1. Meer nettoloon, maar pas vanaf 2029
De automatische loonindexering blijft bestaan. Althans toch tot 31 december 2026, dan moeten vakbonden en werkgevers zich buigen over een ‘hervormingsadvies’. De fiscale hervorming van De Wever is er enkel op gericht om meer nettoloon over te houden, want omdat de gecontesteerde loonnormwet behouden blijft, kunnen de brutolonen – de basis voor je sociale rechten, zoals je pensioen – niet stijgen.
Daartoe verhoogt de regering de belastingvrije som – het stuk loon waarop je geen belastingen verschuldigd bent – en vermindert de ‘bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid’, terwijl ook de maaltijdcheques hoger kunnen worden. Dat voelen de hoogste inkomens net zo goed, al is er sprake van een ‘focus op de lonen onder de mediaan’.
Addertje onder het gras is dat we dat extra nettoloon pas vanaf 2029 echt mogen verwachten. Vraag is of daar genoeg budget voor zal zijn. Bovendien kondigde de Vlaamse regering al aan dat ze in dat geval de Vlaamse jobbonus afschaft.
Daarnaast verdwijnen een heleboel fiscale voordelen voor gezinnen, zoals het huwelijksquotiënt dat partners met een bescheiden inkomen tegemoetkomt, en wordt de belastingvermindering voor kinderen ten laste minder gunstig voor grote gezinnen.
2. De welvaartsenveloppe krijgt een oplawaai. Dat betekent minder geld voor mensen met een pensioen, een ziekte- of een werkloosheidsuitkering
Op de ‘welvaartsenveloppe’ bespaart de regering meer dan 2,8 miljard euro, meteen ook de sterkste besparing in de hele begrotingssanering.
Die enveloppe dient om de pensioenen en vervangingsinkomens te verhogen boven de index en gelijkwaardig te houden met de inkomensgroei. Voor de allerlaagste uitkeringen cruciaal om het armoederisico te beperken. Zonder de welvaartsaanpassingen zouden de minimumpensioenen vandaag bijvoorbeeld ruim 250 euro per maand lager liggen.
‘De regering De Wever schaft de welvaartsenveloppe gewoonweg af. Zoveel asociale meedogenloosheid is ongezien’, reageren de vakbonden.
‘Het is duidelijk dat de regering elke ambitie heeft laten varen om alle sociale uitkeringen boven de armoedegrens op te trekken’, zegt Anne Van Lancker van netwerk van armoedeorganisaties Decenniumdoelen.
Omdat de huidige welvaartsenveloppe eveneens de ziekte-uitkeringen opwaardeert, ‘betekent de besparing dat ziek-zijn nu daadwerkelijk tot armoede leidt’, zegt Johan Tourné, directeur van zorgvereniging Samana.
De vakbonden reageren ‘verbijsterd’: ‘De regering De Wever schaft de welvaartsenveloppe gewoonweg af. Zoveel asociale meedogenloosheid is ongezien.
3. Ziekenhuisfactuur en gezondheidszorg worden betaalbaarder
Beter nieuws is er voor de ziekenhuisfactuur. De regering wil paal en perk stellen aan buitensporige ereloonsupplementen en de ziekenhuisfinanciering wordt ‘fundamenteel hervormd’, waarbij die ereloonsupplementen niet meer mogen dienen om de ziekenhuizen te financieren. Voortaan moet elke euro in de gezondheidszorg ‘terechtkomen waar die de meeste gezondheid en levenskwaliteit oplevert’.
‘Om de patiënt voldoende tariefzekerheid te geven’, worden artsen aangemoedigd om zich te houden aan de overeengekomen tarieven – of te conventioneren – klinkt het verder. ‘Dat zal voorkomen dat mensen geen zorgverlener durven opzoeken uit angst dat ze het niet kunnen betalen’, zegt CM-voorzitter Luc Van Gorp. ‘Net als de uitbreiding van de derdebetalersregeling, waardoor patiënten hun gezondheidskosten niet meer moeten voorschieten.’
Dat het systeem van de maximumfactuur wordt uitgebreid naar langdurig psychiatrisch patiënten, juicht het ziekenfonds eveneens toe. Net als de nadruk op de preventie van roken, vapen en alcohol drinken. ‘Niet alleen ongezond, maar ook duur.’
4. De werkloosheidsuitkeringen beperken in de duur: nadien op een leefloon of niets
Nog een stevige besparing in de sociale zekerheid, voor liefst 2,7 miljard euro, betreft de beperking van de werkloosheidsuitkering in de duur. Wie werk verliest, krijgt eerst een hogere uitkering, maar die daalt vervolgens ‘sterker dan vandaag’ en loopt maximaal 2 jaar. Als je voordien voldoende gewerkt hebt, tenminste.
