, mét camera’s en veiligheidspersoneel, boven het risico van de openbaarheid. Ze kijken liever thuis naar een scherm dan buiten in de ogen van de medemens. Liever face to face in de virtuele wereld dan in de reële samenleving tussen andere mensen.
‘Om de democratie te verdedigen, moeten democraten de neoliberale ‘verdunning’ van het publieke tegengaan: de democratische wereld ‘verdikken’ en ‘herinrichten’ met publieke dingen.’
Bonne Honig
De ruis op de waardering van de publieke ruimte en openbare voorzieningen verdient echter een andere reactie dan de terugtocht naar een veilige huishaven of het zich op sleeptouw laten nemen door handelaren in angst. Dat vereist een publiek debat en collectief, democratisch genomen beslissingen.
Dat is de stelling van de Canadese filosoof Bonnie Honig. In het recente vertaalde Publieke dingen, dat oorspronkelijk in 2017 verscheen, benadrukt zij het belang van ‘publieke dingen’ voor de democratie. Universiteiten, parken, overheidsinstellingen, riolen, spoorwegen, bibliotheken … ze zijn essentieel voor onze samenleving.
Privatiseringsdrang
Publieke dingen richten de wereld in waarin we samenleven. De staat waarin ze verkeren en de manier waarop we ze gebruiken of interpreteren, zijn een spiegel van onze democratie, een ‘holding environment voor democratisch burgerschap’. Ze kunnen mensen samenbrengen en verenigen, maar ook uitsluiten en verdelen. Dat laatste is volgens Honig, die een brede invulling geeft aan het begrip ‘publieke dingen’, geen reden om ze af te wijzen, maar wel om ze te politiseren. ‘Ze zijn inzet van de strijd voor democratie.’
Honig maakt zich zorgen over de privatiseringsdrang en de uitdijende markt die alles als koopwaar beschouwt. Een treffend voorbeeld daarvan vinden we in Vlaanderen in het flink slinkende aantal openbare zwembaden, terwijl het privébezit van zwembaden geweldig stijgt. Verfrissing vinden in het eigen domein geeft blijkbaar een hoog veiligheidsgevoel en veel privacy, zonder vervelende types die in openbare zwemgelegenheden rondhangen.
Gevolg van die verschuiving is dat sommigen beschikken over een eigen zwembad of in subtropische zwembaden plonzen, terwijl anderen moeten zoeken naar plekken waar ze nog tegen betaalbare prijzen kunnen (leren) zwemmen. Individualisering, commercialisering en een geringe waardering voor het publieke gaan blijkbaar hand in hand.
Ruimte delen
Nochtans kunnen volgens Honig publieke dingen, zoals voor iedereen toegankelijke bossen en parken, een omgeving creëren waarin burgers zich eerder als ‘rentmeesters van een gedeelde toekomst’ gedragen dan als louter economisch calculerende consumenten. We zijn niet alleen cliënten van openbare voorzieningen, zoals de spoorwegen, maar ook burgers die waken en discussiëren over het belang van publieke diensten.
Een democratie kan niet behoorlijk functioneren zonder gelijkheids- en vrijheidsprincipes, maar evenmin zonder publieke dingen ‘die de inzet vormen om samen te komen en om gemeenschappelijk te handelen’.
Een democratie kan niet behoorlijk functioneren zonder in wetten vastgelegde gelijkheids- en vrijheidsprincipes, maar evenmin zonder publieke dingen ‘waarover we ons willen ontfermen, waarover we met elkaar strijden, die de inzet vormen om samen te komen en om gemeenschappelijk te handelen’, schrijft rechtsfilosoof Bastiaan Rijpkema in de inleiding. ‘Ze maken ons tot burgers.’
Geïnspireerd door Hannah Arendt en door psychoanalyticus Donald Winnicott toont Honig aan hoe publieke dingen anker- en oriëntatiepunten zijn die stabiliteit brengen. ‘Mijn belangrijkste boodschap’, vat ze samen in een interview in De Groene Amsterdammer (2 april 2025), ‘is dat mensen in onze laatkapitalistische samenleving, waarin alles steeds meer digitaal wordt, hunkeren naar verbintenis en hechting. Maar inmiddels is die hunkering omgeslagen naar Trump’s aanval op de democratie.’
We letten dus best op wanneer politieke krachten onze publieke dingen proberen uit te hollen of te ondermijnen. De verfrissende visie van Honig levert alvast genoeg inspiratie en argumentatie om wakker te blijven.