Voor wie ouder is dan 55 jaar en al een loopbaan van minstens 30 jaar achter de rug heeft (35 vanaf 2030), is er een uitzondering. Die loopbaanvoorwaarden riskeren daar een lege doos van te maken.
Dat betekent dat wie na twee jaar werk zoeken nog niet aan de slag kan – naar schatting 90.000 mensen – in het beste geval overgaat op een leefloon. Wie een partner heeft met ‘voldoende inkomen’, krijgt niets meer. Met de besparingen in de welvaartsenveloppe zullen de leeflonen ook niet meer stijgen dan de index. ‘Die groep wordt met andere woorden twee keer getroffen’, aldus Sandra Rosvelds van beweging.net. ‘Dat voelt bijzonder onrechtvaardig aan.’
5. Langer effectief werken voor je pensioen, minder eindeloopbaan-opties
Samen met het snoeiwerk in de welvaartsenveloppe komen de (laagste) pensioen er bekaaid van af. De hele pensioenhervorming moet de staatskas 2,4 miljard euro opbrengen. Wie een loopbaan van 42 jaren achter de rug heeft, kan dan al op 60 jaar op pensioen, maar dan moeten die gewerkte jaren wel minstens 234 effectief gewerkte dagen bevatten.
Voor andere werknemers levert elk extra werkjaar boven de wettelijke pensioenleeftijd (67 jaar vanaf 2030) een bonus op. Maar slechts na 35 volle loopbaanjaren van 156 effectief gewerkte dagen. Per jaar ‘vervroegde uittreding’ wordt het pensioenbedrag dan weer evenveel verminderd, een zogezegde pensioenmalus.
‘Minder landingsbanen en SWT zullen alleen leiden tot meer arbeidsongeschiktheid’
Maarten Gerard, ACV
‘Daarmee wordt het deeltijds werkenden moeilijker gemaakt om een volledig loopbaanjaar te behalen’, verduidelijkt Maarten Gerard. In de praktijk treft dat vooral vrouwen.
Het SWT – het vroegere brugpensioen – wil de regering helemaal uitdoven, tenzij er medische redenen zijn. Voor een landingsbaan – deeltijds werken vanaf 55 jaar – moet je vanaf 2030 minstens 35 in plaats van 30 jaar gewerkt hebben. Het SWT en de landingsbanen tellen ook minder mee voor je pensioen. ‘Dat zal alleen leiden tot meer arbeidsongeschiktheid’, verwacht Gerard. ‘Niet tot meer mensen aan het werk.’
Voor de berekening van de pensioenen van het overheidspersoneel – zoals onderwijzers of de veiligheidsdiensten – wordt uiteindelijk de hele loopbaan in acht genomen, en niet meer de laatste tien jaar. Bovendien wordt de indexering van de overheidspensioenen tijdelijk beperkt.
6. Langdurig zieken staan financieel zwakker
‘De nieuwe regering bekijkt langdurig zieken in de eerste plaats als werklozen’, aldus Luc Van Gorp. ‘We missen een mensgerichte aanpak.’ De besparing op de welvaartsenveloppe raakt hen evenzeer.
Wie onvoldoende meewerkt aan een verplicht re-integratietraject riskeert een groter deel van hun uitkering te verliezen. ‘Wij willen ons echt inzetten om meer mensen terug aan het werk te krijgen’, zegt Luc Van Gorp, ‘maar dat moet op een kwalitatieve manier gebeuren. Op het moment dat mensen daar klaar voor zijn, en met zekerheid op een gezonde werkvloer. Zolang de initiatieven voor preventie aan de werkgeverszijde niet concreter worden, blijft het dweilen met de kraan open.’
7. Minder premies voor nachtwerk, meer overuren, meer flexi-jobs
Voortaan begint ‘de nacht’ niet meer om 20 uur in de distributie- en aanverwante sectoren, maar om middernacht. Premies voor nachtwerk beginnen dus pas vier uur later te tellen en vallen daardoor lager uit.
Meer nog, de regering wil het mogelijk maken om tot 360 ‘vrijwillige overuren’ te presteren – voor de horeca zelfs tot 450 – in plaats van de limiet van 100 vandaag. Dat komt neer op een extra werkdag per week. De eerste 240 ‘vrijwillige overuren’ zijn dan wel belastingvrij, werkgevers zijn ervoor evenmin een toeslag of inhaalrust verschuldigd.
Ook de minimumduur voor deeltijdse contracten en de beperkingen op zondag- en weekendwerk verdwijnen. Flexi-jobs krijgen een ‘upgrade’, met een nieuw maximum inkomen van 18.000 euro per jaar in plaats van 12.000. Alles samen betekent dat een fikse flexibilisering van werk en minder inkomsten voor de sociale zekerheid. Gevolg is dat meer mensen in precaire contracten zullen werken, vrezen de vakbonden. ‘De regering-De Wever normaliseert de scharrelbaan’, besluit VUB-arbeidssocioloog Christophe Vanroelen.

